<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:13188</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-19T15:40:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.685 en NL24.5097</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:13188">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:13188</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-19T15:40:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:13188 Rechtbank Den Haag , 01-07-2024 / NL23.685 en NL24.5097</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:13188:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel. De persoonlijke problemen die eiser heeft ondervonden met Al-Shabaab zijn niet de directe aanleiding om Somalië te ontvluchten. Eiser loopt bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade in de zin van art. 3 van het EVRM. Beroep ongegrond, NTB N.O.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:13188:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL23.685 en NL24.5097  </para>
  </parablock>
  <bridgehead>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R.J. Portegies)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. G. Erdal)</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen 1) het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag<footnote-ref linkend="_2991c59f-06d4-46b2-97c6-195ed6dc5cd3" /> en 2) het alsnog genomen besluit waarbij de asielaanvraag van eiser is afgewezen<footnote-ref linkend="_bd5cf3c1-873b-4bf4-8214-6ced82f408c1" />. <?linebreak?>1.1.	Eiser heeft op 4 augustus 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Op 9 januari 2023 heeft hij beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. <?linebreak?>1.2.	Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 31 januari 2024 afgewezen als ongegrond.<footnote-ref linkend="_51f2db32-915a-4bff-875b-1ee1e0760b11" /> Eiser heeft vervolgens apart beroep ingesteld tegen deze afwijzing.<?linebreak?>1.3.	Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.<?linebreak?>1.4.	De rechtbank heeft alleen het beroep met zaaknummer NL24.5097 op 3 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Ikar als tolk en de gemachtigde van verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank<?linebreak?></title>
    <para>
      <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>2. Eiser stelt de Somalische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op 23 februari 2001. Hij stelt problemen te hebben met Al-Shabaab. Eiser heeft verklaard dat zijn moeder tijdens het werken in haar winkel meerdere keren telefonisch is bedreigd door Al-Shabaab. Eiser stelt dat toen hij 16 of 17 jaar oud was, hij ook één keer de telefoon heeft opgenomen. Al-Shabaab wilde dat de moeder van eiser hen belasting zou betalen. De moeder van eiser gaf niet toe, waarna zij door Al-Shabaab is beschoten bij haar winkel. De moeder van eiser heeft de aanval overleefd. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiser uit wraak te worden gedood door Al-Shabaab, omdat zijn moeder geen belasting heeft betaald. Zij zou vanwege de problemen ook niet meer in Somalië verblijven.<?linebreak?></para>
    <para>3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>identiteit, nationaliteit en herkomst;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>telefonische bedreigingen vanuit Al-Shabaab;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>aanval op eisers moeder door Al-Shabaab;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>persoonlijke problemen met Al-Shahaab.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Ook de persoonlijke problemen met Al-Shabaab vindt verweerder geloofwaardig, voor zover dit gaat over de verklaringen van eiser dat hij als jongen twee keer is geslagen door leden van Al-Shabaab.<footnote-ref linkend="_bbb87595-c693-4869-8db6-f56861abbd12" /> Dit maakt echter niet dat aan eiser een asielvergunning wordt verleend. Deze persoonlijke problemen met Al-Shabaab zijn namelijk niet de directe aanleiding geweest voor eiser om Somalië te verlaten. De gestelde problemen van zijn moeder en het feit dat zij gewond was, waren de redenen om Somalië te verlaten.<footnote-ref linkend="_084c07ea-8481-4032-a3fd-efa1214e1c82" /> Ten tijde van de aanval op de moeder van eiser was Al-Shabaab aan de macht. Verweerder stelt dat dat op dit moment niet meer het geval<footnote-ref linkend="_ebc94f62-3e06-4c84-a88e-3c0a2fc3d345" /> is en eiser verder geen persoonlijke problemen heeft gehad met Al-Shabaab. De telefonische bedreigingen vanuit Al-Shabaab en de aanval op de moeder van eiser acht verweerder ongeloofwaardig. Volgens verweerder heeft eiser dan ook bij terugkeer naar Somalië geen vrees voor vervolging en loopt hij ook geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM<footnote-ref linkend="_529f9e6e-3a37-4389-8e85-546e81bf7f6b" />. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder heeft de telefonische bedreigingen en de aanval op zijn moeder ten onrechte ongeloofwaardig geacht. In de kern komt eisers betoog erop neer dat hij over deze elementen niet tegenstrijdig, summier of wisselend heeft verklaard. Verder maken de persoonlijke problemen van eiser en de slechte veiligheidssituatie door de aanwezigheid van Al-Shabaab dat hij bij terugkeer naar Somalië wel degelijk een reëel risico op ernstige schade loopt<footnote-ref linkend="_1025369c-0703-4fa5-a704-0f827b7c2aaa" />. <?linebreak?><emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold">Het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen (NL23.685)</emphasis></para>
      <para>5. <?linebreak?>De rechtbank stelt vast dat verweerder op 31 januari 2024, buiten de beslistermijn, op de asielaanvraag heeft beslist. Nu verweerder op de aanvraag heeft beslist, is het belang van eiser bij een beoordeling van het beroep met zaaknummer NL23.685 komen te vervallen. Dat beroep zal daarom kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard<footnote-ref linkend="_147f20fd-8dfe-4bcf-88a3-d91291b70091" />.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het beroep gericht tegen het asielbesluit (NL24.5097)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Telefonische bedreigingen door Al-Shabaab</emphasis>
        <?linebreak?>6.	De rechtbank is van oordeel dat verweerder de telefonische bedreigingen van Al-Shabaab niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Verweerder heeft eiser kunnen tegenwerpen dat hij wisselend heeft verklaard als het gaat om de periode waarin zijn moeder telefoontjes zou hebben gekregen van Al-Shabaab. Zo heeft eiser verklaard dat Al-Shabaab in 2019 geld is gaan vragen van eisers moeder.<footnote-ref linkend="_49f55e92-a50f-40fd-bfeb-6ae07f90dceb" /> Eiser heeft later aangegeven dat hij in de vierde maand van 2019 hierover is geïnformeerd door zijn moeder en dat in de zesde maand de aanval op zijn moeder plaatsvond.<footnote-ref linkend="_a36af590-7850-4205-8e94-8940dad23cf2" /> In het aanvullend gehoor heeft eiser echter verklaard dat hij in 2018 één keer de telefoon heeft opgenomen<footnote-ref linkend="_2fa11226-ce74-40cf-bca3-a4c6c5f02ff9" /> en dat zijn moeder hiervoor al meerdere telefoontjes had gekregen van Al-Shabaab.<footnote-ref linkend="_73fd9d21-4233-45af-ad3e-df848dffaaa0" /> Ook heeft eiser verklaard dat Al-Shabaab aan zijn moeder heeft gevraagd om tussen 2017 en 2018 naar de rechtbank te komen.<footnote-ref linkend="_12469555-d90a-45ab-aa59-dccfa37e5243" /> Daarbij heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiser heeft verklaard dat wanneer iemand geen belasting kan betalen, Al-Shabaab vraagt om naar de rechtbank te komen.<footnote-ref linkend="_1e527455-9a97-4889-8300-83189cd70a29" /> Dit rijmt niet met de verklaring van eiser dat pas in 2019 door Al-Shabaab telefonisch is verzocht geld te betalen. Verweerder heeft zich ook op het standpunt kunnen stellen dat dat de correctie van het jaartal van 2019 naar 2018<footnote-ref linkend="_b9de88bb-0f36-411c-aa11-14e83406a1e1" /> door eiser geen betrekking heeft op de wijziging van het jaartal waarin de aanval op zijn moeder zou zijn gepleegd door Al-Shabaab, maar dat deze wijziging betrekking heeft op dat eiser in 2018 één keer de telefoon heeft opgenomen. Daarbij heeft verweerder er in het bestreden besluit op kunnen wijzen dat in het aanvullend gehoor aan eiser is voorgehouden dat hij in het jaar 2017 of 2018 ook één keer de telefoon heeft opgenomen, maar dat de aanval op zijn moeder pas in 2019 heeft plaatsgevonden, met de vraag wat de reden zou zijn dat Al-Shabaab zo lang heeft gewacht met de aanval. Eiser heeft daarop bevestigd dat het inderdaad in 2018 was dat hij de telefoon opnam.<footnote-ref linkend="_60a47d17-589c-4c7d-ba1e-5a254cfbe29d" /><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>Verweerder heeft eiser ook kunnen tegenwerpen dat hij niet heeft kunnen aangeven hoe vaak zijn moeder is gebeld door Al-Shabaab, hoewel daar tijdens het nader gehoor tot twee keer toe expliciet om is gevraagd.<footnote-ref linkend="_134cbea3-3f1c-4ed5-9e52-4c67103f1c9d" /> Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat van eiser verwacht mag worden dat hij hier meer over kan vertellen. Het gaat namelijk over de kern van zijn asielrelaas.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft zich ook op het standpunt kunnen stellen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de manier waarop hij betrokken werd bij de gebeurtenissen door zijn familie. Zo heeft eiser verklaard dat na de dood van zijn oom, niemand hem nog iets heeft verteld over de situatie rondom Al-Shabaab,<footnote-ref linkend="_7db2257f-3a91-48c3-b74a-cb0bc45c3f9e" /> terwijl eerder door eiser is aangegeven dat hij als oudste kind wel werd betrokken bij de situatie rondom Al-Shabaab door zijn moeder.<footnote-ref linkend="_08f578bc-7ea4-48af-8d4b-3d6139efa883" /><?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Aanval op moeder door Al-Shabaab </emphasis>
        </para>
        <para>I7. 	Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank ook op het standpunt mogen stellen dat de aanval op eisers moeder door Al-Shabaab ongeloofwaardig is en overweegt hierover het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>Eiser heeft verklaard dat hij niet aanwezig was toen zijn moeder werd aangevallen in de winkel.<footnote-ref linkend="_3cc0ddaa-6ab8-4b16-97da-e33ea080fb56" /> Winkeliers, buren en marktgangers zouden het wel hebben gezien en hebben eiser verteld dat het om drie mannen ging die de aanval hebben gepleegd.<footnote-ref linkend="_27f171dc-c055-456a-a579-8ca7d3a528f9" /> Op de vraag hoe de mensen zou weten dat het om Al-Shabaab ging heeft eiser verklaard dat de mensen het niet wisten. Eiser ging ervan uit dat het om Al-Shabaab ging vanwege de dreigtelefoontjes die zijn moeder heeft ontvangen.<footnote-ref linkend="_02b33b1b-eaac-4784-8ed0-4b2b4d40d65d" /> Verweerder heeft zich gelet op deze verklaringen op het standpunt kunnen stellen dat eiser zich heeft gebaseerd op vermoedens. Dit geldt ook voor de verklaring van eiser dat Al-Shabaab op de hoogte was van het feit dat zijn moeder de aanval heeft overleefd. Eiser heeft hier namelijk alleen over verklaard dat Al-Shabaab dit zou weten omdat de winkel verkocht moest worden en zijn tante in Balad bleef. Daarnaast zou Al-Shabaab onder de bevolking zitten en zouden zij hebben gezien dat eisers moeder uit de winkel werd gedragen.<footnote-ref linkend="_173c200c-0a6e-4626-9308-f122c54ea94a" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>Verweerder heeft er verder op kunnen wijzen dat eiser op de vraag waarom de aanval op zijn moeder in 2019 plaatsvond, terwijl de telefonische bedreigingen al in 2018 plaatsvonden, heeft verklaard dat zijn moeder een laatste waarschuwing zou hebben gehad en dat iedereen van Al-Shabaab de tijd krijgt om hun verzoeken na te komen.<footnote-ref linkend="_8d2061e4-38ce-4d6a-b8f3-4715fe11cc4b" /> Gezien de represailles bij niet-betalen van belasting aan Al-Shabaab heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat deze verklaring van eiser afbreuk doet aan geloofwaardigheid. Daarnaast heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiser ook niet kan aangeven wanneer zijn moeder de laatste waarschuwing van Al-Shabaab zou hebben gehad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>Verweerder heeft eiser ook kunnen tegenwerpen dat hij inconsistent en tegenstrijdig heeft verklaard over de dag van de gebeurtenis. In het nader gehoor heeft eiser verklaard dat zijn moeder gedragen zou zijn door mensen om vervolgens naar een tuktuk gebracht te worden die haar naar een halte voor minibussen bracht.<footnote-ref linkend="_3ef3e65d-20b4-4e4f-ac86-cd4ff571ba27" /> In het aanvullend gehoor heeft eiser echter verklaard dat zijn moeder in een auto werd gelegd en dat aan eiser is gevraagd om mee te gaan.<footnote-ref linkend="_1a889b7b-4903-4b2e-aa25-07ea3c7aca3e" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over zijn bezoek aan zijn moeder in het ziekenhuis. Eiser heeft verklaard dat hij zowel in het ziekenhuis in Mogadishu als in Turkije is ingelicht over de situatie met Al-Shabaab.<footnote-ref linkend="_8a6809a5-37fc-4961-83bc-3888c5a11a06" /> Eiser verklaart dat hij meeging naar het ziekenhuis in Mogadishu en dat hij af en toe op bezoek ging in het ziekenhuis.<footnote-ref linkend="_e3c536c4-65e1-48dc-8ef9-f339a42d54f8" /> In het aanvullend gehoor, als naar de documenten van het ziekenhuis in Somalië wordt gevraagd, verklaart eiser echter dat hij zijn moeder niet heeft kunnen bezoeken in het ziekenhuis.<footnote-ref linkend="_6ad34a1e-ed2c-47c7-8102-d21c78226871" /><?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zwaarwegendheid persoonlijke problemen</emphasis>
        </para>
        <para>8.	Verweerder heeft er terecht op gewezen dat de geloofwaardig geachte persoonlijke problemen die eiser van de kant van Al-Shabaab heeft ondervonden, namelijk dat hij is geslagen door leden van Al-Shabaab, niet de directe aanleiding zijn geweest voor het verlaten van Somalië. Uit de verklaring van eiser blijkt namelijk dat de aanval op zijn moeder de reden was om Somalië te verlaten.<footnote-ref linkend="_6552c813-7bcc-448d-9a3f-3b3a84bd2357" /> Verweerder heeft zich onder verwijzing naar het Algemeen Ambtsbericht terecht op het standpunt gesteld dat Al-Shabaab ten tijde van de aanval op de moeder van eiser weliswaar nog aan de macht was in Bal’ad, maar dat dat op dit moment niet meer het geval is.<footnote-ref linkend="_9c658a92-b9ab-49bf-a9c4-c5158c2b2c00" /> Daarnaast heeft eiser verder geen persoonlijke problemen ondervonden met Al-Shabaab. Verweerder heeft op dit punt dan ook voldoende gemotiveerd dat eiser hierdoor bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Rekrutering Al-Shabaab</emphasis>
          <?linebreak?>9.	In beroep is verder nog aangevoerd dat eiser bij terugkeer naar Somalië vreest door Al-Shabaab te worden gerekruteerd om als soldaat in hun leger te vechten. Verweerder heeft zich onder verwijzing naar voormeld Ambtsbericht terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet afkomstig is uit een gebied in Zuid- en Centraal Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert. Coalitietroepen verdreven Al-Shabaab in oktober 2022 uit het district Bal’ad<footnote-ref linkend="_30bde654-7970-4f21-9262-f7ffe86dfc89" />en momenteel staat Bal’ad onder controle van ATMIS en de Somalische federale overheid.<footnote-ref linkend="_8959612e-a73b-4dd1-a22f-8d4dd40ce004" /> Gelet op het voorgaande heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Bal’ad geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM vanwege rekrutering door Al-Shabaab.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para>10. <?linebreak?>De rechtbank zal het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaren.</para>
    <para />
    <para>11. Het beroep tegen de afwijzing van eisers asielaanvraag zal de rechtbank ongegrond verklaren. Dat betekent dat de afwijzing in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>12. Gelet op wat de rechtbank onder 5 heeft overwogen, is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 437,50 (1 punt x factor 0,5 x € 875,-) als kosten van verleende rechtsbijstand. De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, nu dit geding alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. <?linebreak?></para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep met zaaknummer NL23.685 niet-ontvankelijk;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep met zaaknummer NL24.5097 ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van N. Bagheri Shirazi, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met de uitspraak in de zaak NL24.5097, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
      <para>Een partij die het niet eens met de uitspraak in de zaak NL23.685 kan een brief sturen naar de rechtbank waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Dit heet een verzetschrift. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2991c59f-06d4-46b2-97c6-195ed6dc5cd3" label="1">
    <para> NL23.685.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd5cf3c1-873b-4bf4-8214-6ced82f408c1" label="2">
    <para> NL24.5097.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_51f2db32-915a-4bff-875b-1ee1e0760b11" label="3">
    <para> Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bbb87595-c693-4869-8db6-f56861abbd12" label="4">
    <para> Nader gehoor, p. 6 en 19.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_084c07ea-8481-4032-a3fd-efa1214e1c82" label="5">
    <para> Nader gehoor, p. 7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ebc94f62-3e06-4c84-a88e-3c0a2fc3d345" label="6">
    <para> Algemeen Ambtsbericht, juni 2023, p. 26.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_529f9e6e-3a37-4389-8e85-546e81bf7f6b" label="7">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1025369c-0703-4fa5-a704-0f827b7c2aaa" label="8">
    <para> Artikel 3 van het EVRM.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_147f20fd-8dfe-4bcf-88a3-d91291b70091" label="9">
    <para> Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_49f55e92-a50f-40fd-bfeb-6ae07f90dceb" label="10">
    <para> Nader gehoor, p. 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a36af590-7850-4205-8e94-8940dad23cf2" label="11">
    <para> Nader gehoor, p. 11.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2fa11226-ce74-40cf-bca3-a4c6c5f02ff9" label="12">
    <para> Nader gehoor, p. 13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_73fd9d21-4233-45af-ad3e-df848dffaaa0" label="13">
    <para> Aanvullend gehoor, p. 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_12469555-d90a-45ab-aa59-dccfa37e5243" label="14">
    <para> Nader gehoor, p. 5</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e527455-9a97-4889-8300-83189cd70a29" label="15">
    <para> Nader gehoor, p. 15.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b9de88bb-0f36-411c-aa11-14e83406a1e1" label="16">
    <para> Aanvullend gehoor, p. 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_60a47d17-589c-4c7d-ba1e-5a254cfbe29d" label="17">
    <para> Aanvullend gehoor, p. 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_134cbea3-3f1c-4ed5-9e52-4c67103f1c9d" label="18">
    <para> Nader gehoor, p. 12 en 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7db2257f-3a91-48c3-b74a-cb0bc45c3f9e" label="19">
    <para> Aanvullend gehoor, p. 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_08f578bc-7ea4-48af-8d4b-3d6139efa883" label="20">
    <para> Verslag nader gehoor, p. 12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3cc0ddaa-6ab8-4b16-97da-e33ea080fb56" label="21">
    <para> Nader gehoor, p. 16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_27f171dc-c055-456a-a579-8ca7d3a528f9" label="22">
    <para> Aanvullend gehoor, p. 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_02b33b1b-eaac-4784-8ed0-4b2b4d40d65d" label="23">
    <para> Aanvullend gehoor, p. 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_173c200c-0a6e-4626-9308-f122c54ea94a" label="24">
    <para> Nader gehoor, p. 18.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8d2061e4-38ce-4d6a-b8f3-4715fe11cc4b" label="25">
    <para> Aanvullend gehoor, p. 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ef3e65d-20b4-4e4f-ac86-cd4ff571ba27" label="26">
    <para>  Nader gehoor, p. 16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1a889b7b-4903-4b2e-aa25-07ea3c7aca3e" label="27">
    <para> Aanvullend gehoor, p. 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8a6809a5-37fc-4961-83bc-3888c5a11a06" label="28">
    <para> Nader gehoor, p. 12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e3c536c4-65e1-48dc-8ef9-f339a42d54f8" label="29">
    <para> Nader gehoor, p.17</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6ad34a1e-ed2c-47c7-8102-d21c78226871" label="30">
    <para> Aanvullend gehoor, p. 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6552c813-7bcc-448d-9a3f-3b3a84bd2357" label="31">
    <para> Nader gehoor, p. 7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c658a92-b9ab-49bf-a9c4-c5158c2b2c00" label="32">
    <para> Algemeen Ambtsbericht Somalië van het ministerie van Buitenlandse Zaken van juni 2023, p. 26.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_30bde654-7970-4f21-9262-f7ffe86dfc89" label="33">
    <para> Algemeen Ambtsbericht, juni 2023, p. 26.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8959612e-a73b-4dd1-a22f-8d4dd40ce004" label="34">
    <para> Algemeen Ambtsbericht, juni 2023, p. 91.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>