<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:19776</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-28T13:46:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.39979</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19776">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19776</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-28T13:42:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:19776 Rechtbank Den Haag , 25-11-2024 / NL24.39979</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:19776:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel; Dublin, Kroatië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 17 van de Dvo, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:19776:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.39979 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , v-nummer: [nummer] , eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Nourhussen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie</title>
    <para>(gemachtigde: mr. L.O. Augustinus).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 7 oktober 2024 niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Totstandkoming van het besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.<footnote-ref linkend="_356fe795-a28d-4a2b-a7b0-9af49e7f858a" /> In dit geval heeft Nederland bij Kroatië een verzoek om terugname gedaan. Kroatië heeft dit verzoek aanvaard op grond van artikel 20, vijfde lid van de Dublinverordening. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Mag de minister uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Kroatië?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Eiseres voert aan dat de minister niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan gaan voor Kroatië. Sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 13 september 2023<footnote-ref linkend="_62392ce7-51b9-4900-bda4-abb06288a14a" /> zijn er nieuwe ontwikkelingen in de rechtspraak. Zo heeft de Afdeling een zitting gehad over de vraag of nog van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan worden gegaan gezien de situatie over de opvangvoorzieningen en het risico op pushbacks in Kroatië. Ook heeft de Afdeling vragen gesteld aan de minister mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 29 februari 2024.<footnote-ref linkend="_4066fc25-3e3d-4319-a0bc-b6dd95dc9c87" /> De minister moet daarom nader onderzoek doen naar de situatie van Dublinterugkeerders in Kroatië.<footnote-ref linkend="_6ebe9093-278d-4273-b822-99ffbfe682bc" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. De Afdeling heeft op 9 oktober 2024<footnote-ref linkend="_206ed5b6-237d-4a33-b5d0-48639e6abb17" /> uitspraak gedaan en, mede naar aanleiding van de eerder gestelde vragen geoordeeld dat de minister bij de toepassing van de Dublinverordening voor Kroatië nog steeds uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Niet is gebleken van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Kroatië waarvan de minister niet onkundig kon zijn en op grond waarvan hij de in die zaak betrokken vreemdeling niet had mogen overdragen aan Kroatië. Deze rechtbank en zittingsplaats is eerder ook tot dat oordeel gekomen.<footnote-ref linkend="_158f1267-50c1-4af5-9bee-f781ad56e8da" /> De persoonlijke ervaringen van eiseres bieden ook geen grond voor het oordeel dat er sprake is van structurele tekortkomingen van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Kroatië. Niet is gebleken of gesteld dat eiseres zelf slachtoffer is geweest van pushbacks of nadeel heeft ondervonden van het gestelde tekort in opvangvoorzieningen in Kroatië. Zij heeft namelijk, nadat haar vingerafdrukken waren afgenomen, slechts twee dagen in Kroatië verbleven en daar opvang genoten.<footnote-ref linkend="_d2b843c0-a9b9-4479-b316-ce7e8efba728" /> De minister heeft er tot slot terecht op gewezen dat niet gebleken is dat eiseres bij voorkomende problemen niet kan klagen bij de Kroatische autoriteiten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Had de minister de asielaanvraag onverplicht moeten behandelen?</emphasis>
        </para>
        <para>5.	Eiseres voert aan dat de minister toepassing had moet geven aan artikel 17 van de Dublinverordening. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij, gelet op de persoonlijke ervaringen van eiseres, de asielaanvraag niet onverplicht moet behandelen.<footnote-ref linkend="_dc5ae54f-7603-4b09-98ce-ceb10e8a9682" /> Zo moest eiseres in Kroatië gedwongen haar vingerafdrukken afgeven en werd haar daarna verzocht het land te verlaten. Naar een dergelijk land wenst eiseres niet terug te keren.</para>
        <para>Eiseres merkt verder op dat de beoordeling of een overdracht getuigt van onevenredige hardheid is een andere beoordeling dan die van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.<footnote-ref linkend="_e6c8c639-e441-419f-b24d-30fdc244cf0e" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte geen toepassing gegeven aan artikel 17 van de Dublinverordening. De minister trekt een asielaanvraag onverplicht aan zich onder andere als bijzondere, individuele omstandigheden maken dat de overdracht aan de andere lidstaat van onevenredige hardheid getuigt. De enkele omstandigheid dat van eiseres gedwongen vingerafdrukken zijn afgenomen leidt niet tot de conclusie dat de minister toepassing had moeten geven aan artikel 17 van de Dublinverordening. Deze persoonlijke ervaringen in Kroatië zijn daarnaast al door de minister in de besluitvorming betrokken bij de beoordeling of nog mag worden uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De minister hoeft dezelfde persoonlijke ervaringen in dat geval niet nogmaals te toetsen in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_c71f693b-51c2-4d27-b364-002514eaa813" />  Dit oordeel heeft de Afdeling recent herhaald.<footnote-ref linkend="_37d3e690-7691-42f5-9c2d-81c3d61ac844" />Eiseres heeft geen andere omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden, waardoor de minister de asielaanvraag van eiseres aan zich moet trekken.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_356fe795-a28d-4a2b-a7b0-9af49e7f858a" label="1">
    <para> Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_62392ce7-51b9-4900-bda4-abb06288a14a" label="2">
    <para> ABRvS 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3411.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4066fc25-3e3d-4319-a0bc-b6dd95dc9c87" label="3">
    <para> ECLI:EU:C:2024:195.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6ebe9093-278d-4273-b822-99ffbfe682bc" label="4">
    <para> Eiseres verwijst daarbij naar Rb. Den Haag (zp. ’s-Hertogenbosch) 20 augustus 2024, zaaknummer: NL24.23789 (niet gepubliceerd). Rb. Den Haag (zp. ’Amsterdam) 17 juli 2024, zaaknummer: NL23.22621 (niet gepubliceerd). Rb. Den Haag (zp. ’s-Hertogenbosch) 6 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1226.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_206ed5b6-237d-4a33-b5d0-48639e6abb17" label="5">
    <para> ABRvS 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4037.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_158f1267-50c1-4af5-9bee-f781ad56e8da" label="6">
    <para> ABRvS 8 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16284.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2b843c0-a9b9-4479-b316-ce7e8efba728" label="7">
    <para> Pagina 6 van het aanmeldgehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dc5ae54f-7603-4b09-98ce-ceb10e8a9682" label="8">
    <para> Eiser verwijst daarbij naar Rb. Den Haag (zp. Amsterdam) 6 augustus 2024, zaaknummer: NL24.21241 (niet gepubliceerd). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6c8c639-e441-419f-b24d-30fdc244cf0e" label="9">
    <para> Eiseres verwijst daarbij naar Rb. Den Haag (zp. Amsterdam) 30 juli 2024, zaaknummer: NL24.23250 (niet gepubliceerd). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c71f693b-51c2-4d27-b364-002514eaa813" label="10">
    <para> ABRvS 14 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3164.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_37d3e690-7691-42f5-9c2d-81c3d61ac844" label="11">
    <para> Zie ABRvS 30 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1778 &amp; ABRvS 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1860.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>