<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-09T13:58:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.32347 en NL23.32349</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:133">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:133</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-09T13:57:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:133 Rechtbank Den Haag , 03-01-2024 / NL23.32347 en NL23.32349</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:133:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeken om een voorlopige voorziening ingetrokken. Proceskostenveroordeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:133:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL23.32347 en NL23.32349</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], verzoeker, V-nummer: [Nummer]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Naam 2]
        </emphasis>, verzoekster, V-nummer: [Nummer 2]</para>
      <para>mede namens hun minderjarige zoon <emphasis role="bold">[Naam 3]</emphasis></para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Taheri),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In twee besluiten van 5 oktober 2023 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben beroep (NL23.32346 en NL23.32348) ingesteld tegen de bestreden besluiten. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen, inhoudende dat aan de beroepen schorsende werking wordt toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft er in zijn verweerschrift in de beroepen van 9 november 2023 op gewezen dat in de bestreden besluiten ten onrechte is opgenomen dat verzoekers de beroepen niet in Nederland mogen afwachten, aangezien van rechtswege sprake is van schorsende werking (artikel 82, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder c, tweede zinsdeel, van de Vreemdelingenwet 2000).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben de verzoeken desgevraagd ingetrokken met een gelijktijdig verzoek om verweerder te veroordelen in de door hen gemaakte proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak buiten zitting op het verzoek om een veroordeling van verweerder in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 8:84, vijfde lid, gelezen samen met artikel 8:75a, van de Awb, kan de voorzieningenrechter in geval van intrekking van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening het bestuursorgaan veroordelen in de door de indiener gemaakte proceskosten als het bestuursorgaan aan de indiener is tegemoetgekomen.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft in de bestreden besluiten ten onrechte de indruk gewekt dat het indienen van verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening nodig was om schorsende werking van de beroepen te bereiken. Door dit in het verweerschrift van 9 november 2023 te onderkennen, is verweerder aan verzoekers tegemoetgekomen.</para>
    <para />
    <para>3. Gelet daarop ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 875 voor het indienen van twee samenhangende verzoekschriften met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten ter hoogte van € 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open</emphasis>.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>