<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:20888</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-12T15:38:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 24/15602</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:20888">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:20888</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-12T15:38:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:20888 Rechtbank Den Haag , 12-12-2024 / AWB 24/15602</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:20888:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van connexiteit</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:20888:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AWB 24/15602</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam], verzoekster</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: N. Bale),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para>2. De voorzieningenrechter heeft in de brief van 7 oktober 2024 het volgende aan de gemachtigde van verzoekester geschreven: <emphasis role="italic">“U heeft op 13 september 2024 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, bekend onder zaaknummer Awb 24/14397. Dit verzoek is connex aan beroep bekend onder zaaknummer Awb 24/14396. Nu blijkt dat u op 3 oktober 2024 via het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken (CIV) opnieuw een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend. U heeft daarbij aangegeven dat de zaaknummer 24/14396 en 24/14397 samenhangende zaken zijn. Het op 3 oktober 2024 ingediende verzoek om een voorlopige voorziening staat bekend onder zaaknummer AWB 24/15602. In ons telefoongesprek van vandaag gaf u aan dat dit zaaknummer niet juist is en dat het verzoek om met spoed uitspraak te doen ziet op het verzoekschrift dat bekend is onder zaaknummer Awb 24/14397. Heb ik u goed begrepen en zo ja, betekent dit dat u het verzoek, bekend onder zaaknummer AWB 24/15602, abusievelijk heeft ingediend? Zo nee, aan welke bodemzaak zou het verzoek van 3 oktober 2024 dan connex zijn?”</emphasis>. </para>
    <para />
    <para>3. Op 8 oktober 2024 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in de zaak bekend onder zaaknummer Awb 24/14397. Op 12 december 2024 heeft de rechtbank beslist op het beroep bekend onder zaaknummer Awb 24/14396.</para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter heeft op 20 november 2024 in de zaak bekend onder zaaknummer 24/15602 het volgende geschreven: <emphasis role="italic">“Op 7 oktober 2024 heeft u een brief van de rechtbank ontvangen. Wij hebben daar geen reactie op mogen ontvangen. u krijgt de gelegenheid om hierop te reageren. Deze moet voor 27 november 2024 zijn ingediend. Bij het uitblijven van uw reactie zal de zaak niet ontvankelijk worden verklaard.”</emphasis>. </para>
    <para />
    <para>5. De gemachtigde van verzoekster heeft op 26 november 204 op de brieven van de voorzieningenrechter gereageerd. In die reactie staat het volgende: <emphasis role="italic">“ (…) wil ik u hierbij mededelen dat het verzoek connex aan het ingediende bezwaarschrift van 3 oktober 2024 (in de bijlagen als Productie 7A-1 t/m 7A-4), welke zijn nog in behandeling en, toen zoals tot heden geen Minister van IND. Echter is het verzoek tot Vovo niet abusievelijk ingediend. Het bezwaarschrift en het verzoek tot Vovo zouden zijn wel reeds samenhangende procedures aanhangig onder WB-nummer 24/143 en 24397.”</emphasis>.</para>
    <para />
    <para>6. De voorzieningenrechter begrijpt de reactie van de gemachtigde zo dat het verzoek (Awb 24/15602) connex is aan het beroep bekend onder zaaknummer Awb 24/14396. Omdat de rechtbank het beroep in de uitspraak van vandaag ongegrond heeft verklaard en de voorzieningenrechter op 8 oktober 2024 uitspraak heeft gedaan in de zaak bekend onder zaaknummer Awb 24/14397, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening (Awb 24/15602) niet connex is aan een bodemzaak en om die reden kennelijk niet-ontvankelijk dien t te worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier. De uitspraak is gedaan op 12 december 2024. En openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>