<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:193</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-10T16:02:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.40219</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:193">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:193</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-10T16:02:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:193 Rechtbank Den Haag , 05-01-2024 / NL23.40219</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:193:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eerste beroep bewaring – buiten zitting – geen bijstand van raadsman voorafgaand aan gehoor – ondertekening en uitreiking van de maatregel – grondslagwijziging - ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:193:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.40219</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R. Deniz),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 20 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_b868a4c3-1366-4938-b595-e83faaad38fc" /> opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft desgevraagd ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep. Op 28 december 2023 heeft eiser de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 29 december 2023 een reactie daarop ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 3 januari 2024 het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijstand van raadsman voorafgaand aan het gehoor</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser merkt op dat hij niet te spreken is over de wijze waarop verweerder de toegang tot zijn gemachtigde heeft beperkt. De gemachtigde van eiser had voorgesteld om eiser voorafgaand aan het gehoor (telefonisch) te consulteren en indien nodig, bij het gehoor aanwezig te zijn. Het gesprek voorafgaand aan het gehoor werd echter niet gefaciliteerd door verweerder. </para>
    <para>3. Naar het oordeel van de rechtbank leidt deze handelswijze van verweerder niet tot een gebrek. Verweerder is immers niet verplicht om de gelegenheid te bieden voor een (telefonisch) gesprek met een advocaat voorafgaand aan een gehoor. Voor de gemachtigde van eiser bestond wel de mogelijkheid om eiser tijdens het gehoor bij te staan, maar uit het proces-verbaal van gehoor blijkt dat de gemachtigde had aangegeven niet bij het gehoor aanwezig te kunnen/willen zijn en eiser op een later moment te willen bezoeken. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ondertekening en uitreiking van de maatregel van bewaring </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat geen sprake is van een rechtsgeldige maatregel, omdat deze niet is ondertekend en uitgereikt. Subsidiair voert eiser aan dat de uitreiking niet in overeenstemming met artikel 5.3, eerste lid, van het Vb<footnote-ref linkend="_bbc71e5b-5b67-4d96-bddb-6d344697463c" /> heeft plaatsgevonden. Verweerder kan ook niet volstaan met de mededeling dat aan eiser een standaardflyer is uitgereikt, nu het dossier geen proces-verbaal van die uitreiking bevat. </para>
    <para />
    <para>5. Anders dan eiser stelt, is de maatregel van bewaring wel degelijk ondertekend. Uit de maatregel blijkt dat om 15:42 uur een digitale handtekening is geplaatst, waarna de maatregel om 15:55 uur is opgelegd. Verder blijkt uit de maatregel dat een afschrift daarvan onmiddellijk aan eiser is uitgereikt met daarbij de informatiebrief ‘waarom u in bewaring bent gesteld’ in de Arabische taal. De rechtbank ziet geen aanleiding voor twijfel hieraan, nu deze mededeling in de ondertekende maatregel is opgenomen. Eiser wordt daarom niet in zijn stelling gevolgd dat de maatregel niet is uitgereikt dan wel niet in overeenstemming met artikel 5.3, eerste lid, van het Vb is uitgereikt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gronden van de maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. </para>
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft als zware gronden<footnote-ref linkend="_cb1a5ccb-1993-47e4-b2aa-e33700b1d58e" /> vermeld dat eiser:<?linebreak?>3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;<?linebreak?>3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;<?linebreak?>3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;<?linebreak?>3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;<?linebreak?>3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;</para>
      <para>
        <?linebreak?>en als lichte gronden<footnote-ref linkend="_88cec2cd-e700-47bc-90ee-af5276b328e4" /> vermeld dat eiser:<?linebreak?>4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;<?linebreak?>4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;<?linebreak?>4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;<?linebreak?>4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Eiser heeft de zware en lichte gronden niet betwist. De gronden zijn feitelijk juist en voldoende toegelicht, zodat deze de maatregel van bewaring kunnen dragen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Grondslagwijziging en voortvarendheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Eiser voert verder aan dat verweerder onvoldoende voortvarend de grondslag van de maatregel heeft gewijzigd. Uit het dossier blijkt niet duidelijk wanneer eiser zijn asielaanvraag wilde intrekken en wanneer verweerder dit heeft opgepakt.</para>
    <para />
    <para>9. Eiser wordt hierin niet gevolgd. Vooropgesteld wordt dat in het kader van dit beroep niet ter toetsing staat of de vorige maatregel van bewaring tijdig is opgeheven. De rechtbank volgt verweerder voorts in zijn, volledigheidshalve ingenomen, standpunt dat sprake is van voldoende voortvarend handelen bij de omzetting van de maatregel, nu eiser op 18 december 2023 kenbaar heeft gemaakt zijn asielaanvraag in te willen trekken en de huidige maatregel binnen twee dagen, namelijk op 20 december 2023, is opgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toets</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing ook niet tot het oordeel dat de maatregel van</para>
    <parablock>
      <para>bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig</para>
      <para>was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>11. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>- verklaart het beroep ongegrond;<?linebreak?>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_b868a4c3-1366-4938-b595-e83faaad38fc" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bbc71e5b-5b67-4d96-bddb-6d344697463c" label="2">
    <para> Vreemdelingbesluit 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cb1a5ccb-1993-47e4-b2aa-e33700b1d58e" label="3">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_88cec2cd-e700-47bc-90ee-af5276b328e4" label="4">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>