<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:1617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-14T09:30:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.34098</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:1617">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:1617</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-14T09:23:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:1617 Rechtbank Den Haag , 13-02-2024 / NL23.34098</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:1617:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek opheffing inreisverbod; ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:1617:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL23.34098</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Stoetzer-van Esch),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 29 september 2023. De staatssecretaris heeft in dit besluit de aanvraag van eiser van 4 september 2023 om opheffing van een inreisverbod afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.<footnote-ref linkend="_4d48b27b-84d3-4a65-9ee6-f97ce488e141" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Totstandkoming van het besluit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	Eiser was sinds 27 februari 1986 in het bezit van een vestigingsvergunning, die met ingang van 1 april 2001 is omgezet naar een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Bij besluit van 13 augustus 2014 heeft de staatssecretaris deze verblijfsvergunning ingetrokken en is aan eiser een (zwaar) inreisverbod opgelegd voor de duur van tien jaar.<footnote-ref linkend="_4ffeb91f-da91-4e77-b41b-41604bb7b7e8" /> Bij uitspraak van 29 januari 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard en het beroep van eiser ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_fef95898-e5ca-44a4-b022-f39d1bb35406" /> Daarmee staat het besluit van 13 augustus 2014 in rechte vast.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiser heeft op 5 augustus 2016 verzocht om opheffing van het inreisverbod. De staatssecretaris heeft deze aanvraag bij besluit van 29 september 2016 afgewezen. Bij uitspraak van 18 september 2017 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het daartegen ingestelde beroep van eiser ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_942d6466-a9a6-44e6-a0d4-edbe978f2b78" /> Er is geen hoger beroep ingesteld. Het besluit is daarmee onherroepelijk geworden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 4 juni 2018 diende eiser een aanvraag in om afgifte van een verblijfsdocument op grond van artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Eiser heeft de staatssecretaris op 3 juli 2018 verzocht om opheffing van het inreisverbod. De staatssecretaris heeft deze aanvragen bij besluit van 29 augustus 2018 afgewezen. Het door eiser hiertegen gemaakte bezwaar heeft de staatssecretaris bij besluit van 20 september 2019 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 20 april 2020 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_657d805d-386f-4822-ac0e-e8c1404d4efe" /> De Afdeling heeft het hiertegen ingestelde hoger beroep in haar uitspraak van 2 september 2021 ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.<footnote-ref linkend="_554b1356-b635-46b0-9c26-0aecb4fe6f9f" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Eiser heeft op 24 november 2022 en op 6 december 2022 opnieuw aanvragen ingediend om afgifte van een verblijfsdocument op grond van artikel 20 van het VWEU. De staatssecretaris heeft deze aanvragen afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt en bij besluit van 13 april 2023 heeft de staatssecretaris de bezwaren van eiser ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 december 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_78dca29b-dca4-4886-8836-41badb7245f6" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 6 september 2023 heeft eiser opnieuw verzocht om opheffing van het op 13 augustus 2014 aan hem opgelegde (zware) inreisverbod. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag van eiser om opheffing van het inreisverbod. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. </para>
    <para />
    <para>3. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het verblijfsrecht van eiser onherroepelijk afgewezen? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Eiser stelt zich op het standpunt dat aan hem van rechtswege een verblijfsrecht toekomt op grond van artikel 20 van het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez,<footnote-ref linkend="_7fb992f7-fba5-4415-b379-f69532371e45" /> omdat hij een verzorgende ouder is van drie Nederlandse kinderen. Deze aanvraag is volgens eiser nog niet onherroepelijk afgewezen, waardoor het inreisverbod geen stand kan houden. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. In haar uitspraak van 6 december 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiser gericht tegen de afwijzing van het verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_498ffda8-1093-4b88-81a8-09ba2059e523" /> Eiser heeft tegen deze uitspraak geen hoger beroep ingesteld. Dat betekent dat de uitspraak van 6 december 2023 onherroepelijk is geworden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Heeft de staatssecretaris de aanvraag van eiser mogen afwijzen op grond van artikel 4:6 van de Awb?</emphasis>
        </para>
        <para>5.	Eiser stelt zich verder op het standpunt dat de staatssecretaris ten onrechte niet heeft beoordeeld of hij een werkelijk, actueel en voldoende ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. Eiser heeft eerder, namelijk op 5 augustus 2016 en op 3 juli 2018, verzocht om opheffing van het aan hem opgelegde inreisverbod. De staatssecretaris heeft bij besluiten van 29 september 2016 en 29 augustus 2018 de aanvragen van eiser afgewezen, omdat geen sprake was van nieuw gebleken of veranderde en/of bijzondere omstandigheden.<footnote-ref linkend="_80bde166-0d2d-4c7e-8a8b-b1d3cfbe7b61" /> Eiser heeft niet met stukken of op een andere manier aannemelijk gemaakt dat daarvan sprake zou zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	Het beroep is ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten van eiser te vergoeden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kloppers, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4d48b27b-84d3-4a65-9ee6-f97ce488e141" label="1">
    <para> Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ffeb91f-da91-4e77-b41b-41604bb7b7e8" label="2">
    <para> op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 66a, zevende lid van de Vreemdelingenwet 2000</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fef95898-e5ca-44a4-b022-f39d1bb35406" label="3">
    <para> ABRvS 29 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:279. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_942d6466-a9a6-44e6-a0d4-edbe978f2b78" label="4">
    <para> Rb. Den Haag, zp. Arnhem, zaaknummer AWB 16/22927.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_657d805d-386f-4822-ac0e-e8c1404d4efe" label="5">
    <para> Rb. Den Haag, zp. Arnhem 20 april 2020, zaaknummers AWB 18/6541 en AWB 19/6625. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_554b1356-b635-46b0-9c26-0aecb4fe6f9f" label="6">
    <para> ABRvS 2 september 2021, zaaknummer 202002932/1/V3. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_78dca29b-dca4-4886-8836-41badb7245f6" label="7">
    <para> Rb. Den Haag, zp. Arnhem 6 december 2023, zaaknummer NL23.12670. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fb992f7-fba5-4415-b379-f69532371e45" label="8">
    <para> Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_498ffda8-1093-4b88-81a8-09ba2059e523" label="9">
    <para> Rb. Den Haag, zp. Arnhem, 6 december 2023, zaaknummer NL23.12760. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_80bde166-0d2d-4c7e-8a8b-b1d3cfbe7b61" label="10">
    <para> Artikel 4:6 van de Awb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>