<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:14952</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-23T11:28:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.27723</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:14952">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:14952</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-20T12:05:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:14952 Rechtbank Den Haag , 17-09-2024 / NL24.27723</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:14952:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel kennelijk ongegrond, niet onmiddellijk een asielaanvraag ingediend, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:14952:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.27723 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], eiser</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2005 en de Turkse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 12 juni 2024 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 2 juli afgewezen als kennelijk ongegrond en daarbij aan eiser een terugkeerbesluit en inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij bericht van 23 augustus 2024 heeft verweerder medegedeeld dat eiser op 26 juli 2024 vrijwillig is vertrokken met behulp van International Organization for Migration (IOM). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met vooraf bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. De gemachtigde van eiser heeft bij de afmelding voor de zitting op 2 september 2024 bericht nog contact met eiser te onderhouden en dat eiser heeft aangegeven zijn beroep “<emphasis role="italic">met betrekking tot het inreisverbod, en daarmee samenhangend de kennelijke afdoening door verweerder, te willen handhaven</emphasis>”. Op basis van deze mededeling beperkt de rechtbank haar beoordeling tot het als <emphasis role="italic">kennelijk</emphasis> afdoen van de asielaanvraag en het inreisverbod. De asielaanvraag is kennelijk ongegrond verklaard, omdat eiser niet direct na zijn inreis asiel heeft aangevraagd.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser voert aan dat hij heeft verklaard dat hij op 12 juni 2024 Nederland is ingereisd. Vervolgens is hij opgehaald door zijn neef, die hem niet onmiddellijk naar het aanmeldcentrum kon brengen. Hij heeft die dag zijn neef vergezeld op zijn werk en heeft van zijn neef reservekleding gekregen. Diezelfde dag is hij aangehouden en heeft hij asiel aangevraagd. Verweerder had de asielaanvraag daarom niet kennelijk ongegrond mogen verklaren op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw<footnote-ref linkend="_31b279b1-6550-4ea6-a653-d5c48861f42d" /> en er had aan eiser geen vertrektermijn mogen worden onthouden of een inreisverbod mogen worden opgelegd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank oordeelt als volgt. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Uit het proces-verbaal van gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling op 13 juni 2024 blijkt dat eiser op 12 juni 2024 heeft verklaard dat hij drie dagen daarvoor Nederland is ingereisd, rond 9 juni 2024.<footnote-ref linkend="_08c88259-a54d-4d26-85fe-1e7c8fe5cefc" /> Verder heeft hij verklaard dat hij grondwerkzaamheden heeft verricht door kabels in de grond te leggen en dat hij onderweg was naar Den Haag toen hij werd aangehouden.<footnote-ref linkend="_dee2066a-33e6-47a9-989d-b5d2b34500cd" /> Verder heeft hij verklaard dat hij vergeten was asiel aan te vragen en dat hij eerst geld nodig had.<footnote-ref linkend="_3bdf6384-dfe1-46b6-9b12-bbfbc4dcb86c" /> Gelet op deze verklaringen heeft verweerder ervan uit mogen gaan dat eiser niet direct asiel heeft aangevraagd, nadat hij Nederland is ingereisd en is de asielaanvraag terecht kennelijk ongegrond verklaard. Als gevolg hiervan heeft verweerder een vertrektermijn mogen onthouden<footnote-ref linkend="_4bff5587-c64c-4db3-a580-a31a5cd84783" /> en is terecht een inreisverbod opgelegd.<footnote-ref linkend="_da476f23-9b8a-4c36-b4ef-b20eb29aaaf0" /> De beroepsgrond slaagt niet. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. </para>
      <para>Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 17 september 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_31b279b1-6550-4ea6-a653-d5c48861f42d" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_08c88259-a54d-4d26-85fe-1e7c8fe5cefc" label="2">
    <para> Proces-verbaal van gehoor, pagina 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dee2066a-33e6-47a9-989d-b5d2b34500cd" label="3">
    <para> Proces-verbaal van gehoor, pagina 4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3bdf6384-dfe1-46b6-9b12-bbfbc4dcb86c" label="4">
    <para> Proces-verbaal van gehoor, pagina 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4bff5587-c64c-4db3-a580-a31a5cd84783" label="5">
    <para> Op grond van artikel 62, tweede lid, onder b, van de Vw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_da476f23-9b8a-4c36-b4ef-b20eb29aaaf0" label="6">
    <para> Op grond van artikel 66a, eerste lid, onder a, van de Vw.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>