<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:19797</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-28T13:20:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.27103</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19797">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19797</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-28T13:19:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:19797 Rechtbank Den Haag , 18-11-2024 / NL24.27103</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:19797:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proces-verbaal van mondelinge uitspraak. Met de vergunning ‘medische behandeling’ heeft eiseres verblijfsrecht tot 2 november 2025; zij heeft geen plicht meer om Nederland te verlaten. Met procedure over afwijzing verzoek om uitstel van vertrek van 1 november 2022 kan eiseres niks meer bereiken. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:19797:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>proces-verbaal uitspraak</para>
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="f22577ce-c0db-4ea4-bd17-6568dcebb17f" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="2554ced7-888b-4c38-98e4-21e116c7c32a" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
  </para>
  <section>
    <title>RECHTBANK DEN HAAG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.27103</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiseres] , V-nummer: [V nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Minister van Asiel en Migratie1, (gemachtigde: mr. W. Epema).</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 9 mei 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 21 juni 2024 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de minister van 21 juni 2024 op 13 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: E.A. Tsjoepieva als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. Procesbelang is een voorwaarde voor ontvankelijkheid. Voor de rechtbank toe kan komen aan een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit, toetst de rechtbank ambtshalve of sprake is van procesbelang.</para>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="679144f6-4f9a-42ed-8a9e-a271a6e12551" depth="2" width="193" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. Procesbelang houdt in dat iemand een resultaat nastreeft met de procedure dat ook daadwerkelijk kan worden bereikt met die procedure. Bovendien moet het realiseren van dat resultaat voor eiser feitelijk betekenis hebben. Het hebben van alleen een formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.</para>
    <para />
    <para>4. Niet in geschil is dat hangende deze procedure over de aanvraag van eiseres om uitstel van vertrek van 1 november 2022 en voorafgaand aan de beslissing op bezwaar van 21 juni 2024 aan eiseres uitstel van vertrek is verleend tot 2 november 2024. Inmiddels is aan eiseres bij besluit van 24 oktober 2024 ook een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘medische behandeling’ verleend. Het gevolg van deze vergunning is dat zij verblijfsrecht heeft tot 2 november 2025 en dat zij geen plicht meer heeft om Nederland te verlaten.</para>
    <para>5. Dat betekent dat met een procedure over de afwijzing van haar verzoek om uitstel van vertrek van 1 november 2022 geen resultaat kan worden bereikt die nog feitelijke betekenis heeft voor eiseres.</para>
    <para />
    <para>6. De enkele behoefte om erkenning van de door eiseres gestelde onrechtmatigheid van de afwijzing in 2023 duidt op een principieel belang en biedt geen grond voor procesbelang.</para>
    <para />
    <para>7. Ook het verzoek om proceskosten in bezwaar kan niet leiden tot een procesbelang. Hierbij verwijst de rechtbank naar uitspraak van Centrale Raad van Beroep van</para>
    <para>2 april 20242, waar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich bij heeft aangesloten bij uitspraak van 19 juni 20243. De rechtbank ziet in wat is aangevoerd geen aanleiding om hier van af te wijken en alsnog procesbelang aan te nemen.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>8. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    <para />
    <para>9. Partijen kunnen tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2024 door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="7d318c2c-e5f6-49b3-9a04-34cd39b121d6" depth="2" width="193" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>2 ECLI:NL:CRVB:2024:635.</para>
    <para>3 ECLI:NL:RVS:2024:2508.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>18 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="92da71c9-68ed-4292-b0d1-d8e5b13fbd9f" depth="89" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>