<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:17228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-29T13:37:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/4798</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17228">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:17228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-23T13:30:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:17228 Rechtbank Den Haag , 15-10-2024 / 22/4798</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17228:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet tijdig beslissen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:17228:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 22/4798</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. P. Yildirim en mw. M. Remeijer-Schmitz).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Op 6 januari 2022 heeft eiser verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen Stichting “ [stichting] ” ( [stichting] ), omdat deze zonder omgevingsvergunning en in afwijking van de op 5 december 2018 verleende omgevingsvergunning luchtbehandelingskasten heeft geplaatst op het dak van de school aan de [adres] in [plaatsnaam] (het handhavingsverzoek).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 21 juli 2022 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn handhavingsverzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 5 augustus 2022 heeft eiser vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 19 september 2022 heeft verweerder een beslissing genomen op het handhavingsverzoek, door het verzoek af te wijzen (het bestreden besluit). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Eiser heeft zijn beroep niet ingetrokken, omdat hij het niet eens is met het bestreden besluit. Hij heeft daartegen beroepsgronden aangevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 11 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van verweerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. Omdat verweerder met het besluit van 19 september 2022 alsnog een besluit op het handhavingsverzoek van eiser heeft genomen, is het procesbelang aan het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit komen te ontvallen. De rechtbank zal daarom het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk verklaren. Nu eiser het beroep niet tijdig beslissen terecht heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.<?linebreak?></para>
    <para>3. Ingevolge artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit, nu deze beslissing niet geheel tegemoet komt aan de bezwaren van eiser. Eiser heeft hier op 27 september 2022 beroepsgronden tegen aangevoerd.</para>
    <para />
    <para>4. Het besluit van 19 september 2022 is een primair besluit. Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Awb dient tegen dat besluit eerst een bezwaarschrift te worden ingediend. Het door eiser op 27 september 2022 ingestelde beroep wordt daarom met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb naar verweerder verwezen teneinde als bezwaarschrift te worden behandeld. Verweerder dient daarbij de overwegingen van de rechtbank in de uitspraak van heden in zaak nr. 23/389 (r.o. 6 tot en met 6.7) over het al dan niet vergund zijn van de luchtbehandelingskasten in acht te nemen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit    niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Nu eiser het beroep niet tijdig beslissen terecht heeft ingesteld, moet verweerder het griffierecht van € 184, - aan eiser vergoeden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat gaan aanleiding.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. Het door eiser op 27 september 2022 ingestelde beroep tegen het besluit van 19 september 2022 wordt naar verweerder verwezen teneinde als bezwaarschrift te worden behandeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184, - aan eiser te vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verwijst het beroepschrift van 27 september 2022 tegen het besluit van                    19 september 2022 naar verweerder ter behandeling als bezwaarschrift.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van der Ven, rechter, in aanwezigheid van              mr. N. Ciftci-Ibis, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>