<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:18220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-07T09:25:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.17544 V, NL24.17546 V, NL24.17539 V, NL24.17532 V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18220">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-07T09:25:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:18220 Rechtbank Den Haag , 04-11-2024 / NL24.17544 V, NL24.17546 V, NL24.17539 V, NL24.17532 V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:18220:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzet, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:18220:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.17544 V, NL24.17546 V, NL24.17539 V, NL24.17532 V</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [opposant 1] , opposant,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer 1]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opposant 2]
        </emphasis>, opposant,</para>
      <para>V-nummer: [V-nummer 2]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opposant 3]
        </emphasis>, opposant,</para>
      <para>V-nummer: [V-nummer 3]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opposant 4]
        </emphasis>, opposant,</para>
      <para>V-nummer: [V-nummer 4]</para>
      <para>Hierna gezamenlijk te noemen: opposanten,</para>
      <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 16 augustus 2024<footnote-ref linkend="_c5958165-a167-4cbe-a7d6-724215646e02" /> heeft de rechtbank het beroep van opposanten kennelijk niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.<footnote-ref linkend="_133a9273-e275-48df-ba4c-b95c05c19c38" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposanten hebben tegen deze uitspraak verzet ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposanten hebben niet verzocht om op zitting te worden gehoord. De rechtbank doet op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van opposanten tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen niet-ontvankelijk verklaard, omdat de beslistermijn gelet op de WBV 2023/3<footnote-ref linkend="_bac3f1a8-85b5-4be6-b7c5-3813e39cf431" /> nog niet was verstreken. Het beroepschrift was dan ook te vroeg ingediend.</para>
    <para />
    <para>2. In verzet kan alleen worden beoordeeld of de bestuursrechter terecht tot zijn kennelijke oordeel is gekomen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in het geval van een behandeling op zitting in beroep ook hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de kennelijke uitkomst.</para>
    <para />
    <para>3.  Opposanten voeren het volgende aan. Er is sprake van divergentie binnen de rechtspraak over de rechtsgeldigheid van de verlenging van beslistermijn in asielzaken, waardoor deze zaak zich niet leent voor afdoening buiten zitting. Ter onderbouwing verwijst eiser naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam,<footnote-ref linkend="_b28e21ca-64f6-456b-9ec4-2f380b057505" /> en de omstandigheid dat de Afdeling<footnote-ref linkend="_7754ba23-07cc-415c-8956-185cfa13bdab" /> prejudiciële vragen heeft gesteld.<footnote-ref linkend="_cbc1c36c-6ca5-4791-b1e0-799bf723ff69" /> Tot slot verwijst eiser naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch.<footnote-ref linkend="_6d8d85dd-0b32-4be6-b2c0-0c58400ec868" /> Dit betreft een vergelijkbare zaak waarin het verzet gegrond is verklaard. <?linebreak?></para>
    <para>4. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding voor het oordeel dat niet tot een kennelijk oordeel kon worden gekomen. In verzet zijn immers geen argumenten naar voren gebracht die in het geval van een normale behandeling (ter zitting) hadden kunnen worden  aangevoerd en waardoor twijfel zou zijn ontstaan over de uitkomst van het beroep.<footnote-ref linkend="_09aaaec9-98f4-4b57-a66e-41e1b4d96296" /> In de aangevallen uitspraak is met de verwijzing naar de uitspraken van deze zittingsplaats van </para>
    <para>19 april 2024<footnote-ref linkend="_a138f9b8-8480-45dd-8dac-37679fc53854" /> al ingegaan op de argumenten die nu in verzet zijn aangevoerd. Dat sprake is van divergerende rechtspraak is als zodanig geen reden voor de conclusie dat de rechtbank niet tot een kennelijk oordeel kan komen. De aanhangige prejudiciële vragen over de verlengde beslistermijn zouden in beroep evenmin tot een andersluidende uitspraak hebben geleid. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft deze vragen namelijk nog niet beantwoord.</para>
    <para />
    <para>5.  Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 4 november 2024 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</title>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c5958165-a167-4cbe-a7d6-724215646e02" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2024:13176.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_133a9273-e275-48df-ba4c-b95c05c19c38" label="2">
    <para> Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bac3f1a8-85b5-4be6-b7c5-3813e39cf431" label="3">
    <para> Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235; in werking getreden op 26 januari 2023.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b28e21ca-64f6-456b-9ec4-2f380b057505" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2023:136. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7754ba23-07cc-415c-8956-185cfa13bdab" label="5">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cbc1c36c-6ca5-4791-b1e0-799bf723ff69" label="6">
    <para> Zie de uitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d8d85dd-0b32-4be6-b2c0-0c58400ec868" label="7">
    <para> Van 5 oktober 2023, ECLI:NL:RBOBR:2024:2192.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_09aaaec9-98f4-4b57-a66e-41e1b4d96296" label="8">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2177.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a138f9b8-8480-45dd-8dac-37679fc53854" label="9">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2024:5735 en ECLI:NL:RBDHA:2024:5737.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>