<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:12535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-09T15:50:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/6302</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12535">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-09T15:50:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:12535 Rechtbank Den Haag , 04-07-2024 / 23/6302</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:12535:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verweerder heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft zijn bezwaar niet gericht tegen een besluit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:12535:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 23/6302 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juli 2024 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de raad van de gemeente Krimpenerwaard, verweerder </title>
    <para>(gemachtigde: mr. M.E.C. Zwanenburg).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Eiser heeft op 19 november 2021 bezwaar gemaakt tegen het niet-uitvoeren van de wettelijke taak door verweerder bij de weigering van een omgevingsvergunning voor een carport aan de [adres] , te [plaatsnaam] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met het bestreden besluit van 21 augustus 2023 heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 6 juni 2024 gelijktijdig met het beroep in zaak SGR 23/7793 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Deze zaak gaat over de vraag of verweerder het bezwaar van eiser terecht niet inhoudelijk heeft behandeld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verweerder had eisers bezwaar wel inhoudelijk moeten behandelen. Eiser spreekt verweerder namelijk aan op grond van de Wet op het Dualisme. Verweerder had toezicht moeten houden op het college van burgemeester en wethouders bij de behandeling van eisers aanvraag om een omgevingsvergunning. Verweerder heeft dit niet (goed) gedaan. Verder heeft verweerder niet op de normale wijze overleg gevoerd met eiser. De redelijke beslistermijn is bovendien overschreden: de procedure heeft 21 maanden geduurd, terwijl de commissie bezwaarschriften op 6 december 2021 het advies al heeft uitgebracht. De commissie bezwaarschriften heeft geadviseerd in gesprek te gaan met eiser. In het bestreden besluit staat vervolgens niets over een gesprek. Daarna hebben twee gesprekken met de verantwoordelijke wethouder plaatsgevonden. Hierna heeft eiser meermaals een reminder gestuurd, maar niets meer vernomen van de betreffende wethouder. Er is sprake van onbehoorlijk bestuur. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat zijn de regels?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Voordat verweerder een bezwaar inhoudelijk in behandeling neemt, moet hij bepalen of is voldaan aan de formele eisen uit de wet.<footnote-ref linkend="_ee5d04d8-3f8b-4ea1-b0ef-6ead7b437399" /> Eén van die formele eisen is dat er bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit. Wat een besluit is, staat in de wet.<footnote-ref linkend="_c36b0838-2d0e-4c0f-a55e-976a985040e2" /> Om van een besluit te kunnen spreken, moet het in de eerste plaats gaan om een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan. Verder moet die beslissing rechten en plichten van één of meer betrokkenen wijzigen. Daarnaast moet het gaan om een beslissing op basis van het publiekrecht, dat wil zeggen wet- en regelgeving over de verhouding tussen overheid en burger. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De relevante regels staan in de bijlage. De bijlage hoort bij de uitspraak.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bezwaar van eiser terecht niet inhoudelijk heeft behandeld. De rechtbank legt dit hierna uit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Eiser heeft zijn bezwaar niet gericht tegen een besluit.<footnote-ref linkend="_be355de5-d50f-4fea-91f7-d6c6afdc78dd" /> Eiser heeft in zijn bezwaarschrift van 19 november 2021 namelijk bezwaren geuit over het niet-uitvoeren van de wettelijke taak door verweerder. Zijn bezwaren gaan dus over een feitelijke handeling (of nalaten) van verweerder. Eiser heeft zijn bezwaren niet gericht tegen een schriftelijke beslissing, die rechten en plichten van één of meer betrokkenen wijzigt. De bezwaren van eiser gaan ook niet over een beslissing op basis van het publiekrecht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Omdat het bezwaarschrift van eiser zich niet richt tegen een besluit, heeft verweerder terecht het bezwaarschrift niet inhoudelijk behandeld. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder het bezwaarschrift van eiser terecht niet inhoudelijk heeft behandeld. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.K.S. Mollen, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Maas, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De Algemene wet bestuursrecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 1:3</title>
    <para>1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.</para>
  </section>
  <footnote id="_ee5d04d8-3f8b-4ea1-b0ef-6ead7b437399" label="1">
    <para> De Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c36b0838-2d0e-4c0f-a55e-976a985040e2" label="2">
    <para> Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be355de5-d50f-4fea-91f7-d6c6afdc78dd" label="3">
    <para> In de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>