<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:16453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-10T15:33:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.37470</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:16453">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:16453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-10T15:32:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:16453 Rechtbank Den Haag , 09-10-2024 / NL24.37470</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:16453:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin België, opvang, verblijf moeder in België, mondeling, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:16453:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.37470</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.C.A. Koen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 25 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2024 op zitting behandeld in Breda. Eiser is, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Niet in geschil is dat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. In geschil is of ten aanzien van België van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser stelt dat in België sprake is van structurele problemen in de opvang van asielzoekers waardoor hij, als niet-kwetsbare alleenstaande man, in België geen opvang zal kunnen verkrijgen. </para>
    <para />
    <para>2. Uit de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_172cbb82-d3af-4777-998a-d5ecd1248d1c" /> van 13 maart 2024<footnote-ref linkend="_a099d1bb-9d17-4598-bc3d-3dde785d6003" /> volgt dat verweerder ten aanzien van België in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. In deze uitspraak is de opvangsituatie in België meegenomen en het rapport van AIDA met de update van 2022 over België, waar eiser een beroep op heeft gedaan. Eisers heeft zijn stelling dat er te weinig plekken zijn in de nood- en daklozenopvang en dat hij geen toegang zal hebben tot de basisvoorzieningen, onvoldoende onderbouwd. Uit de uitspraak van de Afdeling blijkt dat asielzoekers toegang hebben tot sanitaire, voedsel-, medische en juridische voorzieningen. Verder is van belang dat eiser heeft verklaard dat hij opvang had in België en dat hij voor zijn vertrek naar Nederland al geruime tijd bij zijn moeder verbleef.<footnote-ref linkend="_428a1c05-1d3d-449a-a9fa-fe9bca93f4da" /> Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer niet opnieuw in de opvang of bij zijn moeder terecht zal kunnen. Er is dan ook geen sprake van een fundamentele systeemfout die de bijzondere drempel van zwaarwegendheid bereikt. Het beroep van eiser op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, leidt niet tot een ander oordeel omdat eiser, anders dan in die zaak, wel opvang had in België.<footnote-ref linkend="_eaf6f42c-9bcd-4465-a4a7-79c1da6aed67" /> Daarnaast heeft verweerder hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak.</para>
    <para />
    <para>3. Eisers vergelijking met de opvangsituatie Nederland houdt evenmin stand. Dat in Nederland mogelijk sprake is van een noodtoestand voor wat betreft de opvang, terwijl de situatie in Nederland volgens eiser beduidend minder erg is dan in België, is onvoldoende voor de conclusie dat ten aanzien van België niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.</para>
    <para />
    <para>4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_172cbb82-d3af-4777-998a-d5ecd1248d1c" label="1">
    <para>Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a099d1bb-9d17-4598-bc3d-3dde785d6003" label="2">
    <para>ECLI:NL:RVS:2024:896, en met dezelfde strekking de uitspraak van 27 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2631.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_428a1c05-1d3d-449a-a9fa-fe9bca93f4da" label="3">
    <para> Pagina 6 en 7 van het verslag aanmeldgehoor Dublin van 1 augustus 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eaf6f42c-9bcd-4465-a4a7-79c1da6aed67" label="4">
    <para> Tussenuitspraak van 19 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:11372 en einduitspraak van 21 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13861.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>