<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:17402</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-25T10:21:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.31879</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17402">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17402</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-25T10:14:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:17402 Rechtbank Den Haag , 20-09-2024 / NL24.31879</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17402:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>asiel; ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17402:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para>
      <?linebreak?>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.31879 </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 september 2024 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. B. Anik),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_acd39587-34da-40be-aad3-9147f4bdab0b" />,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. L.J.M. Rog).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Met het bestreden besluit van 12 augustus 2024 heeft de minister de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening<footnote-ref linkend="_6c2ec19f-f763-4a4a-a308-b46f6d6fc916" />, op 20 september 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak op het beroep gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>2.	De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en dat het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag in stand blijft.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>3. De rechtbank motiveert hiertoe als volgt. </para>
    <para />
    <para>4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.<footnote-ref linkend="_df5daa05-0a96-4085-a3c4-65579bb1c6b2" /> In dit geval heeft Nederland bij Frankrijk een verzoek om overname gedaan. Frankrijk heeft dit verzoek aanvaard.<footnote-ref linkend="_80582f60-4a33-4eb1-9a5a-4f17afc6f8e5" /> Frankrijk is daarom verantwoordelijk voor de behandeling van eisers asielaanvraag.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Moet de minister de asielaanvraag onverplicht in behandeling nemen op grond van artikel 17 van de Dublinverordening? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toetsingskader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. Op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening, kan elke lidstaat besluiten een bij hem ingediend verzoek om internationale bescherming van een onderdaan van een derde land te behandelen, ook al is die lidstaat daartoe op grond van de in de verordening neergelegde criteria niet verplicht. Volgens paragraaf C2/5, tweede gedachtestreepje, van de Vreemdelingencirculaire 2000 maakt de minister van zijn bevoegdheid om een verzoek om internationale bescherming te behandelen op grond van artikel 17 van de Dublinverordening in ieder geval gebruik als bijzondere, individuele omstandigheden maken dat de overdracht van de vreemdeling aan de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank volgt eiser allereest niet in zijn stelling dat de minister niet heeft getoetst aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Zowel uit het voornemen<footnote-ref linkend="_d2e42270-ef2b-4981-84eb-35eedc6a5e28" /> als het bestreden besluit<footnote-ref linkend="_ddb344f2-d0cd-4a8c-ab35-706bcd9b3acb" /> blijkt dat dit wel door de minister is gedaan. </para>
        <para>Ook het betoog van eiser dat de minister ten onrechte geen aanleiding ziet om zijn asielaanvraag wegens bijzondere individuele omstandigheden onverplicht in behandeling te nemen slaagt niet. Eiser heeft op zitting aangegeven dat hij lichamelijke en psychische klachten ervaart, dat hij in Frankrijk niet goed is behandeld en dat hij veel onzekerheid ervaart omdat hij mogelijk terug moet naar Frankrijk. Eiser heeft deze aangevoerde omstandigheden echter niet onderbouwd. Daarbij kan eiser, wanneer er problemen zijn, zich wenden tot de Franse autoriteiten. Niet is gebleken dat de Franse autoriteiten niet kunnen of willen helpen. De minister heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat er geen bijzondere individuele omstandigheden aanwezig zijn die maken dat zijn overdracht aan Frankijk van een zodanige onevenredige hardheid getuigt dat de minister het asielverzoek aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>6.	Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2024 door mr. M.S. de Vries, rechter, in aanwezigheid van L.H. Scholten, griffier.</para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: </para>
        <para />
        <para />
      </parablock>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
        </para>
        <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_acd39587-34da-40be-aad3-9147f4bdab0b" label="1">
    <para>Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c2ec19f-f763-4a4a-a308-b46f6d6fc916" label="2">
    <para>Zaaknummer NL24.31880. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_df5daa05-0a96-4085-a3c4-65579bb1c6b2" label="3">
    <para>Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_80582f60-4a33-4eb1-9a5a-4f17afc6f8e5" label="4">
    <para>Artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2e42270-ef2b-4981-84eb-35eedc6a5e28" label="5">
    <para> Zie pagina 3 van het voornemen van 24 juli 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ddb344f2-d0cd-4a8c-ab35-706bcd9b3acb" label="6">
    <para> Zie pagina 3 van de beschikking van 12 augustus 2024.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>