<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:19061</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-19T15:30:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.43812</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19061">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:19061</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-19T14:49:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:19061 Rechtbank Den Haag , 19-11-2024 / NL24.43812</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:19061:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring artikel 59-1-a van de Vw, volgberoep. De lp-aanvraag dateert al van bijna een jaar geleden, de minister kan naar het oordeel van de rechtbank niet meer volstaan met alleen schriftelijke rappels. Op zitting is gebleken dat ook op dossierniveau is gerappelleerd, dit is per abuis niet opgenomen in de M120. De M120 is dan ook gebrekkig. De rechtbank passeert het gebrek met toepassing van art. 6:22 van de Awb. Eiser is hierdoor niet benadeeld, het betreft enkel een kenbaar motiveringsgebrek en het gebrek heeft geen gevolgen voor de voortduring van de bewaring. Beroep ongegrond, toekenning proceskostenvergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:19061:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.43812</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum],</para>
      <para>van Algerijnse nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [V-nummer] </para>
      <para>(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister van Asiel en Migratie,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: drs. B.H. Wezeman).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft op 23 augustus 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 15 november 2024 op zitting behandeld. Eiser is met kennisgeving niet verschenen. De gemachtigde van eiser is verschenen op de rechtbank in Groningen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring eenmaal eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 11 september 2024 (in de zaak NL24.33554) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 6 september 2024. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voortvarendheid </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiser voert aan dat niet voldoende voortvarend wordt gehandeld. De laissez-passeraanvraag (lp) ten behoeve van eiser dateert van 5 december 2023. Sindsdien wordt er periodiek schriftelijk gerappelleerd, volgens de in het dossier aanwezige M120 voor het laatst op 22 oktober 2024. Dit is volgens eiser niet meer voldoende, temeer nu zicht op uitzetting naar Algerije weer wordt aangenomen en er ook daadwerkelijk lp’s worden verstrekt. Gezien deze gewijzigde situatie ten opzichte van Algerije en gelet op de lp-aanvraag van al bijna een jaar geleden mag er meer verwacht worden van de minister dan alleen het versturen van schriftelijke rappels, bijvoorbeeld rappelleren op individueel niveau. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De minister heeft ter zitting naar voren gebracht dat op 14 november 2024 het laatste schriftelijke rappel is verzonden. De minister geeft daarnaast te kennen dat op </para>
        <para>12 september 2024 op dossierniveau is gerappelleerd. Dit staat niet in de M120 maar wel in het systeem van de Dienst Terugkeer en Vertrek. De minister erkent dat dit rappel in de M120 had moeten staan, maar is van mening dat het hier om een kleine onzorgvuldigheid gaat, die bovendien ter zitting is hersteld. Op het rappel op dossierniveau is door de Algerijnse autoriteiten nog niet gereageerd. De minister is echter van mening dat hen de tijd moet worden gegund hier nader onderzoek naar te doen. De minister verwacht binnen twee weken weer contact op te nemen met de Algerijnse autoriteiten en te informeren naar de stand van zaken. Daarnaast stelt de minister dat de lp-aanvraag weliswaar loopt sinds december 2023, maar eiser pas sinds 23 augustus 2024 in bewaring verblijft. De minister moet de kans krijgen het onderzoek verder af te wachten. Tot slot wijst de minister er op dat eiser geen medewerking verleent; hij weigert ieder gesprek en verricht geen handelingen ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank constateert dat sinds het sluiten van het onderzoek in de vorige procedure tweemaal is geprobeerd een vertrekgesprek met eiser te voeren maar dit beide keren door eiser werd geweigerd. Daarnaast is er vier keer schriftelijk en eenmaal op dossierniveau gerappelleerd. Met eiser is de rechtbank van oordeel dat gezien het feit dat de lp-aanvraag al bijna een jaar oud is, de minister niet meer met een schriftelijk rappel kan volstaan en op dossierniveau moet rappelleren. Pas op zitting is gebleken dat de minister dit ook heeft gedaan, maar dat de mutatie van het rappel op dossierniveau van 18 september 2024 per abuis niet in de M120 is opgenomen. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de M120 gebrekkig is en dat de minister de rechtmatigheid van de voortduring van de bewaring pas op zitting kenbaar heeft gemotiveerd. De rechtbank passeert dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. Eiser is hierdoor niet benadeeld, nu het enkel een kenbaar motiveringsgebrek betreft en dit gebrek geen gevolgen heeft voor de voortduring van de bewaring. Daarbij acht de rechtbank van betekenis dat de minister afhankelijk is van Algerijnse autoriteiten en de minister ter zitting heeft aangegeven dat binnen twee weken bij de Algerijnse autoriteiten zal worden geïnformeerd naar de stand van zaken. Gezien al het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er onvoldoende voortvarend is gehandeld. Daar komt bij dat eiser geen enkele medewerking verleent, zodat de langere looptijd van de lp-aanvraag  ook aan hemzelf is te wijten en er om die reden ook nog steeds zicht op uitzetting bestaat. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Conclusie en gevolgen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Het beroep is met toepassing van artikel 6:22 van de Awb ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
      <para />
      <para>5. Vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb wordt de minister veroordeeld in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging is verleend, moet de minister de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af;</para>
    <para>- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750,-. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>