<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:20840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-06T19:51:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22_5960, 22_5961 ev</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JBP 2025/16</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Privacyrecht 2025/1</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:20840">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:20840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-13T10:45:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:20840 Rechtbank Den Haag , 09-12-2024 / 22_5960, 22_5961 ev</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:20840:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>AVG. Begrip persoonsgegevens. Het door verweerders verstrekte overzicht met persoonsgegevens van eiser is niet volledig. De rechtbank stelt vast dat de 40 documenten meer persoonsgegevens bevatten, zoals meningen over eiser. Eiseres kan als rechtspersoon de AVG niet inroepen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:20840:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: SGR 22/5960, 22/5961, 22/6275, 22/6280, 23/4561, 23/4565, 23/4562, 23/4568, 22/7612, 22/7633, 23/6236, 23/6237, 23/6229, 23/6239, 23/6235, 23/6238, 23/6243, 23/6244, 23/6245 en 23/6246</para>
  </parablock>
  <bridgehead>uitspraak van de meervoudige kamer van 9 december 2024 in de zaken tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], uit [woonplaats] (België), eiser,</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oostappen Groep B.V.</emphasis>, gevestigd in Asten, eiseres, tezamen: eisers</para>
      <para>(gemachtigden: mrs. N. ten Donkelaar en M. Hendriks),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder 1</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.H. Smits),</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van procureurs-generaal, verweerder 2</title>
    <para>(gemachtigden: mrs. M.P. Ketting en J.C. Menken),</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen, verweerder 3</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand</emphasis>, verweerder 4</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S.E.A. Groeneveld),</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de korpschef van politie, verweerder 5</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Asten</emphasis>, verweerder 6</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende</emphasis>, verweerder 7</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard</emphasis>, verweerder 8</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck</emphasis>, verweerder 9</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Financiën</emphasis>, verweerder 10  </para>
      <para>(gemachtigden: mrs. [naam 1] en [naam 2]), tezamen: verweerders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen de beslissingen op hun verzoeken om inzage in hun persoonsgegevens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerders hebben met afzonderlijke besluiten op de verzoeken beslist. Tegen deze besluiten hebben eisers bezwaar gemaakt. Met de bestreden besluiten van 5 augustus 2022<footnote-ref linkend="_39949291-c519-4a79-baf5-657ff5c23fff" />, 2 september 2022<footnote-ref linkend="_76ea3475-1247-4825-af45-a1e2fd7836f6" />, 20 september 2022 <footnote-ref linkend="_34c134a2-1982-4c76-ad63-7422d9839a05" />, 18 oktober 2022<footnote-ref linkend="_5c0edafb-2aa3-47f5-a2bd-ac01e9febb6c" />, 24 oktober 2022<footnote-ref linkend="_a61758f9-4417-4f98-b31b-569b2da426fa" />, </para>
        <para>3 november 2022<footnote-ref linkend="_817a2958-efb1-45b5-bbd7-8e0b4f05ee5c" />, 29 november 2022<footnote-ref linkend="_3c1f11d1-f5e6-4881-98d2-f5d89f607558" /> en 18 januari 2023<footnote-ref linkend="_074fb5e3-d39a-4f4b-acad-473e937de19d" /> hebben verweerders beslist op de bezwaren van eisers.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op verzoek van eisers zijn alle beroepen die niet al bij de rechtbank Den Haag waren ingesteld, met toepassing van artikel 8:13, eerste lid van de Awb, verwezen naar deze rechtbank. De rechtbank Den Haag heeft hiermee ingestemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de beroepen op 4 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser] en zijn gemachtigden, de gemachtigden van verweerders en mr. J.M.C. Schoondermark namens de korpschef van politie en [naam 3] namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek in de beroepen heropend om verweerders in de gelegenheid te stellen de onderliggende documenten waarin de persoonsgegevens zijn verwerkt aan de rechtbank over te leggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Verweerder heeft de onderliggende documenten overgelegd met de mededeling dat alleen de rechtbank kennis mag nemen van deze stukken.<footnote-ref linkend="_0905e8f9-a300-41bf-b156-df23622a705d" /> Eisers hebben de rechtbank toestemming verleend om kennis te nemen van de vertrouwelijke stukken.<footnote-ref linkend="_48d038e3-7874-41b7-8289-118890c37d95" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij het onderzoek zal sluiten, tenzij partijen aangeven dat zij op een nadere zitting willen worden gehoord. Partijen hebben niet verzocht om een nadere zitting. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaan de zaken over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eisers hebben een verzoek op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingediend bij het Taskforce RIEC Oost-Brabant om inzage te krijgen in de persoonsgegevens die door het RIEC over hen zijn geregistreerd en verwerkt. Dit verzoek is doorgestuurd naar de tien convenantpartners van het RIEC die afzonderlijk op het verzoek hebben beslist. Verweerders hebben aan eisers een overzicht verstrekt van persoonsgegevens die zij in 40 documenten hebben verwerkt. Verweerders hebben medegedeeld dat artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de AVG de grondslag vormde van de verwerking van de persoonsgegevens van eisers. De persoonsgegevens zijn verwerkt om de identiteit van eisers in de integrale samenwerking met alle convenantpartners te duiden.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat zijn de regels?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De relevante regels staan in de bijlage. De bijlage hoort bij de uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vinden eisers in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eisers stellen dat er sterke aanwijzingen zijn dat de RIEC-casus waar zij onderwerp van zijn niet rechtmatig is en dat hun persoonsgegevens onrechtmatig verwerkt en gedeeld zijn. Dat moeten zij op grond van de AVG kunnen controleren. Zij willen de onderste steen boven hebben. Verweerders hadden kopieën van de documenten moeten verstrekken, omdat controle van de rechtmatigheid van de verwerking niet mogelijk is aan de hand van het verstrekte overzicht. Uit het overzicht blijkt immers niet in welke context de persoonsgegevens verwerkt en gedeeld zijn.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beroepen van eiseres</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De vraag is of eiseres de AVG kan inroepen. Naar het oordeel van de rechtbank kan eiseres dat niet, omdat zij geen natuurlijke persoon is. Alleen natuurlijke personen kunnen een verzoek op grond van de AVG indienen. Dit volgt uit overweging 14 van de preambule van de AVG en uit de definitie van het begrip persoonsgegevens van artikel 4, aanhef en onder 1, van de AVG.<footnote-ref linkend="_7b37e3b4-48c0-45ad-b844-06701c3eb979" /></para>
    <para />
    <para>6. Nu eiseres geen natuurlijke persoon is, is de rechtbank van oordeel dat verweerders ten onrechte inhoudelijk hebben beslist op het inzageverzoek van eiseres. Verweerders hadden het verzoek dan ook moeten afwijzen. Omdat verweerders in plaats daarvan inhoudelijk op het verzoek en het bezwaar van eiseres hebben beslist, zijn de beroepen van eiseres gegrond. De rechtbank zal daarom de bestreden besluiten waarbij op het bezwaar van eiseres is beslist, vernietigen en zelf in de zaak voorzien door het verzoek alsnog af te wijzen en deze uitspraak in de plaats te stellen van de vernietigde besluiten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beroepen van eiser</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het door verweerders verstrekte overzicht met persoonsgegevens van eiser volledig is. Naar het oordeel van de rechtbank is dat niet zo. Zij overweegt daartoe als volgt.</para>
    <para />
    <para>8. De definitie van het begrip persoonsgegevens in artikel 4, aanhef en onder 1, van de AVG is zeer ruim. Het gaat om “alle informatie over een (…) natuurlijke persoon”. Het was de bedoeling van de Uniewetgever om een ruime betekenis te geven aan dit begrip, dat niet beperkt is tot gevoelige of persoonlijke informatie maar zich potentieel uitstrekt tot elke soort informatie, zowel objectieve informatie als subjectieve informatie in de vorm van meningen of beoordelingen, voor zover die informatie de betrokkene betreft. Daarvan is sprake als die informatie wegens haar inhoud, doel of gevolg gelieerd is aan een bepaalde persoon.<footnote-ref linkend="_b205620e-1a3e-48ec-902d-c75ebfe5e219" /></para>
    <para />
    <para>9. De gegevens die in het door verweerders verstrekte overzicht staan betreffen objectieve gegevens, zoals de namen van eiser en eiseres, de geboortedatum en het BSN-nummer van eiser, namen van vakantieparken, bedrijven, adressen en de kwalificatie van aandeelhouder/bestuurder. Het door verweerder verstrekte overzicht bevat geen subjectieve gegevens, of andersoortige informatie die eiser betreft. Na kennis te hebben genomen van de onderliggende stukken stelt de rechtbank vast dat deze documenten wel dit soort informatie en dus nog meer persoonsgegevens over eiser bevatten. Zo staan bijvoorbeeld in document 18 (Signaaldocument RIEC) meningen over eiser. Het overzicht dat verweerders aan eiser hebben verstrekt is dus niet volledig. Het lijkt erop dat verweerders zijn uitgegaan van een te beperkte definitie van persoonsgegevens. </para>
    <para />
    <para>10. Verweerders zullen daarom nog een keer moeten kijken of er in de 40 documenten persoonsgegevens van eiser staan, waarbij het moet gaan om informatie die wegens inhoud, doel of gevolg op eiser als natuurlijke persoon zien. Daarbij moet rekening worden gehouden met de rechten en vrijheden van anderen.<footnote-ref linkend="_0c59f349-f6e8-4049-a6d2-8144af420db6" /> Verweerders zullen ook moeten bezien of zij ten aanzien van deze gegevens kunnen volstaan met het opnemen daarvan in een overzicht, of dat het nodig is om inzage te bieden in de documenten zelf, omdat de context van het betreffende document van belang is om de juistheid van de persoonsgegevens te kunnen controleren. Verder moeten verweerders ten aanzien van een aantal van deze gegevens beoordelen in hoeverre het gaat om politiegegevens of justitiële of strafvorderlijke gegevens, waarop respectievelijk de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens van toepassing zijn.</para>
    <para />
    <para>11. Omdat niet is uitgesloten dat er naar aanleiding van de nieuwe beoordeling die verweerders moeten maken alsnog inzage in (delen van) documenten moet worden gegeven, komt de rechtbank nu niet toe aan de beroepsgrond dat verweerder kopieën van de documenten had moeten verstrekken.</para>
    <para />
    <para>12. De beroepen van eiser zijn gegrond omdat de bestreden besluiten waarbij op de bezwaren van eiser is beslist in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten waarbij op de bezwaren van eiser is beslist. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van de besluiten in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Dit omdat verweerder zelf een nieuwe beoordeling van de 40 documenten moet maken. Ook draagt de rechtbank niet aan verweerders op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). De rechtbank vindt dit geen doelmatige en efficiënte manier om de zaken af te doen. De rechtbank bepaalt daarom met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerders nieuwe besluiten op de bezwaren van eiser moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overschrijding redelijke termijn</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>13. Eisers hebben verzocht om toewijzing van een immateriële schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Eisers hebben in de meeste procedures bezwaarschriften ingediend op 24 juni 2022.<footnote-ref linkend="_480d4ad2-d721-40fa-a57e-275c5e7ae8d1" /> Uitgaande van een redelijke termijn van twee jaar, had in deze procedures dus uiterlijk op 24 juni 2024 uitspraak moeten worden gedaan. De rechtbank doet uitspraak op 9 december 2024. Dit levert een termijnoverschrijding op van ruim 5 maanden. Uitgaande van een schadebedrag van € 500,- per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond, kent de rechtbank eisers een schadevergoeding van € 500,- toe. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de procedures van eisers in beroep gezamenlijk zijn behandeld en betrekking hebben op hetzelfde onderwerp, zodat slechts eenmaal het tarief van € 500,- wordt gehanteerd.<footnote-ref linkend="_1e1f71b4-428d-41fc-b98a-06b6e262e53a" /> De termijnoverschrijding wordt volledig toegerekend aan de beroepsfase. Hieruit volgt dat de Staat € 500,- moet vergoeden aan eisers.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Proceskosten en griffierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>14. Omdat de beroepen gegrond zijn moeten verweerders het griffierecht dat eisers in elke procedure hebben betaald aan hen vergoeden. Eisers krijgen ook een vergoeding van hun proceskosten. Daarbij merkt de rechtbank de twintig beroepen aan als samenhangend, omdat ze allemaal op dezelfde rechtsvraag zien en gelijktijdig zijn behandeld.<footnote-ref linkend="_361cf74b-e7fc-47f5-8775-f6b79f16d652" /> Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen eiser en eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875,-. De gemachtigden van eiser en eiseres hebben in alle zaken een beroepschrift ingediend en hebben aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. Volgens de Bijlage bij het Bpb, onder C2, wordt voor vier of meer samenhangende zaken een wegingsfactor van 1,5 toegepast. Dit levert een proceskostenvergoeding op van € 2.625,-. Dit bedrag dient te worden gedeeld door het totaal aantal samenhangende zaken (€ 2.625,- ÷ 20) zodat de proceskostenvergoeding voor iedere zaak € 131,25 bedraagt. Verweerders moeten deze vergoeding betalen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de beroepen gegrond;</para>
    <para>- vernietigt de besluiten van 5 augustus 2022, 2 september 2022, 20 september 2022, </para>
    <para>18 oktober 2022, 24 oktober 2022, 3 november 2022, 29 november 2022 en 18 januari 2023;</para>
    <para>- draagt verweerders op nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren van eiser met inachtneming van deze uitspraak;</para>
    <para>- wijst het inzageverzoek van eiseres af en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;</para>
    <para>- veroordeelt de Staat tot betaling van € 500,- aan schadevergoeding aan eisers;</para>
    <para>- bepaalt dat verweerders 1 tot en met 9 het griffierecht van € 181,- aan eiser moeten vergoeden;</para>
    <para>- bepaalt dat verweerder 10 het griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden;</para>
    <para>- bepaalt dat verweerders 1 tot en met 9 het griffierecht van € 360,- aan eiseres moeten vergoeden;</para>
    <para>- bepaalt dat verweerder 10 het griffierecht van € 365,- aan eiseres moet vergoeden;</para>
    <para>- veroordeelt verweerders ieder tot betaling van € 131,25 (totaal € 2.625,-) aan proceskosten aan zowel eiser als eiseres.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzitter, en mr. M.J.L. van der Waals en mr. O.L. van Daalen, leden, in aanwezigheid van mr. M. de Graaf en Y.E. de Loos, griffiers. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 1 Onderwerp en doelstellingen</para>
    </parablock>
    <para>1. Bij deze verordening worden regels vastgesteld betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van persoonsgegevens.</para>
    <para>[…].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 4 Definities </para>
      <para>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: </para>
      <para>1) „persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon („de betrokkene”); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon;</para>
      <para>[…].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 15 Recht van inzage van de betrokkene </para>
    </parablock>
    <para>1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie: </para>
    <para>a. a) de verwerkingsdoeleinden; </para>
    <para>b) de betrokken categorieën van persoonsgegevens; </para>
    <para>c) de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties; </para>
    <para>d) indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen; </para>
    <para>e) dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist, of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken; </para>
    <para>f) dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit; </para>
    <para>g) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens; </para>
    <para>h) het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene. </para>
    <para>[…]</para>
    <para>3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Indien de betrokkene om bijkomende kopieën verzoekt, kan de verwerkingsverantwoordelijke op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding aanrekenen. Wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch indient, en niet om een andere regeling verzoekt, wordt de informatie in een gangbare elektronische vorm verstrekt. </para>
    <para>4. Het in lid 3 bedoelde recht om een kopie te verkrijgen, doet geen afbreuk aan de rechten en vrijheden van anderen.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_39949291-c519-4a79-baf5-657ff5c23fff" label="1">
    <para> Van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_76ea3475-1247-4825-af45-a1e2fd7836f6" label="2">
    <para> Van het college van procureurs-generaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_34c134a2-1982-4c76-ad63-7422d9839a05" label="3">
    <para> Van het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c0edafb-2aa3-47f5-a2bd-ac01e9febb6c" label="4">
    <para> Van het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a61758f9-4417-4f98-b31b-569b2da426fa" label="5">
    <para> Van de korpschef van politie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_817a2958-efb1-45b5-bbd7-8e0b4f05ee5c" label="6">
    <para> Van het college van burgemeester en wethouders van Asten.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3c1f11d1-f5e6-4881-98d2-f5d89f607558" label="7">
    <para> Van de colleges van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende, Cranendonck en Valkenswaard.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_074fb5e3-d39a-4f4b-acad-473e937de19d" label="8">
    <para> Van de minister van Financiën.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0905e8f9-a300-41bf-b156-df23622a705d" label="9">
    <para> Artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48d038e3-7874-41b7-8289-118890c37d95" label="10">
    <para> Artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7b37e3b4-48c0-45ad-b844-06701c3eb979" label="11">
    <para> Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS: 2022:319.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b205620e-1a3e-48ec-902d-c75ebfe5e219" label="12">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 20 december 2017, ECLI:EU:C:2017:994, punt 34-35. Zie ook het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 maart 2023, ECLI:NL:GHARL:2024:1924.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0c59f349-f6e8-4049-a6d2-8144af420db6" label="13">
    <para> Artikel 15, vierde lid, van de AVG.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_480d4ad2-d721-40fa-a57e-275c5e7ae8d1" label="14">
    <para> Tegen de besluiten van het college van procureurs-generaal en de minister van Financiën zijn op </para>
    <para>8 juli 2022 bezwaarschriften ingediend. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e1f71b4-428d-41fc-b98a-06b6e262e53a" label="15">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 18 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3858.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_361cf74b-e7fc-47f5-8775-f6b79f16d652" label="16">
    <para> Als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>