<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:19835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:09:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/675870/KG RK 24-1623</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2024/2413</rdf:li>
          <rdf:li>NDFR Nieuws 2024/1993</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2024/2000 met annotatie van mr. I. van Wijk</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2024/56.14.7</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19835">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-28T16:56:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:19835 Rechtbank Den Haag , 28-11-2024 / C/09/675870/KG RK 24-1623</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:19835:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek afgewezen. Het betreft een procedurele beslissing van de rechter die als zodanig, gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, nooit grond voor wraking kan vormen. De overige stellingen van verzoeker zijn onvoldoende geconcretiseerd om een grond voor wraking van de rechter te kunnen zijn. Wrakingsverbod.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:19835:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wrakingnummer 2024/91</para>
      <para>zaak- /rekestnummer: C/09/675870  / KG RK 24-1623</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 28 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op de verzoeken van </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [verzoeker 1] ,</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[verzoeker 2] ,</emphasis></para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[verzoeker 3] ,</emphasis></para>
    <para>4. <emphasis role="bold">[verzoeker 4] B.V.,</emphasis></para>
    <para>5. <emphasis role="bold">[verzoeker 5] B.V.,</emphasis></para>
    <para>6. <emphasis role="bold">Stichting [verzoeker 6] B,</emphasis></para>
    <para>7. <emphasis role="bold">[verzoeker 7] B.V.,</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: verzoekers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gemachtigde van de verzoekers: mr. D.A.N. Bartels MRE (Bartels Consultancy B.V.),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M.A. Dirks, </para>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het schriftelijke wrakingsverzoek met bijlagen is ingediend per e-mail d.d. 15 november 2024 (met bijlagen) van mr. Bartels, die is gevolgd door e-mails (met bijlagen) van 18 november 2024 van mr. Bartels en de e-mail van mr. Bartels van 23 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek dat strekt tot wraking van de rechter is gedaan in de zaken met de nummers SGR 23/5869 WOZ, SGR 23/5870 WOZ, SGR 23/5911 WOZ, SGR 23/5933 WOZ, SGR 23/5985 WOZ, SGR AWB 23/6467 WOZ, SGR 23/6501 WOZ, SGR 23/6502 WOZ, SGR 23/6503 WOZ en SGR 23/6550 WOZ (hierna: de hoofdzaken). De behandeling van deze zaken zou plaatsvinden op 19 november 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het wrakingsverzoek luidt, voor zover van belang voor de beoordeling van het wrakingsverzoek, als volgt:  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">“e-mail 15 november 2024:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik (s)tel(de) enkele vragen waarop ik nog geen compleet antwoord mocht ontvangen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik zie tal van opmerkingen waarop nog niet adequaat is gereageerd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vide met name de inhoud en strekking van mijn brief én alle bijbehorende bijlagen waarop uw negatieve reactie volgde bij brief/brieven d.d. 9 oktober jl.!</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik constateer dat de inhoud en strekking van de producties niet in de beraadslagingen uwerzijds tot op dit moment is betrokken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In essentie: waarom niet direct bewilligd in een uitstel nu ik tijdig nadrukkelijk heb aangegeven dat ik deze dag -al tijden geleden: concreet sedert 17 april jl.- ben ingehuurd door het Gerechtshof Amsterdam? Ik voeg nogmaals bij kopie van het bewijs.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wilt u mij svp de goede ontvangst én correcte verwerking aanstaande maandagmorgenvroeg als eerste schriftelijk bevestigen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tot slot vertrouw ik op -in ieder geval- een uitstel van de eenzijdig door u aangezegde reeks van inhoudelijke mondelinge behandelingen dinsdag 19 november aanstaande (aanvangende) om 09.30 uur.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Plus graag een nieuwe datum en aanvangstijdstip in én na goed onderling overleg vast te stellen c.q. over een te komen.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">“e-mail 18 november 2024 (11:17 uur):</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">…graag even terug naar de kern: vide svp de 6 bijgevoegde uitnodigingen van het Gerechtshof Amsterdam voor een zestal achtereenvolgende mondelinge behandelingen aldaar.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze Rechter wraak ik mede om reden dat ik morgen NIET op twee plaatsen fysiek tegelijkertijd aanwezig kan zijn.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verwijs u onder meer naar mijn recente epistels gericht aan uw Rechtbank waarbij ik steeds -keer-op-keer- aangeef wanneer ik wel/niet beschikbaar ben én in welke missives ik u steeds opnieuw weer verzoek om (voor)overleg omtrent voor ons allemaal geschikte behandeldata te uwent.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">U(w gremium) ignoreert die én zulks is óók klachtwaardig.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wanneer organiseert u een mondelinge behandeling van mijn wrakingsverzoek(en) én van mijn -inmiddels- meervoudige én meerledige klacht?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegelijkertijd of aansluitend?”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">“e-mail 23 november 2024:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“RE: Dát ene wrakingsverzoek wordt hierdoor ingetrokken op voorwaarde dat wij...</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">…alsnog  een datum en tijdstip in goed onderling overleg afspreken voor deze reeks van mondelinge behandelingen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Trek ik de klacht óók meteen in!”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Naar de wrakingskamer begrijpt is de gemachtigde van verzoekers van mening dat de rechter jegens hem (en verzoekers) vooringenomen is, omdat de rechter niet heeft bewilligd in het verzoek om de zittingen in de hoofdzaken op een andere datum te laten plaatsvinden. Verder is op tal van opmerkingen van de gemachtigde van verzoekers in zijn brief van 9 oktober 2024 nog niet adequaat gereageerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Een beslissing om een zitting al dan niet te verplaatsen is een procedurele beslissing. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nooit grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Ook uit het niet reageren op opmerkingen in een brief kan geen (vrees voor) vooringenomenheid van de rechter worden afgeleid. Gelet hierop en op het ontbreken van andere feiten of omstandigheden waaruit de wrakingskamer de vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden, wordt het wrakingsverzoek afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wrakingsverbod</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het is de wrakingskamer ambtshalve bekend dat mr. Bartels recent meerdere wrakingsverzoeken heeft ingediend, die niet tot gegrondverklaring hebben geleid en buiten zitting zijn afgedaan (met kenmerken C/09/662473 / KG RK 24-331, C/09/662487 / KG RK 24-334, C/09/662693 / KG RK 24-348, C/09/662703 / KG RK 24-351, C/09/665588 / KG RK 24-623, C/09/666209 / KG RK 24-709, C/09/673526 / KG RK 24-1396 en C/09/673536 / KG RK 24-1398). Gezien deze eerdere wrakingsverzoeken en de onderbouwing daarvan, concludeert de wrakingskamer dat hij het middel van wraking gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan het frustreren van de voortgang van de procedures. Daarmee is sprake van misbruik. Gelet hierop ziet de wrakingskamer aanleiding te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaken dat wordt ingediend door mr. Bartels als gemachtigde van verzoekers niet meer in behandeling genomen zal worden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buiten zitting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Voor een behandeling van het wrakingsverzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek tot wraking af; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaken dat wordt ingediend door mr. Bartels niet in behandeling zal worden genomen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan: </para>
        <para>		•	verzoekers p/a hun gemachtigde mr. D.A.N. Bartels MRE;</para>
        <para>•	de wederpartijen in de hoofdzaken;</para>
        <para>		•	de rechter.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2024. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier 							de voorzitter </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>