<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:13212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-20T08:51:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBNHO:2024:8313</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.24864</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:13212">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:13212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-20T07:46:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:13212 Rechtbank Den Haag , 12-08-2024 / NL24.24864</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:13212:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>beroep ongegrond, verzoek om schadevergoeding afgewezen Ophouding, artikel 50, tweede en derde lid, van de Vw Eiseres is aangehouden vanwege een controle in het kader van de APV. De rechtbank beoordeelt deze strafrechtelijke aanhouding niet in deze procedure. </para>
        <para>Verweerder heeft eiseres opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw in plaats van artikel 50, tweede lid, van de Vw. De rechtbank passeert dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb omdat eiseres hiervan geen nadeel heeft ondervonden. Wel proceskostenveroordeling, geen schadevergoeding.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:13212:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.24864</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.I. Vennik),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_fb1fc16c-476c-41a6-9edf-e3409a9865fa" />
      </para>
      <para>(gemachtigde: mr. W. Vrooman).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres is op 15 juni 2024 om 13:54 uur opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en op 15 juni 2024 om 16:45 uur is de ophouding geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen de ophouding beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 1 juli 2024 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres stelt van Venezolaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum] 1991.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres is op 15 juni 2024 opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw. Zij heeft beroep ingesteld tegen de ophouding omdat zij vindt dat de ophouding onrechtmatig was en dit moet leiden tot schadevergoeding van een dag. De rechtbank begrijpt hiermee dat eiseres verzoekt om een schadevergoeding van € 100,-.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt vast dat uit het proces-verbaal van bevindingen van 15 juni 2024 duidelijk blijkt dat eiseres is aangehouden vanwege een controle in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening omdat zij zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een seksbedrijf uitoefende. Dit is dus een strafrechtelijke aanhouding. De rechtbank kan de strafrechtelijke aanhouding van eiseres in deze procedure niet op rechtmatigheid beoordelen en verwijst hierbij naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zoals de uitspraak van 22 januari 2024.<footnote-ref linkend="_be18f9c7-6029-4709-93c2-6ab07d457c25" /></para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft echter wel ter zitting erkend dat de ophouding van eiseres gebaseerd had moeten worden op artikel 50, tweede lid, van de Vw in plaats van het derde lid van dit artikel omdat de identiteit van eiseres nog niet vaststond. Verweerder heeft ook gesteld dat de ophouding op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw, wel rechtmatig was geweest. De rechtbank acht deze stelling juist en constateert dat eiseres dit niet heeft betwist. Omdat eiseres geen nadeel heeft ondervonden van het enkel noemen van een onjuiste grondslag in het proces-verbaal passeert de rechtbank dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond. Daarom wijst de rechtbank ook het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para>6. Vanwege het onder 4 geconstateerde gebrek ziet de rechtbank wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres van € 1.750,-.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. van der Gouw, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_fb1fc16c-476c-41a6-9edf-e3409a9865fa" label="1">
    <para> Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be18f9c7-6029-4709-93c2-6ab07d457c25" label="2">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:190.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>