<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:14917</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-20T09:34:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.25130</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:14917">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:14917</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-20T09:30:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:14917 Rechtbank Den Haag , 28-08-2024 / NL24.25130</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:14917:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet tijdig beslissen, bezwaar tegen afwijzing aanvraag MVV, in het kader van nareis. Gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:14917:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.25130</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</emphasis> verweerder</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.<footnote-ref linkend="_537fe4ff-426e-48ba-98a4-a7871413e2ce" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_aa4e744f-3f20-4e6c-b2a4-b144e652aa7a" /> Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_4980892f-2eb6-45d3-aa3a-02a8d5311333" /><?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Is het beroep ontvankelijk en gegrond?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft op 9 augustus 2023 bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een mvv nareis. Verweerder moet uiterlijk binnen negentien weken een beslissing op bezwaar nemen. Dit is gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.<footnote-ref linkend="_18ca1c43-b890-4188-9807-881a78aa662f" /> Verweerder heeft de beslistermijn met zes weken verlengd.<footnote-ref linkend="_a23a1b2b-5cf6-402f-81f5-afc934c0eb91" /> Eiseres heeft verweerder op 1 juni 2024 in gebreke gesteld. Dit is na het verstrijken van de beslistermijn. Ook heeft eiseres meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroep in gesteld. Dit betekent dat het beroep terecht is ingediend. Het beroep is kennelijk gegrond.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline italic">Welke beslistermijn legt de rechtbank verweerder op?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Het bestuursorgaan moet dit in principe doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak.<footnote-ref linkend="_9c9c16c6-b893-4ee2-b0cc-aff5516bef35" /> In bijzondere gevallen of als dat voor de naleving van wettelijke voorschriften nodig is kan de rechtbank een andere termijn opleggen.<footnote-ref linkend="_5a40ec5e-b28a-494d-98fb-51b549e3060f" /></para>
      <para>
        <?linebreak?>In de uitspraak van 17 maart 2023 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, geoordeeld dat bij nareiszaken sprake is van zo'n bijzonder geval.<footnote-ref linkend="_a18e27ae-f6dc-4161-b412-3af2f6205941" /> De rechtbank ziet geen reden om daar in deze uitspraak anders over te oordelen. Ook heeft de rechtbank in die uitspraak uitgangspunten geformuleerd voor het opleggen van een passende beslistermijn. De rechtbank zal deze uitgangspunten ook in deze zaak toepassen. </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Welke rechterlijke dwangsom legt de rechtbank verweerder op?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt in deze zaak met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb, dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 7.500,-.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline italic">Conclusie en gevolgen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en dat verweerder binnen twaalf weken alsnog een beslissing op bezwaar bekend moet maken. Als verweerder dat niet doet, moet hij een dwangsom betalen. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres ook een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is dit een vast bedrag omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;<?linebreak?><emphasis role="bold">- </emphasis>draagt verweerder op om binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar te nemen, als verweerder geen herstel verzuim biedt en geen nader onderzoek nodig vindt; </para>
    <para>- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag, waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-;<?linebreak?>- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt;<?linebreak?>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van J.B. Thepass, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>28 augustus 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Bent u het niet eens met deze uitspraak?<?linebreak?>Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.</title>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_537fe4ff-426e-48ba-98a4-a7871413e2ce" label="1">
    <para> Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa4e744f-3f20-4e6c-b2a4-b144e652aa7a" label="2">
    <para> Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4980892f-2eb6-45d3-aa3a-02a8d5311333" label="3">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_18ca1c43-b890-4188-9807-881a78aa662f" label="4">
    <para> Dit staat in artikel 76, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a23a1b2b-5cf6-402f-81f5-afc934c0eb91" label="5">
    <para> Op grond van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c9c16c6-b893-4ee2-b0cc-aff5516bef35" label="6">
    <para> Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5a40ec5e-b28a-494d-98fb-51b549e3060f" label="7">
    <para> Artikel 8:55d, derde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a18e27ae-f6dc-4161-b412-3af2f6205941" label="8">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2023:3590.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>