<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:13891</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-02T08:47:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.13159</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:13891">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:13891</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-30T12:14:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:13891 Rechtbank Den Haag , 29-08-2024 / NL24.13159</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:13891:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BNT, asielaanvraag, ingewilligd, Dublinverordening, IGS prematuur, PKV afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:13891:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.13159</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker], verzoeker</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer] </para>
      <para>(gemachtigde: mr. R.P. van Empel-Bouman),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft op 26 maart 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 28 juni 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 17 mei 2024 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker ingewilligd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.<footnote-ref linkend="_8ae4b316-e324-43e8-8a33-4469ef211595" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb.<footnote-ref linkend="_32e52635-14c5-464d-8a6a-4850204c97d9" /> Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft onderzocht of de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling moet worden genomen omdat een andere lidstaat van de Europese Unie daarvoor verantwoordelijk is zoals bedoeld in de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_5094feca-97ba-4e47-9ec7-3d0e3f71d1f0" /> Artikel 42, zesde lid, van de Vw<footnote-ref linkend="_41abed1b-6941-40e8-aa50-fd5c750ab188" /> bepaalt dat de beslistermijn in dergelijke gevallen aanvangt op het moment waarop is komen vast te staan dat Nederland verantwoordelijk is of zal worden voor de behandeling van de asielaanvraag. Dat moment is in ieder geval aangebroken wanneer de in de Dublinverordening neergelegde overdrachtstermijn is verstreken. Dat moment kan zich echter ook eerder voordoen, bijvoorbeeld als verweerder zelf eerder besluit om de asielaanvraag aan zich te trekken of als door feiten en omstandigheden blijkt dat de verantwoordelijkheid vanaf een bepaald moment aan Nederland behoort of zal gaan behoren.</para>
    <para />
    <para>3. De Afdeling<footnote-ref linkend="_aed58c5e-e890-4ddb-97b6-4d8980c012fd" /> heeft in haar uitspraken van 26 april 2023<footnote-ref linkend="_4e958010-0d9e-4e8e-a75b-bb0f4540d699" /> geoordeeld dat ten aanzien van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De Afdeling heeft verder geoordeeld dat, alhoewel de Italiaanse autoriteiten voornemens zijn om de overdrachten zoals bedoeld in de Dublinverordening op enig moment weer te hervatten, het op dit moment niet mogelijk is om vast te stellen wanneer het gebrek aan opvangfaciliteiten zal zijn opgelost en de overdrachten aan Italië weer kunnen worden hervat. Dit betekent dat het vanaf 26 april 2023 voor verweerder duidelijk was, of had moeten zijn, dat een overdracht van verzoeker aan Italië niet mogelijk was, en dat hij verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van verzoeker.</para>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. Gelet op wat hierboven is overwogen, vangt deze beslistermijn in het geval van verzoeker aan op 26 april 2023. De beslistermijn zou daarom op 26 oktober 2023 eindigen. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22<footnote-ref linkend="_142fcee3-de0c-439f-829d-dd0728c0d513" /> de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor verzoeker pas op 26 juli 2024 zou eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023<footnote-ref linkend="_8764d257-a66d-4903-83b9-5ee88626600b" /> geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw.<footnote-ref linkend="_f2d36964-6b82-480a-a6fd-425321ef735d" /> De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig. De maximale beslistermijn van 21 maanden<footnote-ref linkend="_d5a3be56-822d-4de7-9edf-119ee84e0595" /> vanaf de indiening van de asielaanvraag eindigt echter eerder, op 28 maart 2024. </para>
    <para />
    <para>5. Verzoeker heeft verweerder op 6 maart 2024 in gebreke gesteld. Op dat moment was de wettelijke beslistermijn nog niet verstreken. Dit betekent dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend, wat had moeten leiden tot een niet-ontvankelijk beroep.</para>
    <para />
    <para>6. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van geheel of gedeeltelijke tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a van de Awb.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 29 augustus 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over verzet</emphasis>
      </para>
      <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8ae4b316-e324-43e8-8a33-4469ef211595" label="1">
    <para> Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_32e52635-14c5-464d-8a6a-4850204c97d9" label="2">
    <para> Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5094feca-97ba-4e47-9ec7-3d0e3f71d1f0" label="3">
    <para> Verordening (EU) Nr. 604/2103.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_41abed1b-6941-40e8-aa50-fd5c750ab188" label="4">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aed58c5e-e890-4ddb-97b6-4d8980c012fd" label="5">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4e958010-0d9e-4e8e-a75b-bb0f4540d699" label="6">
    <para> ECLI:NL:RVS:2023:1654 en ECLI:NL:RVS:2023:1655.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_142fcee3-de0c-439f-829d-dd0728c0d513" label="7">
    <para> Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8764d257-a66d-4903-83b9-5ee88626600b" label="8">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2023:3698, ECLI:NL:RBDHA:2023:3697 en ECLI:NL:RBDHA:2023:3701.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f2d36964-6b82-480a-a6fd-425321ef735d" label="9">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d5a3be56-822d-4de7-9edf-119ee84e0595" label="10">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>