<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:18014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-05T08:53:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/663397 / JE RK 24-520</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18014">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:18014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-05T08:53:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:18014 Rechtbank Den Haag , 14-10-2024 / C/09/663397 / JE RK 24-520</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:18014:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:18014:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/09/663397 / JE RK 24-520</para>
      <para>Datum uitspraak: 14 oktober 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Afwijzing verzoek tot een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [de minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>briefadres in [plaats 1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. B.J. de Bruijn te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. T. de Jong te Utrecht.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 25 juli 2024 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de  machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening van pleegzorg verlengd tot 1 november 2024. Het verzoek is voor het overige aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:</para>
      <para>- voornoemde beschikking van 25 juli 2024;</para>
      <para>- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 7 oktober 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 14 oktober 2024 heeft de kinderrechter de mondelinge behandeling van de zaak met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [naam] namens de gecertificeerde instelling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder met haar advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader met zijn advocaat.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Voor een overzicht van de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 10 april 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek. Het aangehouden deel van het verzoek strekt tot een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De zorgen over [de minderjarige] zijn de afgelopen periode niet afgenomen. [de minderjarige] woont op dit moment nog bij de tante moederszijde en gaat niet naar school. Het Samenwerkingsverband in [plaats 2] heeft zijn best gedaan om een passende school voor [de minderjarige] te vinden, waar hij als gast-leerling geplaatst kon worden, maar deze school zit op dit moment vol. De moeder heeft zich na de laatste zitting aangemeld bij het daklozenloket. De gecertificeerde instelling is hier bij betrokken. Echter is er nog geen terugkoppeling gekomen of een plaatsing hier mogelijk is. Tevens is de moeder een bezwaarprocedure gestart tegen de afwijzing van de urgentieaanvraag. Verder is de plaatsing van [de minderjarige] in het (netwerk)pleeggezin waar zijn broertjes verblijven niet gelukt. De pleegmoeder heeft aangegeven van de plaatsing af te willen zien omdat haar oudste dochter bezwaren heeft geuit. Daarnaast staat [de minderjarige] al langere tijd op de wachtlijst bij Jeugdformaat. Jeugdformaat heeft begin juli 2024 een intake gepland met de ouders en [de minderjarige] om de mogelijkheden voor een plaatsing met elkaar te kunnen bespreken. De ouders en [de minderjarige] hebben toen aangegeven hier (tijdelijk) vanaf te willen zien, aangezien de andere opties de voorkeur hadden. De gecertificeerde instelling heeft recentelijk bij de moeder voorgesteld om deze intake toch weer in te gaan plannen, omdat de andere opties op dit moment geen mogelijkheid zijn. Gelet op de genoemde zorgen acht de gecertificeerde instelling een verlenging van de resterende maanden van de machtiging uithuisplaatsing nog noodzakelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De advocaat van de moeder verzoekt om de machtiging tot uithuisplaatsing af te wijzen. De moeder staat achter de plaatsing bij de tante moederszijde, maar wil dat [de minderjarige] naar school gaat. Tevens heeft de moeder het liefst dat haar kinderen bij haar komen wonen. Dit is niet mogelijk omdat de moeder op dit moment geen woning heeft. Zij ervaart tegenwerking vanuit de gemeente bij het zoeken van een woning. De moeder heeft, ondanks het indienen van een bezwaarschrift en een ondersteunende brief van de advocaat aan de gemeente, te horen gekregen dat ze geen urgentie krijgt bij het vinden van een woning. De moeder ziet een plaatsing bij Jeugdformaat als een goed alternatief, omdat [de minderjarige] dan in Den Haag is en weer naar school kan gaan. Ze vindt het moeilijk dat [de minderjarige] zich verantwoordelijk voelt voor de situatie van zijn ouders.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De advocaat van de vader verzoekt om de machtiging tot uithuisplaatsing af te wijzen. Ook hij staat achter de plaatsing bij de tante moederszijde. De vader verblijft in een tijdelijke woning waar de kinderen niet terecht kunnen. Het contact met [de minderjarige] is altijd goed geweest. Het liefst heeft de vader dat [de minderjarige] bij zijn ouders is, maar anders is de plaatsing bij tante moederszijde het beste alternatief. De vader vindt het tevens moeilijk dat [de minderjarige] zich verantwoordelijk voelt voor de ouders. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kinderrechter moet beoordelen of de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing op dit moment nog aanwezig zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De kinderrechter overweegt daartoe het volgende. De kinderrechter is van oordeel dat er in de onderhavige situatie geen gronden zijn voor een machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder en de vader staan beiden achter de plaatsing van [de minderjarige] bij tante moederszijde, waardoor de plaatsing op een vrijwillige basis is. Een machtiging tot uithuisplaatsing is daarom niet noodzakelijk. Daarnaast is het in het belang van [de minderjarige] dat hij in deze regio komt te wonen en naar school gaat. De komende tijd gaat de gecertificeerde instelling verder werken aan de plaatsing bij Jeugdformaat. De ouders zullen verder aan de slag gaan met het vinden van een woning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Gelet op deze omstandigheden wijst de kinderrechter het verzoek van de gecertificeerde instelling af, nu niet is gebleken dat een machtiging voor plaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding zoals bedoeld in de wet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Dit betekent dat het verzoek zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2024 door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in aanwezigheid van N.M.E. Henke als griffier, en op schrift gesteld op 24 oktober 2024.</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>