<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:17321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-24T14:34:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.30612</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17321">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17321</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-24T14:29:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:17321 Rechtbank Den Haag , 21-10-2024 / NL24.30612</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17321:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asielaanvraag niet-ontvankelijk o.g.v. artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw - geniet internationale bescherming in Zweden (blijkend uit Eurodac) - artikel 3 EVRM/ interstatelijk vertrouwensbeginsel – beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17321:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.30612 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , eiser,</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer] ,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R. Deniz),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Minister van Asiel en Migratie, verweerder,</title>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 1 augustus 2024 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard.<footnote-ref linkend="_96f7f47d-fc80-465c-870a-53eb36f97d68" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 17 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.<?linebreak?></para>
    <para>3. Eiser verklaart de Syrische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1983. Uit onderzoek in Eurodac<footnote-ref linkend="_d9f649ec-423d-4efa-83f3-c3b2a03578bb" /> is gebleken dat eiser sinds 23 juni 2021 internationale bescherming geniet in Zweden. Eiser heeft op 21 juli 2024 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Verweerder heeft eisers aanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser al een verblijfsvergunning heeft in Zweden. Verweerder vindt dat eiser onmiddellijk naar het grondgebied van Zweden moet gaan.<footnote-ref linkend="_506eee57-1153-4e9d-8a14-b19734c93d60" /><?linebreak?></para>
    <para>4. Eiser voert aan dat niet is gebleken of en - zo ja - welk verblijfsrecht hij heeft in Zweden. Daarbij stelt eiser dat in zijn dossier de gegevens uit Eurodac niet zijn te vinden. Eiser had een verblijfsdocument in Zweden met een geldigheidsduur van dertien maanden. Dit document is verlopen. Eiser heeft op 2 mei 2022 verlenging aangevraagd, maar tot op heden niets gehoord. De status is niet duidelijk. Navraag bij de Zweedse autoriteiten heeft niets opgeleverd. Omdat eiser geen duidelijkheid verkreeg in Zweden, is hij naar Nederland gevlucht. Nu niet bekend is of eiser verblijfsrecht heeft in Zweden, is het niet mogelijk voor verweerder om eiser terug te sturen. Tot slot stelt eiser dat terugkeer naar Zweden betekent dat hij schade loopt in de zin van artikel 3 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_2b4ed8d0-2443-49e6-99f4-fd1d61e3f695" /><?linebreak?></para>
    <bridgehead role="italic">Status verblijfsrecht eiser </bridgehead>
    <para />
    <para>5. Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a van de Vw kan een asielaanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard als de vreemdeling in een andere lidstaat van de Europese Unie internationale bescherming geniet. Verweerder komt, na onderzoek in Eurodac op 21 juli 2024, tot de conclusie dat eiser bescherming geniet in Zweden.  <?linebreak?></para>
    <para>6. Gelet op vaste rechtspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_54f4fb03-a952-40aa-95fd-d5a48fcb8563" /> mag verweerder in beginsel afgaan op informatie van een andere lidstaat, zoals een Eurodac-resultaat. Daarvoor is van belang dat het tijdsverloop sinds het onderzoek in het Eurodac-systeem beperkt is. Verder moet uit de informatie duidelijk worden wat de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling bij terugkeer is. Indien het resultaat uit het Eurodac-onderzoek onvoldoende recent is of onvoldoende verblijfsrechtelijke informatie over de vreemdeling bevat, dient verweerder nader onderzoek te doen naar de vraag of de vreemdeling nog steeds over een door de desbetreffende lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of een andere toestemming tot verblijf beschikt. Verder volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_c1a8a2bb-d362-4fa3-bb85-880f4c1c6bb2" /> dat een vreemdeling, ook al is zijn verblijfstitel verlopen, internationale bescherming geniet zolang de aan hem verleende verblijfsstatus niet is ingetrokken. <?linebreak?></para>
    <para>7. De rechtbank is van oordeel dat de informatie uit Eurodac, waarop het bestreden besluit van 1 augustus 2024 is gebaseerd, voldoende actueel en duidelijk was. Er was dus voor verweerder geen aanleiding om nader onderzoek te doen naar de verblijfsstatus van eiser. Dat eiser stelt dat zijn verblijfspas is verlopen, brengt niet met zich mee dat eiser in Zweden niet langer de aan hem verleende internationale bescherming geniet. Dit volgt ook niet uit de informatie in Eurodac. Daarin is geen beëindigingsdatum van de internationale bescherming door Zweden is geregistreerd. Ook eiser zelf stelt niet dat zijn verblijfsstatus is ingetrokken. Nergens blijkt uit dat eisers verlengingsaanvraag zou zijn afgewezen. Eiser geeft enkel aan dat de Zweedse autoriteiten hebben aangegeven dat hij zijn verlengingsaanvraag moet afwachten. Verweerder stelt daarmee terecht dat eiser nog steeds bescherming geniet in Zweden. Deze beroepsgrond slaagt niet. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 3 van het EVRM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Eisers standpunt dat terugkeer naar Zweden betekent dat hij schade oploopt in de zin van artikel 3 van het EVRM is door hem niet nader onderbouwd. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat schending van dit artikel aan de orde is. Eiser stelt niet en onderbouwt niet met stukken dat Zweden zich ten opzichte van hem niet aan zijn internationale verplichtingen zou houden. Niet is gebleken dat eiser bij voorkomende problemen niet kan klagen bij de Zweedse autoriteiten. </para>
    <para />
    <para>9. Deze beroepsgrond slaagt niet. <?linebreak?></para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>10. Het beroep is ongegrond. Verweerder heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat eisers asielaanvraag in Nederland niet in behandeling wordt genomen en het besluit in stand blijft dat eiser onmiddellijk naar Zweden moet gaan. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 21 oktober 2024 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_96f7f47d-fc80-465c-870a-53eb36f97d68" label="1">
    <para> Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9f649ec-423d-4efa-83f3-c3b2a03578bb" label="2">
    <para> Eurodac is een centrale database met vingerafdrukken van asielzoekers en informatie over verzoeken om internationale bescherming. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_506eee57-1153-4e9d-8a14-b19734c93d60" label="3">
    <para> Op grond van artikel 62a, derde lid, Vw. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b4ed8d0-2443-49e6-99f4-fd1d61e3f695" label="4">
    <para> Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_54f4fb03-a952-40aa-95fd-d5a48fcb8563" label="5">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 1 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2441.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c1a8a2bb-d362-4fa3-bb85-880f4c1c6bb2" label="6">
    <para> Zie de uitspraken van 9 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1253 en 7 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:669.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>