<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:21718</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-31T09:13:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/4668 V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:21718">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:21718</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-27T07:56:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:21718 Rechtbank Den Haag , 17-12-2024 / 24/4668 V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:21718:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzet ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:21718:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 24/4668 V</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2024 op het verzet van</title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">
        [opposant]
      </emphasis>, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, opposant<footnote-ref linkend="_b2c95759-77b5-43f2-96f8-827b9a44c3f0" />,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank van 7 augustus 2024 in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opposant</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Katwijk.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 7 augustus 2024 waarin de rechtbank het beroep van opposant niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het verzet op 9 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft opposant deelgenomen via een video-verbinding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 7 augustus 2024 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel<footnote-ref linkend="_5720088b-b00d-4d65-9294-28b2f26dd548" /> is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.<?linebreak?>2.	De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrondis. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.<?linebreak?><emphasis role="underline">Het beroep van opposant</emphasis><?linebreak?>3.	Het beroep van opposant ging over de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 29 mei 2024.<footnote-ref linkend="_31a15c6e-e913-4f13-9537-39ed89aafda1" />Daarin heeft deze rechtbank opposant's verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van connexiteit met een lopende bodemprocedure.<?linebreak?></para>
    <para>
      <emphasis role="underline">De uitspraak van 7 augustus 2024</emphasis>
      <?linebreak?>4.	De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht, omdat opposant beroep heeft ingesteld tegen een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening. Tegen een uitspraak op zo'n verzoek staat echter geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De gronden van verzet</emphasis>
        <?linebreak?>5.	Opposant heeft een uitgebreid verzetschrift ingediend. Hij heeft echter niets aangevoerd op grond waarvan de rechtbank in deze procedure zou moeten oordelen dat opposants beroep in de uitspraak van 7 augustus 2024 ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Het verzet slaagt niet.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>7. Het verzet slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 7 augustus 2024. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H. Bergman, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Goederee, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_b2c95759-77b5-43f2-96f8-827b9a44c3f0" label="1">
    <para> Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5720088b-b00d-4d65-9294-28b2f26dd548" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_31a15c6e-e913-4f13-9537-39ed89aafda1" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2024:8262</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>