<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:19970</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-02T14:31:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.36367 V en NL24.36368 V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19970">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19970</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-02T14:31:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:19970 Rechtbank Den Haag , 28-11-2024 / NL24.36367 V en NL24.36368 V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:19970:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzet, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:19970:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL24.36367 V en NL24.36368 V</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [oppossant 1]
        </emphasis>, opposant 1,<footnote-ref linkend="_27a71bed-9809-41dd-b41a-536a8e3ba1c1" /></para>
      <para>V-nummer: [V-nummer 1]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [oppossant 2]
        </emphasis>, opposant 2,</para>
      <para>V-nummer: [V-nummer 2]</para>
      <para>Hierna gezamenlijk te noemen: opposanten,</para>
      <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 2 oktober 2024<footnote-ref linkend="_a89e54c3-9344-4210-9684-32ec34e27be3" />, bekendgemaakt op 3 oktober 2024, heeft de rechtbank het beroep van opposanten kennelijk niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.<footnote-ref linkend="_051a6bb8-71f8-44a6-a205-8e2d261161fb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposanten hebben tegen deze uitspraak verzet ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposanten hebben niet verzocht om op zitting te worden gehoord. De rechtbank doet op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van opposanten tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen niet-ontvankelijk verklaard, omdat de beslistermijn gelet op de WBV 2023/3<footnote-ref linkend="_4adabe75-c848-47d2-af83-7b62de89acce" /> nog niet was verstreken. Dit betekent dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend, hetgeen heeft geleid tot een niet-ontvankelijk beroep.</para>
    <para />
    <para>2. In verzet kan alleen worden beoordeeld of de bestuursrechter terecht tot zijn kennelijke oordeel is gekomen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in het geval van een behandeling op zitting in beroep ook hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de kennelijke uitkomst.</para>
    <para />
    <para>3. Opposanten voeren het volgende aan. Er is sprake van divergentie binnen de rechtspraak over de rechtsgeldigheid van de verlenging van beslistermijn in asielzaken, waardoor deze zaak zich niet leent voor afdoening buiten zitting. Ter onderbouwing verwijzen opposanten naar verschillende uitspraken<footnote-ref linkend="_e78e3c55-81ef-4eff-adbc-9aa07df84029" /> waarin is  geoordeeld dat de beslistermijn voor asielaanvragen die zijn ingediend in 2023 niet rechtsgeldig met negen maanden is verlengd middels de WBV 2023/3. Ook verwijzen opposanten naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch.<footnote-ref linkend="_67db4ea8-31e3-471e-ad99-69a532a2502d" /> Dit betreft een vergelijkbare zaak waarin het verzet gegrond is verklaard.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding voor het oordeel dat niet tot een kennelijk oordeel kon worden gekomen. In verzet zijn geen argumenten naar voren gebracht die in het geval van een normale behandeling (ter zitting) hadden kunnen worden  aangevoerd en waardoor twijfel zou zijn ontstaan over de uitkomst van het beroep.<footnote-ref linkend="_757eee04-0f56-4335-88c1-73f285ea631b" /> In de aangevallen uitspraak is verwezen naar de uitspraken van deze zittingsplaats van 19 april 2024<footnote-ref linkend="_0b4b8092-76e4-4afc-b83f-da264a131e85" />. In deze uitspraken heeft de rechtbank overwogen dat de beantwoording van de aanhangige prejudiciële vragen niet kan worden afgewacht. Dat sprake is van divergerende rechtspraak staat naar het oordeel van de rechtbank als zodanig niet in de weg aan vereenvoudigde afdoening van de zaken. </para>
    <para />
    <para>5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 28 november 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</title>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_27a71bed-9809-41dd-b41a-536a8e3ba1c1" label="1">
    <para> Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a89e54c3-9344-4210-9684-32ec34e27be3" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2024:16142.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_051a6bb8-71f8-44a6-a205-8e2d261161fb" label="3">
    <para> Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4adabe75-c848-47d2-af83-7b62de89acce" label="4">
    <para> Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235; in werking getreden op 26 januari 2023.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e78e3c55-81ef-4eff-adbc-9aa07df84029" label="5">
    <para> Opposanten verwijzen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 24 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:617, de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 13 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3346 en de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 20 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3828.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_67db4ea8-31e3-471e-ad99-69a532a2502d" label="6">
    <para> Van 5 oktober 2023, ECLI:NL:RBOBR:2024:2192.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_757eee04-0f56-4335-88c1-73f285ea631b" label="7">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2177.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0b4b8092-76e4-4afc-b83f-da264a131e85" label="8">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2024:5735 en ECLI:NL:RBDHA:2024:5737.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>