<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:18315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-08T10:27:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.9046</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18315">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-08T10:26:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:18315 Rechtbank Den Haag , 07-11-2024 / NL24.9046</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:18315:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet tegen uitspraak BNT – BNT niet-ontvankelijk verklaard, want IGS prematuur – Eerst Dublin procedure dan nationale procedure – BNT terecht niet-ontvankelijk verklaard – verzet ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:18315:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaknummer: NL24.9046 V</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opposant]
        </emphasis>, opposant<footnote-ref linkend="_55dd5ec5-38d1-49d7-9ba7-1ab53c796520" /></para>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 19 augustus 2024<footnote-ref linkend="_7026daf5-4442-4b96-9fb0-6afc6abfaa78" /> (de aangevallen uitspraak) heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Awb<footnote-ref linkend="_cc3c09b7-82ae-4d47-a64f-f72f8d05f1f5" /> beslist op het beroep van opposant tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend.</para>
    <para />
    <para>2. Artikel 8:54 van de Awb biedt de mogelijkheid tot vereenvoudigde afdoening als het eindoordeel in de zaak buiten redelijke twijfel staat. In verzet beoordeelt de rechtbank alleen of er redelijke twijfel mogelijk was over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.</para>
    <para />
    <para>3. Opposant voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zijn asielaanvraag onder het toepassingsbereik van WBV 2023/3<footnote-ref linkend="_e3d1040b-6737-4c94-b713-9c4064aac4fb" /> valt en dat bij dit oordeel de wettelijke verlengingsgronden uit artikel 42, vierde lid, van de Vw  niet in acht zijn genomen. De verlening met negen maanden, volgend uit WBV 2023/3, is onrechtmatig omdat verweerder zich niet kan beroepen op artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. In dit kader verwijst opposant naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 20 maart 2024<footnote-ref linkend="_fc049539-69e6-4075-9f4e-060ef09c9a3b" /> waarin is geoordeeld dat de beslistermijn in asielzaken niet rechtsgeldig kan worden verlengd op basis van WBV 2023/3 nu geen sprake is van een hoge instroom asielaanvragen. Verder zijn ook de overige verlengingsgronden zoals genoemd in artikel 42, vierde lid, van de Vw niet van toepassing. </para>
    <para />
    <para>4. De wettelijke beslistermijn van zes maanden is begonnen op 23 januari 2023, omdat op die datum het overnameverzoek is afgewezen door de Franse autoriteiten. De beslistermijn  zou voor opposant daarom op 23 juli 2023 eindigen. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van WBV 2022/22<footnote-ref linkend="_ed2ec465-b6a2-499b-94f5-48d099d3ff97" />, en niet van WBV 2023/3 zoals  opposant  aanvoert, de beslistermijn verlengd met negen maanden. De beslistermijn is daardoor voor opposant op 24 april 2024 geëindigd. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023<footnote-ref linkend="_c525d2a2-9c49-4644-ac42-95bbff0a130d" /> geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 19 februari 2024 te vroeg is ingediend. Daarmee is bij het instellen van het beroep niet tijdig nemen van een besluit niet voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van opposant is dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Over dat oordeel is geen redelijke twijfel mogelijk.</para>
    <para />
    <para>5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan op 7 november 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_55dd5ec5-38d1-49d7-9ba7-1ab53c796520" label="1">
    <para> Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7026daf5-4442-4b96-9fb0-6afc6abfaa78" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2024:13227.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cc3c09b7-82ae-4d47-a64f-f72f8d05f1f5" label="3">
    <para> Algemene wet bestuursrecht. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e3d1040b-6737-4c94-b713-9c4064aac4fb" label="4">
    <para> Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc049539-69e6-4075-9f4e-060ef09c9a3b" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2024:3828.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed2ec465-b6a2-499b-94f5-48d099d3ff97" label="6">
    <para> Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c525d2a2-9c49-4644-ac42-95bbff0a130d" label="7">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2023:3698, ECLI:NL:RBDHA:2023:3697 en ECLI:NL:RBDHA:2023:3701.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>