<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:12244</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-05T16:47:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.27983 en NL24.27984</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12244">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12244</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-05T16:46:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:12244 Rechtbank Den Haag , 05-08-2024 / NL24.27983 en NL24.27984</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:12244:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak beroep en vovo. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de aanvraag van eiser terecht afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat hij alleen economische motieven aan zijn aanvraag ten grondslag heeft gelegd. Beroep ongegrond en vovo afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:12244:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.27983 en NL24.27984</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser/verzoeker,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie, </emphasis>voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.D. Albarda).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?></title>
    <para>1. Bij besluit van 5 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser<footnote-ref linkend="_8c65253b-6897-4c6b-aa4d-fb8a4dcdd946" /> tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. <?linebreak?></para>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 2 augustus 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen O. Sarikaya. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing<?linebreak?></title>
    <para>2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>3. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para>4. De minister heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eisers verklaringen volgens de minister geen aanknopingspunten hebben met de gronden voor verlening.<footnote-ref linkend="_bf41d672-9be4-4dca-ad50-63ab4105487b" /> Eiser beroept zich namelijk uitsluitend op zijn sociaaleconomische omstandigheden in Turkmenistan. Aan eiser is geen terugkeerbesluit of inreisverbod opgelegd, omdat hij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt.</para>
    <para />
    <para>5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de aanvraag van eiser terecht afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat hij alleen economische motieven aan zijn aanvraag ten grondslag heeft gelegd. De minister heeft zich daarbij terecht op het standpunt gesteld dat de vergelijking met het arrest Jawo<footnote-ref linkend="_9db1e6d3-4386-4940-964f-eb76c4a63639" /> mank gaat, omdat hier niet de vraag aan de orde is of eisers verdragsrechten in een andere lidstaat zullen worden gerespecteerd.</para>
    <para />
    <para>6. Voor zover eiser los hiervan betoogt dat hij bij terugkeer in Turkmenistan terecht zal komen in een situatie waarin hij verstoken zal blijven van de meest basale levensbehoeften en dat de Turkmeense overheid hier onverschillig tegenover staat, heeft hij dat naar het oordeel van de rechtbank niet (voldoende) onderbouwd en dus niet aannemelijk gemaakt.</para>
    <para />
    <para>7. Dat eisers sociaaleconomische omstandigheden naar zijn mening te wensen over lieten, maakt nog niet dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat hem bij terugkeer naar Turkmenistan een schending van artikel 3 EVRM<footnote-ref linkend="_fafa350b-ce10-496a-9fce-7ca6e3555330" /> te wachten staat.</para>
    <para />
    <para>8. De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Aangezien op het beroep is beslist, is een voorlopige voorziening niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2024 door mr. V.A.G. van Dijk, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.J. van der Veen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.<?linebreak?>Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_8c65253b-6897-4c6b-aa4d-fb8a4dcdd946" label="1">
    <para> Daar waar in dit proces-verbaal wordt gesproken van eiser kan ook verzoeker worden gelezen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bf41d672-9be4-4dca-ad50-63ab4105487b" label="2">
    <para> Artikel 30b, eerste lid, onder a van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9db1e6d3-4386-4940-964f-eb76c4a63639" label="3">
    <para> Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, Jawo, ECLI:C:EU:2019:218.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fafa350b-ce10-496a-9fce-7ca6e3555330" label="4">
    <para> Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>