<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:18279</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-08T09:44:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24.34269</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18279">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18279</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-08T09:44:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:18279 Rechtbank Den Haag , 05-11-2024 / 24.34269</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:18279:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel, statushouder Italië. Interstatelijk vertrouwensbeginsel, voldoende onderzoek gedaan naar verblijfsstatus, geen toestand van verregaande materiele deprivatie. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:18279:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>uitspraak</para>
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="ad8be211-9c17-4fb4-bf75-97f77bc32d28" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="dbd43e14-0456-44b5-bdcd-5377c4d8bc52" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
  </para>
  <section>
    <title>RECHTBANK DEN HAAG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.34269</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M. Erik),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie, </emphasis>voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid., (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1992. Hij heeft op 12 februari 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 30 augustus 2024 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 23 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank is van oordeel dat de minister de aanvraag van eiser niet ontvankelijk heeft mogen verklaren. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het asielrelaas</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij heeft in Italië internationale bescherming gekregen. Hij heeft in Italië op straat moeten leven omdat hij geen woning kon vinden. Het geld dat hij kreeg als olijfplukker en seizoenwerker</para>
    <para>was onvoldoende om van te kunnen leven.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit wordt gegaan dat de lidstaten van de EU de verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag, artikel 3 EVRM en artikel 3 Antifolterverdrag naleven. Eiser is er volgens de minister niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat Italië deze verplichtingen tegenover hem niet nakomt. Omdat eiser al internationale bescherming in Italië heeft concludeert de minister daarom dat de asielaanvraag niet-ontvankelijk is.</para>
    <bridgehead role="italic">Heeft de minister voldoende onderzoek gedaan naar de verblijfsstatus van eiser in Italië?</bridgehead>
    <para />
    <para>6. Eiser heeft aangevoerd dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de status van eiser in Italië. De laatste informatie dateert van 7 april 2023, zodat nogmaals moet worden geïnformeerd bij de Italiaanse autoriteiten.</para>
    <para />
    <para>7. In het dossier bevindt zich een verklaring van de Italiaanse autoriteiten van 7 april 2023, waarin wordt meegedeeld dat de gelegde Dublinclaim niet wordt geaccepteerd, omdat eiser in het bezit is van een “<emphasis role="italic">residence permit for subsidiary protection issued by the Police Department in Roma, expiring on 23.08.2025</emphasis>”. Voorts is bij het verweerschrift een brief van de Italiaanse autoriteiten van 27 september 2024 gevoegd waaruit blijkt dat de minister nader onderzoek heeft gedaan naar de verblijfsstatus van eiser in Italië, en dat eiser daar nog steeds internationale bescherming heeft. De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft mogen uitgaan van de juistheid van deze verklaring. Deze beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <bridgehead role="italic">Kan de minister een beroep doen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel?</bridgehead>
    <para />
    <para>8. Eiser heeft verder aangevoerd dat de minister geen beroep kan doen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser verwijst hierbij naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 18 maart 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:3613).</para>
    <para />
    <para>9. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag de minister er in beginsel van uitgaan dat de behandeling van een vreemdeling in de lidstaat waar hij of zij internationale bescherming heeft, in overeenstemming is met de bepalingen van het Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. Dit is alleen anders als de vreemdeling aannemelijk kan maken dat terugkeer tot gevolg heeft dat hij buiten zijn wil en zijn persoonlijke keuzes om, terecht zou komen in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft in verschillende uitspraken, bijvoorbeeld van 10 juli 2024, (ECLI:NL:RVS:2024:2788), opnieuw bevestigd dat ten aanzien van Italië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De rechtbank volgt in onderhavige zaak dit oordeel. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser onvoldoende concrete aanknopingspunten naar voren gebracht om in zijn zaak anders te oordelen. Daarom mag de minister er nog steeds vanuit gaan dat Italië zijn verdragsverplichtingen in het algemeen zal nakomen jegens statushouders. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit uitgangpunt niet langer juist is. Daarin is eiser niet geslaagd. Deze beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is in de situatie van eiser sprake van materiële deprivatie en heeft eiser zich ingespannen om daaraan een eind te maken?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>10. Eiser heeft ten slotte aangevoerd dat hij in zijn specifieke situatie in Italië verregaand materieel gedepriveerd is en zich heeft ingespannen om hieraan een eind te maken. Hij heeft alleen zwart kunnen werken en illegaal een bed kunnen huren. Hij heeft slechts medische spoedhulp gehad. Verweerder heeft volgens eiser niet betwist dat hij dakloos was en dat hij nooit legaal heeft kunnen werken. Door het ontbreken van een registratie heeft hij nergens aanspraak op kunnen maken. Zonder registratie krijgt eiser geen geld en zonder geld krijgt hij geen woning. De gelijkstelling met Italiaanse burgers is volgens eiser een papieren werkelijkheid. Eiser vraagt zich af wat hij dan meer had moeten doen. Alles was dicht in de coronaperiode en het briefadres waar eiser over beschikte, was wel voldoende voor verlenging van de verblijfsvergunning, maar onvoldoende voor een registratie.</para>
      <para>10. De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij inkomen uit arbeid heeft ontvangen, over woonruimte beschikte en aan hem medische (nood)hulp is verleend. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit niet dat hij in Italië geen toegang zal krijgen tot huisvesting, werk en andere basale voorzieningen. Daarnaast geldt dat van eiser mag worden verwacht dat hij zich (al dan niet met hulp van derden) bij voorkomende problemen wendt tot de (hogere) autoriteiten dan wel geëigende instanties, om de hem toekomende rechten als statushouder af te dwingen. Niet is gebleken dat eiser dit (in voldoende mate) heeft gedaan. Verder heeft eiser zijn stelling dat het voor hem niet mogelijk is om te klagen bij de autoriteiten niet nader onderbouwd. Gelet hierop heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij in Italië geen toegang zal krijgen tot huisvesting, werk en andere basale voorzieningen. Daarbij komt dat niet is gebleken dat de Italiaanse autoriteiten onverschillig staan tegenover de situatie van statushouders of dat statushouders in Italië in de praktijk vaak terecht komen in een situatie waarin zij niet kunnen voorzien in de belangrijkste basisbehoeften. Deze beroepsgrond slaagt niet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>12. De minister heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para>Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser niet in Nederland mag blijven en moet terugkeren naar Italië. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>05 november 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="06b45e2f-6cb9-4355-97e5-21cd846392e1" depth="89" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>