<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:18712</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-13T21:53:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.37260</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18712">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18712</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-13T21:50:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:18712 Rechtbank Den Haag , 13-11-2024 / NL24.37260</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:18712:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin. Verlenging overdrachtsbesluit. Beroep niet-ontvankelijk. MOB, geen procesbelang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:18712:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.37260</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum],</para>
      <para>van Tadzjiekse nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [v-nummer:],</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Pater),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>En</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de minister van Asiel en Migratie<footnote-ref linkend="_e3f69b54-dcda-44a8-a183-555ae815d951" />, de minister,</para>
      <para>(gemachtigde: drs. B.H. Wezeman).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 17 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de</para>
      <para>overdrachtstermijn verlengd wegens onderduiken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 24 september 2024 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
      <para>De minister heeft op 8 november 2024 een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 11 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de</para>
      <para>gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde waren, met bericht</para>
      <para>vooraf, afwezig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting is geschorst in afwachting van een bericht van de gemachtigde van</para>
      <para>eiser, in reactie op het verzoek om de rechtbank te laten weten of er nog contact met eiser is.</para>
      <para>Nadat de bedoelde reactie was ontvangen is het onderzoek op 13 november 2024 gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep</para>
    <parablock>
      <para>van eiser niet inhoudelijk wordt behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Hierna</para>
      <para>legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Met het bericht van 8 november 2024 heeft de minister te kennen gegeven dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Bij dit bericht is een schermafbeelding van het interne systeem van de minister (Indigo) overgelegd waaruit blijkt dat eiser op 11 september 2024 zelfstandig zijn woonruimte heeft verlaten. Nu eiser MOB is, ligt de vraag voor of hij nog procesbelang heeft bij deze procedure.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank overweegt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van</para>
    <parablock>
      <para>State (Afdeling)<footnote-ref linkend="_9811e997-d3ae-4c6b-93f7-f7d00e7849f8" /> recent heeft overwogen dat de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan</para>
      <para>met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. Dit in</para>
      <para>het licht van het fundamentele belang van het recht op toegang tot de rechter en het bieden</para>
      <para>van doeltreffende en effectieve rechtsbescherming. Zolang de gemachtigde contact heeft</para>
      <para>met de vreemdeling, mag ervan worden uitgegaan dat de vreemdeling belang heeft bij zijn</para>
      <para>procedure om een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De gemachtigde van eiser heeft bij schrijven van 12 november 2024 de rechtbank</para>
    <parablock>
      <para>laten weten dat zij geen contact meer onderhoudt met eiser. Gelet hierop moet er in beginsel</para>
      <para>vanuit gegaan worden dat de behandeling van het beroep niet meer van feitelijke betekenis</para>
      <para>is en eiser geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep. Voorts is door eiser niet</para>
      <para>gesteld dat sprake is van geleden schade door het bestreden besluit. Dat betekent dat eiser</para>
      <para>geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit,</para>
      <para>het procesbelang hangende deze procedure is komen te ontvallen en het beroep daarom niet-</para>
      <para>ontvankelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep tegen het bestreden</para>
    <para>besluit niet inhoudelijk wordt beoordeeld.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e3f69b54-dcda-44a8-a183-555ae815d951" label="1">
    <para>Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_9811e997-d3ae-4c6b-93f7-f7d00e7849f8" label="2">
    <para> Uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>