<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:17850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-01T15:24:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBNHO:2024:10997</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.25859 en NL24.25860</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17850">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-01T09:59:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:17850 Rechtbank Den Haag , 20-09-2024 / NL24.25859 en NL24.25860</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17850:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De informatie in het AIDA-rapport van 2024 (update 2023) is vergelijkbaar met de informatie uit het AIDA-Rapport van 2023 (update 2022). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 9 oktober 20233 over dat AIDA-rapport geoordeeld dat daaruit niet kan worden opgemaakt dat er structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Frankrijk zijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17850:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL24.25859 (beroep) en NL24.25860 (voorlopige voorziening)</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , eiser,</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. H. Loth),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en</title>
    <parablock>
      <para>Veiligheid, verweerder </para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Beyik).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 24 juni 2024 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk daarvoor verantwoordelijk is. Daarnaast beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zijn op 22 juli 2024 samen op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, M. Gholami als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het onderzoek in beide zaken is op 31 juli 2024 heropend. Verweerder heeft op 19 augustus 2024 een schriftelijke reactie ingediend. Op 29 augustus 2024 is het onderzoek in beide zaken weer gesloten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten en omstandigheden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser stelt te zijn geboren op [dat] 1985 en de Iraanse nationaliteit te hebben. In 2012 heeft hij Iran verlaten. Eiser heeft verklaard dat hij op 11 april 2016 een verzoek om internationale bescherming in Duitsland heeft ingediend en dat zijn aanvraag in 2020 definitief is afgewezen. Eiser heeft vervolgens op 11 maart 2020 een verzoek om internationale bescherming in Frankrijk ingediend. Hij heeft verklaard dat die aanvraag in 2023 definitief is afgewezen. Op 14 maart 2024 heeft eiser een asielaanvraag in Nederland gedaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft de aanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_1a09365e-1225-4a3f-9f56-1683f9821e44" /> is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland op 25 april 2024 bij Frankrijk een verzoek om terugname gedaan, dat Frankrijk op 27 mei 2024 heeft aanvaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kan ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Eiser voert aan dat ten aanzien van Frankrijk niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser is bang in Frankrijk geen opvang te krijgen. Eiser heeft het AIDA-rapport van 2024 (update 2023) overgelegd en ter zitting een beroep gedaan op verschillende passages op pagina’s 120 t/m 123. Hij doet verder een beroep op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 29 februari 2024.<footnote-ref linkend="_1452f39a-a301-40bb-b77b-be897d0bab63" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>De rechtbank heeft deze pagina’s na de zitting nader bestudeerd en daarbij kennis genomen van de volgende alinea op pagina 122:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Asylum seekers who fall under the Dublin procedure in France can in theory benefit from emergency accommodation up until effective transfer, while Dublin returnees are treated as regular asylum seekers and therefore benefit from the same reception conditions granted to asylum seekers under the regular or the accelerated procedure. In practice, however, many persons subject to Dublin procedures (applicants or returnees) live on the streets or in squats because of the overall lack of places. At the end of 2023, only 10,909 out of 36,917 asylum seekers under Dublin procedure were accommodated (29,6%)."</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek heropend en verweerder verzocht om op deze informatie te reageren. De rechtbank heeft daarbij laten weten dat zij zich met name afvraagt of vreemdelingen, zoals eiser, die op grond van de Dublinverordening vanuit een andere lidstaat moeten terugkeren naar Frankrijk ook horen bij de groep "asylum seekers under Dublin procedure'' waarop het percentage van 29,6% van toepassing is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Verweerder heeft zich in het verweerschrift van 19 augustus 2024 op het standpunt gesteld dat het genoemde percentage enkel ziet op vreemdelingen die in de Franse Dublinprocedure zitten, en niet op Dublinterugkeerders. Verweerder wijst erop dat uit de alinea blijkt dat Dublinterugkeerders na overdracht gelijk worden gesteld met normale asielzoekers, en zij dezelfde rechten genieten als asielzoekers die zich in de normale of versnelde asielprocedure bevinden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat het genoemde percentage (29,6%) niet ziet op Dublinterugkeerders. Voor die conclusie vindt de rechtbank ook steun in de informatie opgenomen op pagina 74 van het AIDA-rapport, waar staat dat Dublinterugkeerders dezelfde moeilijkheden ondervinden als alle andere asielzoekers bij het krijgen van geschikte opvang. Met verweerder stelt de rechtbank vast dat de informatie in het AIDA-rapport van 2024 vergelijkbaar is met de informatie uit het AIDA-Rapport van 2023 (update 2022). De aangehaalde alinea op pagina 122 van het AIDA-rapport 2024 (update 2023) komt grotendeels overeen met een alinea op pagina 104 van het AIDA-rapport 2023 (update 2022). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 9 oktober 2023<footnote-ref linkend="_f50e1243-f6f5-4fc1-b34b-5b9d550df84d" /> over dat AIDA-rapport geoordeeld dat daaruit niet kan worden opgemaakt dat er structurele tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in Frankrijk zijn. Het beroep dat eiser doet op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 29 februari 2024, volgt de rechtbank verder niet omdat eiser, anders dan de vreemdeling in die uitspraak, niet als kwetsbaar kan worden aangemerkt. Eisers beroepsgrond slaagt dus niet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie en gevolgen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder eisers aanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen en eiser mag overdragen aan Frankrijk.</para>
      <para />
      <para>7. Nu de rechtbank deze beslissing neemt over eisers beroep, is er geen aanleiding meer om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe dan ook af.</para>
      <para />
      <para>8. Eiser krijgt in beide zaken geen vergoeding van zijn proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Ankum, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1a09365e-1225-4a3f-9f56-1683f9821e44" label="1">
    <para>Verordening (EU) 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1452f39a-a301-40bb-b77b-be897d0bab63" label="2">
    <para> NL24.2985 en NL24.2986</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f50e1243-f6f5-4fc1-b34b-5b9d550df84d" label="3">
    <para> ECLI:NL:RVS:2023:3737</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>