<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:13511</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-09T09:30:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.14361, NL24.14364</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:13511">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:13511</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-23T16:26:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:13511 Rechtbank Den Haag , 26-08-2024 / NL24.14361, NL24.14364</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:13511:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>terugkeerbesluit - Venezuela - eiser heeft vertrekplicht voldaan - procesbelang vanwege mogelijk toekomstig inreisverbod - ECLI:NL:RVS:2024:1178 - beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:13511:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL24.14361 (beroep) en NL24.14364 (voorlopige voorziening).</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer/voorzieningenrechter in de zaken tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , eiser en verzoeker (hierna: eiser)</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. L. Leenders),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie, </emphasis>voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiser tegen het aan hem opgelegde terugkeerbesluit (hierna: het bestreden besluit). Ook wordt uitspraak gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening dat eiser heeft ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Met het bestreden besluit van 28 maart 2024 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd, gericht op vertrek naar Venezuela en met een vertrektermijn van vier weken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Eiser heeft tegen dit bestreden besluit beroep (NL24.14361) ingesteld bij de rechtbank. Ook heeft eiser de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (NL24.14364) te treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geen zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De rechtbank houdt in dit beroep geen zitting, omdat dat op grond van de wet<footnote-ref linkend="_9e9a1e34-3607-4dcc-bb04-42728a434ca2" /> in deze zaak niet nodig is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1996 en heeft de Venezolaanse nationaliteit. Verweerder heeft aan eiser een terugkeerbesluit<footnote-ref linkend="_14a925ef-7a93-499d-8690-014f294247b3" /> opgelegd, omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft sinds hij de vrije termijn van zijn Schengenvisum heeft overschreden. Vast staat namelijk dat eiser op 27 juni 2022 de Europese Unie is ingereisd met een Schengenvisum, geldig voor 90 dagen, en dat eiser ten tijde van het gehoor en het opleggen van het terugkeerbesluit op 28 maart 2024 nog steeds hier verbleef. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser voert in beroep aan dat hij gehoor heeft gegeven aan het bestreden besluit en zelfstandig is vertrokken naar zijn land van herkomst, Venezuela.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Vast staat dat eiser de vrije termijn na afloop van zijn Schengenvisum (ruimschoots) heeft overschreden en dat eiser binnen de aan hem gestelde vertrektermijn van vier weken de Europese Unie heeft verlaten. Door te voldoen aan de vertrekplicht is het terugkeerbesluit van 28 maart 2024 uitgewerkt. De rechtbank beoordeelt eerst of eiser nog procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep. </para>
    <para />
    <para>6. Uit vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_ae967530-96b7-4089-b84e-6498f6ef7f1d" /> van de hoogste bestuursrechter volgt dat het procesbelang bij een uitspraak op een beroep tegen een terugkeerbesluit gelegen kan zijn in de mogelijkheid dat het terugkeerbesluit in de toekomst ook ten grondslag zal worden gelegd aan een inreisverbod. Om deze reden heeft eiser belang bij een oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit.</para>
    <para />
    <para>7. In de zelfstandige terugkeer van eiser naar zijn land van herkomst vindt de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat het terugkeerbesluit niet juist is en daarom onterecht is opgelegd. Eiser heeft geen andere beroepsgronden aangevoerd. Voor zover eiser in het gehoor bij de vreemdelingenpolitie en in de gronden bij het verzoek om een voorlopige voorziening heeft aangevoerd dat hij in afwachting is van een beslissing over een verblijfsvergunning in Portugal, is dit niet met stukken onderbouwd.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>8. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt daar niet over. Het beroep is kennelijk ongegrond en het opgelegde terugkeerbesluit blijft in stand.</para>
    <para />
    <para>9. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit<footnote-ref linkend="_deb7f1e0-ab26-496f-b453-204a13691422" />.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar en de uitspraak is verzonden op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over verzet </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>Als u het niet eens bent met de uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de</para>
      <para>rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U</para>
      <para>moet dit verzetschrift bij deze rechtbank indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet de datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw</para>
      <para>verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para>.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9e9a1e34-3607-4dcc-bb04-42728a434ca2" label="1">
    <para> Op grond van artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14a925ef-7a93-499d-8690-014f294247b3" label="2">
    <para> Op grond van artikel 62a, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae967530-96b7-4089-b84e-6498f6ef7f1d" label="3">
    <para> Zie o.a. de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1178.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_deb7f1e0-ab26-496f-b453-204a13691422" label="4">
    <para> Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>