<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:21210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-17T16:00:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/767381-20 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:21210">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:21210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-17T10:20:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:21210 Rechtbank Den Haag , 17-12-2024 / 09/767381-20 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:21210:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming onderzoek Taxus: afwijzing van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:21210:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer:	09/767381-20 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 17 december 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Den Haag heeft op de vordering van het openbaar ministerie en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak ten aanzien van de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[de veroordeelde]</emphasis>,</para>
      <para>	geboren op [geboortedag] 1961 te [geboorteplaats] (Marokko),</para>
      <para>	BRP-adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 9 januari 2023 (regie) en 17 mei 2024 (regie) en de terechtzitting van 18 oktober 2024 en 25 november 2024 (inhoudelijk). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er heeft een schriftelijke voorbereiding plaatsgevonden met een conclusiewisseling tussen de officier van justitie en de raadsman van de veroordeelde. De rechtbank heeft kennisgenomen van de conclusie van eis van de officier van justitie van 21 november 2023 en de conclusie van antwoord van de zijde van de verdediging van 31 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de standpunten die de officier van justitie mr. </para>
      <para>N. Oosterveld en de raadsman van veroordeelde mr. L.J.B.G. van Kleef op de terechtzitting naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inleidende schriftelijke vordering van het openbaar ministerie strekt ertoe dat de rechtbank het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel zal schatten en vaststellen op een bedrag van € 509.204,-- en aan de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dat bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het strafvonnis</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft de veroordeelde bij vonnis van 12 oktober 2023 veroordeeld voor onder andere medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder A, van de</para>
        <para>Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het standpunt van de officier van justitie </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de inleidende vordering. Zij heeft zich bij de berekening van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel onder andere gebaseerd op de vermogensvergelijking in een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, opgemaakt op 21 juli 2022 (hierna: het ontnemingsrapport) naar aanleiding van het strafrechtelijk financieel onderzoek dat naar de veroordeelde is ingesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het standpunt van de officier van justitie komt erop neer dat op grond van chatberichten van met name 12 april 2020 en 18 mei 2020 tussen de veroordeelde en [naam] en anderen alsook de verklaring van [naam] van 17 mei 2021 aannemelijk is dat de veroordeelde een bedrag van € 833.333,33 heeft geïnvesteerd in een in België onderschepte partij hasj uit Marokko. Rekening houdend met het begin- en eindvermogen van de veroordeelde levert dat de volgende berekening op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Beginvermogen (1 februari 2017) 		€ 558.222,00 </para>
        <para>+/+ Legale ontvangsten 				€   16.500,00 </para>
        <para>-/- Eindvermogen (18 mei 2020) 		€ 250.593,00 </para>
        <para>Beschikbaar voor uitgaven  			€ 324.129,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-/- Feitelijke uitgaven 		 		€ 833.333,00 </para>
        <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel		€ 509.204,00</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het standpunt van de verdediging </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het standpunt van de verdediging komt erop neer dat onvoldoende kan worden vastgesteld dat de veroordeelde het bedrag van € 833.333,33 heeft betaald. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De overwegingen</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering</emphasis>
        </para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende aannemelijk geworden dat de veroordeelde een investering van € 833.333,33 heeft gedaan in een partij van 2.550 kilogram hasj. Die partij was onderdeel van een grotere partij hasj van 11.000 kilogram die later in beslag is genomen. De rechtbank heeft de veroordeelde weliswaar veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij de invoer van de grotere partij van 11.000 kilogram hasj en heeft daarbij geoordeeld dat hij de initiator was van dit transport, maar in het vonnis is niet vastgesteld dat de veroordeelde geld heeft geïnvesteerd in die betreffende partij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het ontnemingsrapport en de daaraan ten grondslag gelegde dossierstukken valt evenmin af te leiden dat de veroordeelde geld heeft betaald of vermogen heeft geïnvesteerd. Uit de aanwijzingen dat de opbrengst van voormelde 2.250 kilogram door drie mensen zou worden gedeeld (waaronder de veroordeelde) en dat de inkoopwaarde daarvan 2,5 miljoen euro was, kan niet worden afgeleid dat de veroordeelde ook daadwerkelijk ten laste van zijn vermogen de inkoop van (een deel van) die partij hasj op zich heeft genomen. Onduidelijk blijft op welke wijze en door wie de hasj is ingekocht. De rechtbank wijst de vordering daarom af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verzoek tot het horen van [naam]</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft ter terechtzitting opnieuw het verzoek gedaan [naam] als getuige te horen. Nu de vordering tot ontneming wordt afgewezen zal ook dit getuigenverzoek worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af de vordering van het openbaar ministerie ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. R.E. Perquin,	voorzitter,</para>
      <para>mr. F.A.M. Veraart,	 rechter,</para>
      <para>mr. A. Dantuma-Hieronymus,	rechter, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R. Claessens,					 griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>