<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:17266</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-11T11:23:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11117468</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-1413</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17266">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17266</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-06T13:58:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:17266 Rechtbank Den Haag , 24-10-2024 / 11117468</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17266:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschil over re-integratieverplichting van werkgever. Vordering tot nakoming toegewezen. Werkgever tevens veroordeelt om het opgelegde locatie- en omgangsverbod op te heffen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17266:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats 's-Gravenhage</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dn/c</para>
      <para>Zaaknummer: 11117468 \ RL EXPL  24-9802</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 24 oktober 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] of werknemer,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P. Wolbers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING ROC MONDRIAAN</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Den Haag,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: ROC Mondriaan of werkgever,</para>
      <para>gemachtigde: [naam 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de inleidende dagvaarding van 10 juni 2024 met producties genummerd 1 tot en met 58,<?linebreak?>- de nagezonden producties van [eiseres] genummerd 59 tot en met 67,<?linebreak?>- de conclusie van antwoord met producties genummerd 1 tot en met 12,<?linebreak?>- de mondelinge behandeling van 1 oktober 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt,<?linebreak?>- de pleitnotities van [eiseres] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Na de mondelinge behandeling zijn partijen in de gelegenheid gesteld om het geschil onderling te regelen. Partijen hebben de kantonrechter bericht dat het niet is gelukt om een regeling te treffen. Vervolgens is de datum voor het vonnis (nader) bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Wat is er gebeurd?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>ROC Mondriaan is een Regionaal Opleidingen Centrum in Haaglanden met vestigingen in Den Haag, Delft, Leiden en Naaldwijk met circa 2400 werknemers. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] is sinds 2005 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst bij ROC Mondriaan in de functie van Docent (LC). Vanwege medische beperkingen die al langer bestaan, is [eiseres] niet in staat om fysiek les te geven. [eiseres] heeft bij ROC Mondriaan verschillende rollen bekleed op meerdere locaties. De laatste als E-docent bij de school voor Business en Retail. Haar huidige maandsalaris bij een 32-urige werkweek bedraagt € 4.305,00 bruto exclusief emolumenten. In de arbeidsovereenkomst is de cao mbo 2022-2023 van toepassing verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Sinds 25 oktober 2021 is [eiseres] uitgevallen ten gevolge van een coronabesmetting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 5 oktober 2022 heeft het UWV zich op verzoek van [eiseres] uitgelaten over de vraag of ROC Mondriaan voldoende doet om haar weer aan het werk te helpen. De conclusie van het UWV is dat de re-integratie-inspanningen van werkgever tot 13 september 2022 als onvoldoende zijn te beschouwen. Sinds mei/juni 2022 is sprake van enige belastbaarheid bij werknemer maar werkgever heeft nog geen concrete acties ondernomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De bedrijfsarts heeft ten behoeve van het arbeidsdeskundig onderzoek op 1 november 2022 een eerste inzetbaarheidsprofiel opgesteld. Het arbeidsdeskundig onderzoek is van 15 februari 2023. Conclusie uit het onderzoek is dat werknemer niet geschikt is voor de functie van docent waarbij fysieke aanwezigheid vereist is. In het functiehuis van ROC Mondriaan zijn vanuit arbeidsdeskundig perspectief de functiereeksen proces en beleid, adviseur en begeleiding als mogelijk passend bevonden. Het advies is dat proefondervindelijk door inzet in deze werkzaamheden/functies getest zal moeten worden of deze functiereeksen aansluiten bij de belastbaarheid en bij de competenties, kennis en vaardigheden. De inspanningen moeten gericht zijn op structurele werkhervatting in eigen werk of in ander structureel werk. Om geen re-integratiekansen te missen moet tevens een 2e spoortraject worden opgestart. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 15 mei 2023 heeft het UWV op verzoek van [eiseres] opnieuw een deskundigenrapport uitgebracht en geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen van werkgever in de periode 13 september 2022 tot 12 april 2023 onvoldoende zijn geweest. Werknemer is sinds februari 2022 belastbaar voor re-integratie, terwijl eerst in februari 2022 is gestart met op re-integratie gerichte werkzaamheden, waardoor mogelijk re-integratiekansen zijn gemist. Het arbeidsdeskundig onderzoek na het eerste ziektejaar is te laat afgerond en werkgever heeft niet inzichtelijk gemaakt of er herplaatsingsmogelijkheden zijn binnen de door de arbeidsdeskundige genoemde functiereeksen dan wel of er specifieke functies binnen de eigen organisatie passend (te maken) zijn. Ook is het tweede spoor te laat gestart, is nog geen zoekprofiel opgesteld en wordt nog niet actief richting de arbeidsmarkt bewogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 23 mei 2023 is door de bedrijfsarts een tweede inzetbaarheidsprofiel opgesteld. De conclusie van de bedrijfsarts is dat de belastbaarheid van werknemer is toegenomen. Er is sprake van voorzichtig herstel van mogelijkheden. De bedrijfsarts adviseert zowel in het 1e als het 2e spoor te zoeken naar passende werkzaamheden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>In het kader van haar re-integratie is [eiseres] in haar tweede ziekte jaar ingezet op het project [project] (hierna: het project). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Omstreeks 21 augustus 2023 is [eiseres] door haar leidinggevende van het project gehaald en naar huis gestuurd omdat zij mondelinge en schriftelijke instructies van haar leidinggevende heeft genegeerd. [eiseres] is vanaf dat moment verboden contact te hebben met collega’s en de locatie(s) van ROC Mondriaan te bezoeken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Aan het einde van het tweede ziektejaar heeft [eiseres] een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft op 7 september 2023 aan ROC Mondriaan een loondoorbetalingssanctie opgelegd tot 7 november 2024, omdat zij onvoldoende heeft gedaan om werknemer te re-integreren. De aanvraag voor een WIA-uitkering is daarom niet in behandeling genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De bedrijfsarts heeft naar aanleiding van een spreekuurcontact met [eiseres] op 19 september 2023 aan het ROC teruggekoppeld dat de re-integratie is onderbroken en werknemer momenteel niet werkt als gevolg van spanningen in de arbeidsrelatie. De bedrijfsarts heeft geadviseerd dat leidinggevende en werknemer gaan bekijken wat nodig is om de arbeidsrelatie te herstellen, zo nodig door begeleiding, bemiddeling of mediation. Daarnaast heeft de bedrijfsarts geadviseerd een nieuw arbeidsdeskundig advies te laten opstellen over de passendheid van taken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>
        [eiseres] is bij brief van 12 oktober 2023 voor het negeren van instructies van haar leidinggevende de disciplinaire maatregel van berisping opgelegd. [eiseres] is tegen (het voornemen tot) het opleggen van de maatregel van berisping in beroep gegaan bij de Commissie van beroep mbo. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Over het een volgend spreekuurcontact met [eiseres] op 5 december 2023 heeft de bedrijfsarts aan ROC Mondriaan teruggekoppeld dat de activiteiten in het 1e spoor stilliggen sinds werknemer naar huis is gestuurd. Ondanks het eerdere advies vinden er geen gesprekken plaats. Werknemer wil verder met haar re-integratiewerkzaamheden. Werkgever en werknemer zullen volgens de bedrijfsarts weer in gesprek moeten over de re-integratie en de ontstane situatie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Op 18 december 2023 heeft tussen ROC Mondriaan en [eiseres] (en haar gemachtigde) een gesprek plaatsgevonden waarin, voor zover relevant, over het hervatten van de re-integratie van [eiseres] afspraken zijn gemaakt. Er moet onder meer een nieuw inzetbaarheidsprofiel door de bedrijfsarts worden opgesteld en mogelijk ook opnieuw arbeidsdeskundig onderzoek worden verricht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Op 25 januari 2024 heeft ROC Mondriaan naar aanleiding van een daarop gerichte vraag van [eiseres] medegedeeld dat zij nog altijd vasthoudt aan het contact- en bezoekverbod dat sinds 21 augustus 2023 aan [eiseres] is opgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>De gemachtigde van [eiseres] heeft ROC Mondriaan er op gewezen dat [eiseres] alleen haar aandeel in haar re-integratie in het 1e spoor kan nemen indien zij op school kan komen en contacten kan onderhouden. Daarnaast komt het opgelegde verbod feitelijk neer op een schorsingsbesluit dat voor beroep vatbaar is, maar een dergelijk besluit ontbreekt. Op grond van de cao mbo is het bovendien niet toegestaan een werknemer voor onbepaalde tijd te schorsen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>De gemachtigde van ROC Mondriaan heeft in reactie hierop medegedeeld dat, gelet op het feit dat [eiseres] op dit moment nog volledig arbeidsongeschikt is, er geen reden is voor [eiseres] om naar school te komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>De bedrijfsarts heeft op 6 februari 2024 aan ROC Mondriaan gerapporteerd dat de huidige situatie veel impact op werknemer heeft. Er is geen contact in het 2e spoor en er zijn geen re-integratieactiviteiten in het 1e spoor. De bedrijfsarts benadrukt dat werkgever en werknemer tot meer re-integratie-inspanningen moeten komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>In een gesprek op 8 februari 2024 heeft ROC Mondriaan opnieuw herhaald dat [eiseres] nog steeds niet met collega’s mag communiceren en niet op de locatie (bedoeld is de school voor Business en Retail) mag komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <para>Op 19 februari 2024 heeft [eiseres] zich voor haar re-integratie ziek gemeld vanwege een Covid besmetting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20.</nr>
      <para>Bij beslissing van 11 maart 2024 heeft de Commissie van beroep mbo het beroep van [eiseres] gegrond verklaard en geoordeeld dat ROC Mondriaan niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het opleggen van een schriftelijke berisping. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.21.</nr>
      <para>In het derde inzetbaarheidsprofiel van 12 maart 2024 heeft de bedrijfsarts aangegeven dat werknemer sinds een week herstellende is van Covid en daardoor sprake is van toegenomen beperkingen ten opzichte van het eerdere inzetbaarheidsprofiel. De verwachting is dat werknemer weer zal herstellen naar dit niveau. De omschrijving van de huidige belastbaarheid kan daarom slechts voor korte tijd worden gebruikt. Het advies van de bedrijfsarts is nog altijd om te blijven zoeken naar passende werkzaamheden in het 1e en 2e spoor. Volledig herstel in eigen werk is niet binnen een redelijke termijn te verwachten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.22.</nr>
      <para>De gemachtigde van [eiseres] heeft ROC Mondriaan er op 16 april 2024 op gewezen dat [eiseres] inmiddels langere tijd weer arbeidsgeschikt is voor re-integratiewerkzaamheden. Desondanks duurt het opgelegde contact- en bezoekverbod voort. Mede in het licht van de beslissing van de Commissie van beroep mbo wordt ROC Mondriaan een termijn gesteld om te bevestigen dat het contact- en bezoekverbod is opgeheven. Verder wordt aangegeven dat, ondanks de gemaakte afspraken, de terugkeer van [eiseres] door ROC Mondriaan, kort gezegd, op alle mogelijke manieren wordt bemoeilijkt. Sinds het moment dat [eiseres] naar huis is gestuurd in augustus 2023 heeft zij geen andere passende werkzaamheden aangeboden gekregen waarin zij structureel kan re-integreren. Aan het verzoek van [eiseres] om door een arbeidsdeskundige te worden gezien is nog altijd geen gehoor gegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.23.</nr>
      <para>In reactie hierop heeft de gemachtigde van ROC Mondriaan, voor zover relevant, aangegeven dat [eiseres] mede debet is aan de wijze waarop op haar re-integratietraject verloopt. Ten aanzien van de verzochte opheffing van het contact- en bezoekverbod ontgaat ROC Mondriaan de toegevoegde waarde daarvan, nu geen sprake is van werkzaamheden en binding met de opleiding aan de school voor Business en Retail. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.24.</nr>
      <para>Sinds 30 april 2024 heeft [eiseres] geen toegang meer tot de Teams-omgeving van de school voor Business en Retail. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.25.</nr>
      <para>Bij brief van 21 mei 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] aangekondigd een kort geding te zullen beginnen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.26.</nr>
      <para>Het UWV heeft op verzoek van [eiseres] in haar rapport van 12 juli 2024 geoordeeld dat de functie van loopbaanadviseur en doorstroomcoach passen bij de bekwaamheden van werknemer. De functies passen echter niet bij de functionele mogelijkheden, omdat de belastbaarheid van werknemer wordt overschreden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.27.</nr>
      <para>Op 19 augustus 2024 is de Eindrapportage Re-integratie 2e spoor opgesteld. Voor zover relevant wordt in de eindrapportage opgemerkt dat de huidige belastbaarheid van werknemer lastig is te duiden, omdat tijdens het 2e spoor geen passend werk is verricht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Wat wil [eiseres] ?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Uit de houding van ROC Mondriaan blijkt dat zij de re-integratie van [eiseres] bij voortduring blijft bemoeilijken door een afwachtende houding aan te nemen en geen ondersteuning te bieden bij het verkrijgen van ander werk binnen ROC Mondriaan. Sinds de datum dat [eiseres] naar huis is gestuurd (21 augustus 2023) heeft zij geen passende werkzaamheden aangeboden gekregen waarin zij structureel kan re-integreren. Door het voortdurende onrechtmatige contact- en bezoekverbod en het afsluiten van de Teams-omgeving, wordt haar binding met ROC Mondriaan steeds minder. [eiseres] kan immers geen contacten met collega’s onderhouden. Zij kan daardoor ook niet netwerken om elders binnen ROC Mondriaan een functie te verkrijgen. De omstandigheid dat zij niet werkt, bemoeilijkt bovendien haar re-integratiekansen in het 2e spoor in negatieve zin. Zij kan niet proefondervindelijk ervaren hoe het met haar belastbaarheid is gesteld en zij kan niet vanuit een werkende positie solliciteren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert daarom bij wijze van voorlopige voorziening, na wijziging van eis, dat de kantonrechter:</para>
      <para />
      <para>a. 	ROC Mondriaan veroordeelt om [eiseres] weer toe te laten tot de locaties van ROC Mondriaan en haar weer onbelemmerde toegang te geven tot de Teams-omgeving van de school voor Business en Retail, </para>
      <para>b. 	bepaalt dat het verbod om contacten te onderhouden en te communiceren met (andere) medewerkers van ROC Mondriaan met onmiddellijke ingang is opgeheven dan wel binnen een week na de datum van dit vonnis,</para>
      <para>c.	ROC Mondriaan veroordeelt om [eiseres] binnen een week na de datum van dit vonnis in de gelegenheid te stellen te re-integreren in de werkzaamheden die behoren bij de functie van loopbaanadviseur,</para>
      <para>d. 	ROC Mondriaan te veroordelen tot het betalen van een dwangsom van € 1.000,00 voor elke dag of een gedeelte daarvan indien ROC Mondriaan haar verplichtingen onder punt a, b, c geheel of gedeeltelijk niet nakomt,</para>
      <para>e. 	ROC Mondriaan te veroordelen in de proceskosten,</para>
      <para>f. 	het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Wat wil ROC Mondriaan?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>ROC Mondriaan wil dat de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen dan wel in geval van (gedeeltelijke) toewijzing daarvan afwijzing dan wel matiging van de gevorderde dwangsom, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toetsingskader en spoedeisend belang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat [eiseres] heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor ROC Mondriaan als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Gelet op de aard van de vorderingen van [eiseres] is voldoende gebleken dat zij een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorzieningen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">ROC Mondriaan moet het contact- en locatieverbod opheffen en toegang geven tot de Teams-omgeving</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat ROC Mondriaan [eiseres] sinds 21 augustus 2023 de toegang tot de locaties van het ROC Mondriaan heeft ontzegd en haar heeft verboden om contact op te nemen met collega’s. ROC Mondriaan heeft tijdens de zitting erkend dat het opgelegde contact- en bezoekverbod en het blokkeren van de toegang tot de Teams-omgeving van de school voor Business en Retail een (wettelijke) grondslag ontbeert. Daarmee is voldoende aannemelijk dat het opgelegde contact- en bezoekverbod en het blokkeren van de toegang tot de Teams-omgeving in een bodemprocedure als onrechtmatig zal worden aangemerkt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Nog los van het ontbreken van een grondslag, heeft de kantonrechter met enige verwondering kennisgenomen van de beargumentering van ROC Mondriaan (bij monde van de locatiedirecteur voor de school van Business en Retail, mevrouw [naam 2] ) van het handhaven van het verbod (voor de school van Business en Retail) en het blokkeren van de toegang tot de Teams-omgeving. Volgens ROC Mondriaan heeft [eiseres] geen enkel belang bij toegang tot de Teams-omgeving en opheffing van het verbod omdat zij niet deelneemt aan het primaire proces op de school van Business en Retail. In de Teams-omgeving worden immers uitsluitend berichten gedeeld over het reilen en zeilen op de afdeling en ‘docentenkamer-dingetjes’ als het delen van een uitje met studenten. Daarnaast zou de mogelijke (terug)komst van [eiseres] op de locatie bij meerdere collega’s tot een negatieve reactie hebben geleid vanwege eerdere problemen bij de samenwerking. De door [naam 2] bereikte rust op de school voor Business en Retail zou met de komst van [eiseres] onnodig worden verstoord. De kantonrechter vindt dat ROC Mondriaan met deze beargumentering het belang van [eiseres] , die sinds 2014 op de school voor Business en Retail werkzaam is (en nog steeds in dienst is van ROC Mondriaan) en dus reeds daarom binding heeft met deze school en haar medewerkers (en leerlingen), volledig uit het oog verliest. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Het behoeft geen uitleg dat het voor de bevordering van het herstel en de terugkeer in het eigen werk van groot belang is dat een zieke werknemer contact onderhoudt met collega’s en de werklocatie. Juist het vanuit huis lezen van berichten in een Teams-omgeving kan, vanwege de laagdrempeligheid daarvan, helpend zijn. Door [eiseres] af te snijden van elke vorm van contact en informatie, heeft ROC Mondriaan haar herstel en re-integratiekansen ernstig belemmerd. Het is de kantonrechter niet ontgaan dat deze handelswijze van ROC Mondriaan [eiseres] emotioneel ook behoorlijk heeft geraakt. Dat [naam 2] (die notabene als nieuwkomer ‘vers’ in de gestelde problematiek zou moeten staan) de oren – zonder enige tegenspraak – laat hangen naar de mopperaars en [eiseres] (inmiddels meer dan een jaar en zonder enige grondslag) op het strafbankje laat zitten, is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook onbegrijpelijk en onbehoorlijk. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De conclusie is dan ook dat de vordering van [eiseres] tot opheffing van het contact- en bezoekverbod en het verstrekken van toegang tot de Teams-omgeving wordt toegewezen.   </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">ROC Mondriaan moet [eiseres] laten re-integreren in de werkzaamheden die behoren bij de functie van loopbaanadviseur</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>
        [eiseres] stelt dat ROC Mondriaan haar nog altijd niet in staat stelt om te re-integreren, terwijl de arbeidsdeskundige aan de hand van het inzetbaarheidsprofiel van 15 februari 2023 heeft aangegeven dat onder meer functies in de functiereeks Begeleiding voor [eiseres] geschikt kunnen zijn, waarbij proefondervindelijk moet blijken of de belastbaarheid in deze functies wordt overschreden. Om die reden vordert [eiseres] dat ROC Mondriaan haar in de gelegenheid stelt om te re-integreren in de werkzaamheden die behoren bij de functie van loopbaanadviseur. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Artikel 7:658a BW bepaalt dat een werkgever is gehouden om, zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt, actief de re-integratie van de werknemer in zijn bedrijf te bevorderen. Daartoe dient een werkgever, waar nodig, zijn organisatie zelfs aan te passen teneinde een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer in de gelegenheid te stellen passend werk te verrichten (zie artikel 7:658a lid 2 BW). De op de werkgever rustende verplichting tot re-integratie in het zogenoemde tweede spoor eindigt na de wachttijd van 104 weken (artikel 7: 658a lid 1 BW), de verplichting tot re-integratie in de eigen organisatie evenwel niet. In deze zaak staat vast dat het UWV op 6 september 2023 aan ROC Mondriaan een loonsanctie heeft opgelegd tot 7 november 2024, zodat op ROC Mondriaan nog altijd de verplichting rust om de re-integratie van [eiseres] óók binnen de eigen organisatie te blijven bevorderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] niet geschikt is voor de functie van Docent (LC) en is aangewezen op passende arbeid. Uit hetgeen in de stukken en ter zitting door partijen is aangevoerd, is voldoende aannemelijk geworden dat de functie van Loopbaanadviseur (en Doorstroomcoach) past bij de competenties, kennis en vaardigheden van [eiseres] . Zij is inmiddels ook geslaagd voor de opleiding Loopbaancoach. Dat door het UWV deze functie vanuit arbeidsdeskundig perspectief (op dit moment) niet passend wordt bevonden (zie 2.26.), staat naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet in de weg aan toewijzing van de vordering. De kantonrechter overweegt daarover het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>Allereerst is van belang dat [eiseres] niet heeft gevorderd dat zij de <emphasis role="italic">functie</emphasis> van loopbaanadviseur krijgt aangeboden. Zij wil enkel in de gelegenheid worden gesteld de <emphasis role="italic">werkzaamheden</emphasis> die behoren bij deze functie uit te voeren. [eiseres] heeft verder terecht opmerkt dat het UWV ten onrechte van het inzetbaarheidsprofiel van 12 maart 2024 uitgaat en dat de belastbaarheid van [eiseres] op dat moment als gevolg van Covid tijdelijk was verminderd (zie 2.21). Daar komt bij dat de arbeidsdeskundige in zijn rapport van 15 februari 2023 benadrukt dat de passendheid van de functie van Loopbaanadviseur (en Doorstroomcoach) vanuit arbeidsdeskundig perspectief proefondervindelijk moet worden vastgesteld (zie 2.4.). Dat de actuele belastbaarheid van [eiseres] lastig valt te duiden omdat zij nog geen passende werkzaamheden heeft verricht, wordt ook in de eindrapportage van het 2e spoortraject opgemerkt (zie 2.27.). Nu ROC Mondriaan niet heeft weersproken dat [eiseres] sinds 21 augustus 2023 geen passende werkzaamheden heeft aangeboden gekregen waarin zij structureel kan re-integreren, is onvoldoende aannemelijk geworden dat de werkzaamheden die behoren bij de functie van Loopbaanadviseur te belastend zijn voor [eiseres] . De kantonrechter is dan ook van oordeel dat er voldoende grond is om ROC Mondriaan te veroordelen om [eiseres] in de gelegenheid te stellen te re-integreren in de <emphasis role="italic">werkzaamheden</emphasis> die behoren bij de functie van loopbaanadviseur. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>ROC Mondriaan heeft nog aangevoerd dat deze werkzaamheden niet op de school voor Business en Retail aanwezig zijn. De kantonrechter volgt ROC Mondriaan hierin niet. [eiseres] heeft gewezen op de vacature voor de functie van Studiecoach bij de school voor Business en Retail. Deze functie valt binnen de functiereeks advies en begeleiding en uit de beschrijving van de werkzaamheden in de vacaturetekst volgt dat studieloopbaanbegeleiding onder de verantwoordelijkheid van de studiecoach valt. De kantonrechter overweegt dat door [eiseres] echter niet is gevorderd dat deze werkzaamheden specifiek op de locatie van de school voor Business en Retail moeten worden aangeboden. Omdat niet kan worden miskent dat de arbeidsverhouding tussen [naam 2] en [eiseres] onder druk staat, heeft de kantonrechter op de zitting [eiseres] in overweging te geven op een andere locatie dan de school voor Business en Retail te re-integreren. Het is, gelet op de vordering, verder aan partijen om bij de keuze van de locatie alle omstandigheden en wederzijdse belangen in aanmerking te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>Ten slotte overweegt de kantonrechter dat ROC Mondriaan met haar stelling dat [eiseres] op meerdere locaties vanwege eerdere ervaringen met haar wijze van communiceren en samenwerken niet welkom is, wordt miskent dat het haar wettelijke verplichting is om zich voor re-integratie van de werknemer in te spannen. Een dergelijk standpunt past niet bij een goed werkgever. ROC Mondriaan dient er dus voor te zorgen dat zij [eiseres] inpast in haar organisatie. Gelet op de omvang van de organisatie is ook niet aannemelijk dat daartoe geen mogelijkheden bestaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Dwangsommen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op de omstandigheid dat ROC Mondriaan herhaaldelijk te tekort is geschoten in haar verplichting om [eiseres] in haar organisatie te laten re-integreren, zal de kantonrechter de gevorderde dwangsommen toewijzen, met dien verstande dat de te verbeuren dwangsommen worden gemaximeerd tot een bedrag van in totaal € 100.000,00. Omstandigheden die zouden moeten leiden tot matiging zijn door ROC Mondriaan niet gesteld en zijn de kantonrechter ook overigens niet gebleken. </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.14.</nr>
      <para>ROC Mondriaan zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld om de proceskosten van [eiseres] te betalen. Deze kosten worden aan de kant van [eiseres] tot vandaag vastgesteld op € 139,72 aan dagvaardingskosten, € 87,00 aan griffierecht en € 814,00 aan salaris voor de gemachtigde. Voor kosten die [eiseres] maakt na deze uitspraak moet ROC Mondriaan een bedrag betalen van € 135,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.15.</nr>
      <para>Dit vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>veroordeelt ROC Mondriaan om [eiseres] binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis weer toe te laten tot de locaties van ROC Mondriaan en haar weer onbelemmerde toegang te geven tot de Teams-omgeving van de school voor Business en Retail, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>bepaalt dat het verbod om contacten te onderhouden en te communiceren met (andere) medewerkers van ROC Mondriaan met onmiddellijke ingang is opgeheven,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>veroordeelt ROC Mondriaan om [eiseres] binnen een week na de datum van dit vonnis in de gelegenheid te stellen te re-integreren in de werkzaamheden die behoren bij de functie van loopbaanadviseur,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>veroordeelt ROC Mondriaan om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 per dag tot een maximum van in totaal € 100.000,00, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat ROC Mondriaan in gebreke blijft te voldoen aan de veroordelingen onder 6.1. tot en met 6.3. uit dit vonnis,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>veroordeelt ROC Mondriaan in de proceskosten, aan de kant van [eiseres] tot vandaag vastgesteld op € 1.175,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en te vermeerderen met de kosten van betekening als ROC Mondriaan niet tijdig aan één van de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D. Nobel en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>