<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:20815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-12T09:00:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.38152</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:20815">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:20815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-12T09:00:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:20815 Rechtbank Den Haag , 09-12-2024 / NL24.38152</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:20815:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel, veiligheidssituatie in Nigeria, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:20815:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.38152 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , eiser</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.P. Arts).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 26 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 28 november 2024 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen het bestreden besluit. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is<emphasis role="italic">.</emphasis> Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het asielrelaas</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser is geboren op [datum] 1990 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Hij heeft op 9 augustus 2022 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij risico loopt op ernstige schade door de algemene situatie in Nigeria.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Eiser heeft echter niet onderbouwd waarom hij persoonlijk te vrezen heeft voor de algemene situatie in Nigeria. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van eiser</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Eiser kan zich niet vinden in het bestreden besluit. Hij voert aan dat de situatie in Nigeria dermate slecht is dat sprake is van een situatie als bedoeld in 15c van de Kwalificatierichtlijn.<footnote-ref linkend="_44edfd2a-c2fd-4f3c-b910-0110bd684faf" /> Dit volgt uit een rapport van USDOS<footnote-ref linkend="_da5c96b7-3905-4de3-8a79-1111bc37921c" /> en een EUAA<footnote-ref linkend="_c7bf8b92-1840-4833-8d4d-dff8f59343c6" /> country focus rapport.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Verweerder heeft zich niet ten onrechte en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser onvoldoende individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht waaruit volgt dat hij te vrezen heeft voor de algemene situatie. </para>
    <para />
    <para>7. Uit het Algemeen Ambtsbericht Nigeria<footnote-ref linkend="_935bd532-bc02-4558-a782-b7eb5789e833" /> en de Kamerbief over Landenbeleid Nigeria van 9 mei 2023 volgt dat de algemene veiligheidssituatie is verslechterd en dat er een toename is van geweld en dat in grote delen van het land geen effectieve bescherming is vanuit de overheid. Dit wordt in de door eiser overgelegde rapporten bevestigd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder echter niet ten onrechte geconcludeerd dat uit de rapporten niet volgt dat de situatie in Nigeria dusdanig ernstig is dat sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Eiser moet om die reden met individuele en persoonlijke omstandigheden aannemelijk maken dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege het willekeurig geweld.<footnote-ref linkend="_88ef61ca-3c68-4e27-8aec-8bbd1f0a9300" /> Er zijn geen persoonlijke omstandigheden door eiser naar voren gebracht. Verweerder heeft dan ook niet ten onrechte geoordeeld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij risico loopt op ernstige schade. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. </para>
      <para>Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 9 december 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_44edfd2a-c2fd-4f3c-b910-0110bd684faf" label="1">
    <para> Richtlijn 2011/95/EU.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_da5c96b7-3905-4de3-8a79-1111bc37921c" label="2">
    <para> US Department of State, 2023 Country Report on Human Rights Practices: Nigeria. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c7bf8b92-1840-4833-8d4d-dff8f59343c6" label="3">
    <para> European Union Agency for Asylum. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_935bd532-bc02-4558-a782-b7eb5789e833" label="4">
    <para> AAB Nigeria, januari 2023.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_88ef61ca-3c68-4e27-8aec-8bbd1f0a9300" label="5">
    <para> Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 9 november 2023, ECLI:EU:C:2023:843.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>