<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:12243</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-07T07:43:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.16110</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12243">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12243</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-05T16:17:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:12243 Rechtbank Den Haag , 05-08-2024 / NL23.16110</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:12243:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet-tijdig – IGS prematuur – beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:12243:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.16110</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P.J. Schüller),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft op 1 juni 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 17 oktober 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb<footnote-ref linkend="_c6779c9b-2d73-413f-a217-6639bb2aa024" /> uitspraak zonder zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft op 17 oktober 2022 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiser op 17 april 2023 eindigen. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van WBV 2022/22<footnote-ref linkend="_c14fa49b-da3c-4083-987d-d0f879c7ab87" /> de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser op 17 januari 2024 is geëindigd. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023<footnote-ref linkend="_ec90cae5-6a09-49af-a5bb-11c7a21634fe" /> geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. De omstandigheid dat de Afdeling<footnote-ref linkend="_fed865ed-d844-4db2-a287-4c78a3196ccb" /> prejudiciële vragen heeft gesteld<footnote-ref linkend="_c791915a-934c-4735-800d-db3c9d3ae8f7" /> aan het Hof<footnote-ref linkend="_e4dcf686-195a-4bff-b071-7bd862e4c4e0" />, vormt geen aanleiding om de zaak aan te houden tot het Hof die vragen heeft beantwoord.</para>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft verweerder op 15 mei 2023 in gebreke gesteld. Op dat moment was de wettelijke beslistermijn nog niet verstreken. Dat maakt dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend en niet geldig is. Nu niet aan de vereisten van artikel 6:12 van de Awb is voldaan, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 5 augustus 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over verzet</emphasis>
      </para>
      <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c6779c9b-2d73-413f-a217-6639bb2aa024" label="1">
    <para> Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c14fa49b-da3c-4083-987d-d0f879c7ab87" label="2">
    <para> Besluit van 21 september 2022, nummer WBV 2022/22, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2022 nr. 25775; in werking getreden op 27 september 2022.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ec90cae5-6a09-49af-a5bb-11c7a21634fe" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2023:3698, ECLI:NL:RBDHA:2023:3697 en ECLI:NL:RBDHA:2023:3701.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fed865ed-d844-4db2-a287-4c78a3196ccb" label="4">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c791915a-934c-4735-800d-db3c9d3ae8f7" label="5">
    <para> Verwijzingsuitspraak 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e4dcf686-195a-4bff-b071-7bd862e4c4e0" label="6">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>