<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:20895</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-19T10:05:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.45889</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:20895">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:20895</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-13T14:53:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:20895 Rechtbank Den Haag , 05-12-2024 / NL24.45889</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:20895:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring - artikel 6</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:20895:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.45889</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. F.H. Bruggink),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister van Asiel en Migratie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.S.W. Boorsma).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 18 november 2024 (het bestreden besluit) is aan eiser met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben toestemming verleend om de zaak buiten zitting af te doen.<footnote-ref linkend="_64045220-5f6d-4fb2-9c02-b2d89f8d1760" /> De gemachtigde van eiser heeft op 25 november 2024 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft hierop op 26 november 2024 gereageerd. De rechtbank heeft op 3 december 2024 het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Als de rechtbank bij de beoordeling van het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond.<footnote-ref linkend="_5c3e5851-644d-44c8-8676-f7ceeb1798a6" /></para>
    <para />
    <para>2. Een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw wordt opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang.<footnote-ref linkend="_71ec0c8b-465d-40b3-8e10-9eafc0d3771d" /> Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.<?linebreak?></para>
    <para>3. De gemachtigde van eiser voert aan dat het verblijf van eiser in het detentiecentrum Schiphol niet voldoet aan het Reglement grenslogies. De oplegging en tenuitvoerlegging van de maatregel zijn daarom onrechtmatig. Bovendien is het onduidelijk of de asielaanvraag van eiser wel binnen de grensprocedure kan worden afgedaan. De stukken wijzen er niet op dat de asielaanvraag al daadwerkelijk wordt behandeld. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>5. Volgens vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter<footnote-ref linkend="_198e7864-5a00-45b7-8033-d67e09d52469" /> hoeft verweerder bij toepassing van de grensprocedure niet al bij het opleggen van de maatregel een pré-toets te verrichten naar de inwilligbaarheid van het asielverzoek. Daarnaast moet verweerder een redelijke termijn worden gegeven om onderzoek te verrichten naar het asielverzoek van de vreemdeling en naar de vraag of dit verzoek zich leent voor afdoening in de grensprocedure. Daarbij wordt de beslissing hierover in beginsel genomen na het nader gehoor, omdat dan alle relevante feiten bekend zijn. Verweerder moet tijdens de behandeling van het asielverzoek in de grensprocedure voortdurend afwegen of het asielverzoek zich nog steeds leent voor afdoening in de grensprocedure.<footnote-ref linkend="_7739416d-519d-4ec3-b2b9-9de7f0938b0f" /> Of verweerder die beoordeling voldoende voortvarend heeft verricht, kan slechts terughoudend worden getoetst in deze procedure.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat verweerder in deze zaak onvoldoende voortvarend handelt. Uit het dossier blijkt dat eiser op 22 november 2024 een gehoor veilig land van herkomst heeft gehad. Op 23 november 2024 heeft verweerder eiser medegedeeld dat hij voornemens is om de asielaanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen.</para>
      <para />
      <para>6. De rechtbank kan niet oordelen over de wijze waarop feitelijk uitvoering wordt gegeven aan het regime binnen het detentiecentrum waar eiser in bewaring is gesteld. Volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter staat hier een andere rechtsgang voor open.<footnote-ref linkend="_876e1eb0-e04a-4d36-8cb0-8eefbc325387" /></para>
      <para />
      <para>7. Nu ook anderszins niet gebleken is dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is, is het beroep ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
      <para />
      <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr.M.C. Bakker, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_64045220-5f6d-4fb2-9c02-b2d89f8d1760" label="1">
    <para> Zie artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c3e5851-644d-44c8-8676-f7ceeb1798a6" label="2">
    <para> Op grond van artikel 94, zesde lid, van de Vw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_71ec0c8b-465d-40b3-8e10-9eafc0d3771d" label="3">
    <para> Op grond van artikel 5.1a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_198e7864-5a00-45b7-8033-d67e09d52469" label="4">
    <para> Zie de uitspraken van de Afdeling van 3 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1451 en 1452.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7739416d-519d-4ec3-b2b9-9de7f0938b0f" label="5">
    <para> Zie paragraaf C1/2.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_876e1eb0-e04a-4d36-8cb0-8eefbc325387" label="6">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 21 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3184.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>