<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:14560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-12T17:09:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/4279</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:14560">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:14560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-12T16:46:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:14560 Rechtbank Den Haag , 12-08-2024 / 24/4279</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:14560:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om voorlopige voorziening. Aanvraag om een nieuw Nederlands paspoort is niet in behandeling genomen. Verzoekster doet het verzoek haar gegevens hangende bezwaar niet op te nemen in het Register Paspoortsignaleringen. Verzoek is niet-ontvankelijk omdat connexiteit ontbreekt. Ten aanzien van een eventueel verzoek tot signalering zal verzoekster een separaat besluit ontvangen. Het onderhavige besluit waarbij de paspoortaanvraag niet in behandeling is genomen omvat niet ook een verzoek tot signalering. Overigens zijn de aangevoerde omstandigheden onvoldoende om spoedeisend belang aan te nemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:14560:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 24/4279</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 augustus 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.L. Hofdijk),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Geraedts).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag om een nieuw Nederlands paspoort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 24 april 2024 heeft verweerder deze aanvraag niet in behandeling genomen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verzoekster heeft op 14 maart 2024 een aanvraag voor een Nederlands paspoort ingediend. Verweerder heeft de aanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen omdat zij volgens hem niet in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Dit is op te vatten als een afwijzing van de aanvraag. Verzoekster is op [geboortedatum] 1986 geboren in [geboorteplaats] in Ghana. Haar vader heeft op 14 december 1987 de Nederlandse nationaliteit verkregen, hij heeft verzoekster op 11 februari 1992 erkend als zijn dochter. Aan verzoekster is op 28 augustus 2003 een Ghanees paspoort verstrekt met een geldigheid tot 27 augustus 2013. De moeder van verzoekster heeft de Ghanese nationaliteit en heeft nooit in Nederland gewoond. Op het moment van erkenning was de vader van verzoekster getrouwd met een andere vrouw dan de biologische moeder van verzoekster. Tot 1 april 2014 waren dergelijke erkenningen nietig.<footnote-ref linkend="_cf30d9a4-fec7-463a-8e1f-393f6696f7fb" /> Volgens verweerder heeft verzoekster daarom niet het Nederlanderschap verkregen. Uit de overgelegde stukken volgt dat het Nederlandse paspoort van verzoekster geldig was tot 14 juli 2024. Zij is daarnaast in het bezit van een Nederlandse identiteitskaart geldig tot 15 juli 2024. De reisdocumenten zijn volgens verweerder ten onrechte aan verzoekster verstrekt en van rechtswege vervallen.<footnote-ref linkend="_f1246b55-5457-471a-881e-aae235134530" /> In het besluit heeft verweerder verzoekster opgedragen haar Nederlandse identiteitskaart binnen 14 dagen in te leveren bij de ambassade in Londen. Daarbij heeft hij meegedeeld dat als zij niet aan dit verzoek voldoet haar persoonsgegevens zullen worden opgenomen in het Register Paspoortsignaleringen (het RPS).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Een vereiste voor de ontvankelijkheid van een verzoek om voorlopige voorziening is dat het verzoek betrekking heeft op de inhoud van het bestreden besluit waarvoor een voorziening wordt gevraagd. Dat wordt ook wel het materiële connexiteitsvereiste genoemd.<footnote-ref linkend="_47adeb31-5aa8-4f26-8312-5af1295cc652" /> De voorzieningenrechter is van oordeel dat er in deze zaak tussen het bestreden besluit en het verzoek om voorlopige voorziening geen sprake is van materiële connexiteit. De voorzieningenrechter licht zijn oordeel als volgt toe.</para>
    <para />
    <para>4. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter de voorziening te treffen dat hangende de bezwaarprocedure gericht tegen het besluit van 24 april 2024, en hangende een eventuele beroepsprocedure, de persoonsgegevens van verzoekster niet worden opgenomen in het RPS. Zij vraagt om de signalering in het RPS pas te laten ingaan wanneer definitief op het beroep inzake het niet in behandeling nemen van de paspoortaanvraag is beslist.</para>
    <para />
    <para>5. Uit de uitspraak van de Afdeling van 10 april 2024 volgt dat de beslissing om een verzoek tot signalering in te dienen bij het Register Paspoortsignaleringen van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) een besluit is in de zin van de Awb.<footnote-ref linkend="_44830f33-0c80-43e5-bc8d-47d3771e4f86" /> Verweerder wijst erop dat verzoekster ten aanzien van een eventueel verzoek tot signalering van haar persoonsgegevens een separaat besluit zal ontvangen. Het besluit van 24 april 2024, waarbij is besloten de paspoortaanvraag niet in behandeling te nemen, omvat niet ook een besluit met een verzoek tot signalering. Er wordt daarom niet voldaan aan het connexiteitsvereiste, zodat het verzoek dat hier voorligt nietontvankelijk moet worden verklaard. In het geval dat verweerder een verzoek tot signalering doet, kan verzoekster daartegen in bezwaar en alsnog een verzoek om een voorlopige voorziening indienen.</para>
    <para />
    <para>6. Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat in de door verzoekster genoemde omstandigheden overigens ook onvoldoende reden wordt gezien om een spoedeisend belang aan te nemen. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Verzoekster stelt dat zij door het besluit van verweerder niet meer kan werken en dus ook haar bestaan in het Verenigd Koninkrijk niet meer kan bekostigen. Uit het stuk van het Britse Home Office van 30 december 2019 dat verzoekster heeft overgelegd blijkt echter dat zij een <emphasis role="italic">settled</emphasis> status heeft en kan (blijven) werken in het Verenigd Koninkrijk.<footnote-ref linkend="_d67b06e7-87cc-495b-8e99-96a1037d8cb0" /> Dat zij op korte termijn haar baan verliest als gevolg van de paspoortaanvraag die niet in behandeling is genomen, staat niet vast. Bovendien heeft verzoekster niet aannemelijk gemaakt dat zij niet opnieuw een Ghanees paspoort kan aanvragen bij de Ghanese vertegenwoordiging in het Verenigd Koninkrijk.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>7. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening nietontvankelijk. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op </para>
    </parablock>
    <para>12 augustus 2024.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
  <footnote id="_cf30d9a4-fec7-463a-8e1f-393f6696f7fb" label="1">
    <para> Artikel 1:224, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (oud).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f1246b55-5457-471a-881e-aae235134530" label="2">
    <para> Artikel 47, eerste lid, aanhef en onder h, van de Paspoortwet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_47adeb31-5aa8-4f26-8312-5af1295cc652" label="3">
    <para> Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_44830f33-0c80-43e5-bc8d-47d3771e4f86" label="4">
    <para> Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1436.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d67b06e7-87cc-495b-8e99-96a1037d8cb0" label="5">
    <para> Het overgelegde stuk spreek van: “Indefinite Leave in the United Kingdom, under Appendix EU to the Immigration Rules”.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>