<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:14697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-17T08:52:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.34239</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:14697">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:14697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-17T08:51:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:14697 Rechtbank Den Haag , 09-09-2024 / NL24.34239</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:14697:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bewaring, vervolgberoep, verzoek om heropening, geen reactie voortgangsrapportage, ambtshalve toets, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:14697:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.34239</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J. van Bennekom),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_1325d1e6-a3e3-41b0-bf51-2b048a216269" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft op 2 mei 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 17 mei 2024.<footnote-ref linkend="_3cd258bd-057b-4a66-ac70-12ca807877b5" /> Op het eerste vervolgberoep is beslist bij uitspraak van 24 juni 2024.<footnote-ref linkend="_9a1abe15-2b66-41de-9269-714452d63cca" /> Op het tweede vervolgberoep is beslist bij uitspraak van 23 juli 2024.<footnote-ref linkend="_ad2ce517-0b56-4e73-be37-c00fb8ef1382" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hier niet op gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het vooronderzoek op 6 september 2024 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting wordt behandeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toetsingskader </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de</para>
    <parablock>
      <para>maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij</para>
      <para>betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel</para>
      <para>96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de</para>
      <para>maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Uit de uitspraak van 23 juli 2024 volgt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van sluiten van dat onderzoek, op 16 juli 2024, rechtmatig is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Had de rechtbank het onderzoek moeten heropenen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiser heeft na sluiting van het onderzoek verzocht om heropening van het onderzoek. Hierbij voert eiser aan dat de minister op 4 september 2024 stukken in het dossier heeft geplaatst en de rechtbank heeft eiser twee werkdagen gegeven om hierop te reageren. Eiser had dus tot en met 6 september 2024 de mogelijkheid voor het indienen een reactie. Daarnaast voert eiser aan dat de minister drie werkdagen krijgt voor het geven van inlichtingen terwijl eiser maar twee werkdagen krijgt. Ook geven de verschillende zittingsplaatsen afwijkende termijnen. Dit is volgens eiser willekeur en daarmee in strijd met het Unierecht. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om het onderzoek te heropenen. Hierbij wijst de rechtbank op het volgende. In de procedure tegen het voortduren van de bewaring heeft de minister drie werkdagen om inlichtingen te geven over de voortgang van de voorbereiding van de uitzetting van de vreemdeling. In artikel 8.5, eerste lid, van het Procesreglement Bestuursrecht<footnote-ref linkend="_06d16dde-411f-42b0-9198-aaad2816b410" /> is opgenomen dat met deze inlichtingen wordt bedoeld de voortgangsrapportage. In het tweede lid van artikel 8.5 van het Procesreglement Bestuursrecht is opgenomen dat de vreemdeling na ontvangst van de bedoelde inlichtingen twee werkdagen heeft om hierop te reageren. In dit geval heeft de minister op 2 september 2024 de voortgangsrapportage overgelegd. Eiser had dus tot en met 4 september 2024 om een reactie te geven op de voortgangsrapportage. Nu de rechtbank het onderzoek op 6 september 2024 heeft gesloten, is aan eiser voldoende tijd geboden om te reageren op de voortgangsrapportage. Dat sprake is van een inbreuk op het recht op verdediging volgt de rechtbank dan ook niet. Dat andere zittingsplaatsen andere termijnen zouden hanteren heeft eiser niet onderbouwd, zodat de rechtbank niet zal ingaan op het betoog van eiser dat hierdoor sprake zou zijn van (verboden) willekeur. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is het voortduren van de maatregel onrechtmatig?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft gereageerd op de voortgangsrapportage. Wel heeft eiser in het beroepschrift aangevoerd dat de voortduring van de bewaring in strijd is met het recht. Nu de onderbouwing van deze grond ontbreekt ziet de rechtbank geen reden om het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. De rechtbank ziet in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.<footnote-ref linkend="_32c76d97-a666-4e0d-91c7-bd2401d618a0" /></para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	Het beroep is ongegrond. Daarom wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M.M. Otten, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1325d1e6-a3e3-41b0-bf51-2b048a216269" label="1">
    <para> Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3cd258bd-057b-4a66-ac70-12ca807877b5" label="2">
    <para> Rb. Den Haag, zp. Arnhem 17 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:7531.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a1abe15-2b66-41de-9269-714452d63cca" label="3">
    <para> Rb. Den Haag, zp. Arnhem 24 juni 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:9861.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad2ce517-0b56-4e73-be37-c00fb8ef1382" label="4">
    <para> Rb. Den Haag, zp. Arnhem 23 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:12196.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_06d16dde-411f-42b0-9198-aaad2816b410" label="5">
    <para> Staatscourant 2023, 32442.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_32c76d97-a666-4e0d-91c7-bd2401d618a0" label="6">
    <para> Vergelijk de uitspraak van de ABRvS, 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>