<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:17730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-30T20:02:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.36676</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17730">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-30T19:55:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:17730 Rechtbank Den Haag , 30-10-2024 / NL24.36676</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17730:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Duitsland. 8:57 Awb. Beroep niet-ontvankelijk. MOB, geen procesbelang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17730:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht<?linebreak?></para>
      <para>zaaknummer: NL24.36676</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum],</para>
      <para>van Gambiaanse nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [v-nummer:],</para>
      <para>(gemachtigde: mr. F.H. Gart),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de minister van Asiel en Migratie, de minister.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 18 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de opvolgende</para>
      <para>asielaanvraag van eiser van 14 juli 2024 niet in behandeling genomen omdat Duitsland</para>
      <para>verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling ervan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 19 september 2024 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft geen inhoudelijk verweerschrift ingediend, maar de rechtbank op</para>
      <para>14 oktober 2024 gevraagd om te beoordelen of er nog sprake is van procesbelang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft, na hiervoor toestemming te hebben gekregen van partijen, bepaald dat</para>
      <para>een zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep</para>
    <parablock>
      <para>van eiser niet inhoudelijk wordt behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Hierna</para>
      <para>legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Met het bericht van 14 oktober 2024 heeft de minister te kennen gegeven dat eiser</para>
    <parablock>
      <para>met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Bij dit bericht is een schermafbeelding</para>
      <para>van het interne systeem van de minister (Indigo) overgelegd waaruit blijkt dat eiser op</para>
      <para>8 oktober 2024 zelfstandig zijn woonruimte heeft verlaten. Nu eiser MOB is, ligt de vraag</para>
      <para>voor of hij nog procesbelang heeft bij deze procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De rechtbank overweegt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van</para>
    <parablock>
      <para>State (Afdeling)<footnote-ref linkend="_5cf1ed68-0a9c-4183-8ad1-cf479fde032f" /> recent heeft overwogen dat de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan</para>
      <para>met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. Dit in</para>
      <para>het licht van het fundamentele belang van het recht op toegang tot de rechter en het bieden</para>
      <para>van doeltreffende en effectieve rechtsbescherming. Zolang de gemachtigde contact heeft</para>
      <para>met de vreemdeling, mag ervan worden uitgegaan dat de vreemdeling belang heeft bij zijn</para>
      <para>procedure om een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De gemachtigde van eiser heeft bij schrijven van 15 oktober 2024 de rechtbank</para>
    <parablock>
      <para>laten weten dat hij geen contact meer onderhoudt met eiser. Gelet hierop moet er in beginsel</para>
      <para>vanuit gegaan worden dat de behandeling van het beroep niet meer van feitelijke betekenis</para>
      <para>is en eiser geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep. Voorts is door eiser niet</para>
      <para>gesteld dat sprake is van geleden schade door het bestreden besluit. Dat betekent dat eiser</para>
      <para>geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit,</para>
      <para>het procesbelang hangende deze procedure is komen te ontvallen en het beroep daarom niet-</para>
      <para>ontvankelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep tegen de buiten</para>
    <para>behandeling stelling van de asielaanvraag van eiser niet inhoudelijk wordt beoordeeld.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van</para>
      <para>mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie</para>
      <para>op rechtspraak.nl.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <parablock>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de</para>
      <para>Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze</para>
      <para>partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend</para>
      <para>binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de</para>
      <para>behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de</para>
      <para>indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van</para>
      <para>State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5cf1ed68-0a9c-4183-8ad1-cf479fde032f" label="1">
    <para> Uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>