<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:21772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-31T14:28:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.27205, NL24.27206, NL24.27208 en NL24.27209</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:21772">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:21772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-20T15:40:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:21772 Rechtbank Den Haag , 19-12-2024 / NL24.27205, NL24.27206, NL24.27208 en NL24.27209</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:21772:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BNT, asiel, verzet ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:21772:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL24.27205, NL24.27206, NL24.27208 en NL24.27209 V</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [opposant 1], V-nummer: [V-nummer 1]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opposant 2], </emphasis>V-nummer: [V-nummer 2]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opposant 3], </emphasis>V-nummer: [V-nummer 3]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opposant 4], </emphasis>V-nummer [V-nummer 4]</para>
      <para>Tezamen: opposanten</para>
      <para>(gemachtigde: [naam]),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank van 2 oktober 2024 in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opposanten</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 2 oktober 2024 (de aangevallen uitspraak) heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposanten hebben tegen deze uitspraak afzonderlijk verzet gedaan op 4 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposanten hebben niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak de beroepen van opposanten niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de afzonderlijk ingediende ingebrekestellingen prematuur zijn.</para>
    <para />
    <para>2. Artikel 8:54 van de Awb biedt de mogelijkheid tot vereenvoudigde afdoening als het eindoordeel in de zaak buiten redelijke twijfel staat. In verzet beoordeelt de rechtbank alleen of er redelijke twijfel mogelijk was over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.</para>
    <para>3. Opposanten voeren aan dat zij er op grond van de door de minister verstrekte informatie op mochten vertrouwen dat de termijn voor het nemen van een besluit op de aanvragen was verstreken, omdat de minister zelf had aangekondigd dat hij uiterlijk op 14 juni 2024 zou beslissen. Opposanten verwijzen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond van 11 maart 2024<footnote-ref linkend="_2f2de3d8-0704-4904-805f-ecbb943844a0" /></para>
    <para />
    <para>4. Wat opposanten hebben aangevoerd leidt niet tot de conclusie dat de rechtbank ten onrechte tot haar kennelijk oordeel is gekomen. De voor de minister geldende beslistermijn vloeit voort uit de wet en is niet anders wanneer hij zelf zegt te verwachten eerder te kunnen beslissen. Zoals bovendien in het door opposant overgelegde verslag van het aanmeldgehoor is te lezen, is aan opposant medegedeeld dat het voor de IND juist moeilijk is om op tijd  te beslissen en dat de beschikking op eisers aanvraag in beginsel uiterlijk op 14 juni 2024 was te verwachten. De rechtbank volgt de door opposanten genoemde uitspraak dan ook niet. Eerst na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn kon worden geconcludeerd dat verweerder in gebreke was te beslissen. Dit was nog niet het geval op het moment van het indienen van de ingebrekestellingen op 17 juni 2024. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat de ingebrekestellingen prematuur zijn. </para>
    <para />
    <para>5. De verzetten zijn ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de verzetten ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 19 december 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2f2de3d8-0704-4904-805f-ecbb943844a0" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2024:14603.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>