<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:12183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-06T08:04:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.28472 01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12183">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:12183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-05T10:58:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:12183 Rechtbank Den Haag , 29-07-2024 / NL24.28472 01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:12183:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring, gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd niet betwist door eiser, concreet zich op uitzetting op korte termijn, beroep ongegrond, verzoek schadevergoeding afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:12183:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: NL24.28472</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. W.A.E.M. Amesz),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 15 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_7eee93c6-ad39-496b-b083-f39d2b6d49be" /> opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft zich akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. De rechtbank heeft op 24 juli 2024 het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1969 en de Georgische nationaliteit te hebben. </para>
    <para />
    <para>2. Vaststaat dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Gelet hierop was verweerder bevoegd tot het opleggen van de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van de Vw. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat geen sprake was van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Uit het proces-verbaal staandehouding M 105 blijkt dat de verbalisant die eiser heeft staande gehouden op dat moment de beschikking had over informatie uit het vertrekdossier van de Dienst Terugkeer en Vertrek. Hieruit volgt dat hij ook op de hoogte was van het feit dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee voldaan aan het vereiste van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf.  </para>
    <para>4. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is in het belang van de openbare orde, omdat een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft als zware gronden<footnote-ref linkend="_c381fc74-9043-424b-8dab-88a1ab16ee7e" /> vermeld dat eiser: </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 3i. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer; </emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en als lichte gronden<footnote-ref linkend="_e812afcf-fdde-4fe6-9896-5127728ff43f" /> vermeld dat eiser: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- 4a. zich niet aan één of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 heeft gehouden;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 4c. geen vaste woon- of verblijfsplaats heeft;</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">- 4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>5. Eiser heeft de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd niet betwist. De rechtbank stelt dat de zware en lichte gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, zodat het risico op onttrekking aan het toezicht daarmee is gegeven. </para>
    <para />
    <para>6. Eiser stelt dat zicht op verwijdering binnen een redelijk termijn ontbreekt. </para>
    <para />
    <para>7. Uit het verslag van het vertrekgesprek tussen eiser en de DT&amp;V<footnote-ref linkend="_4a08e484-c435-4888-b56a-b06049581d39" /> en uit de eerdere uitspraak van deze rechtbank<footnote-ref linkend="_c2ce5924-c7af-4ca5-b14e-4306b2c6e53d" /> is gebleken dat op 22 juli 2024 een vlucht voor eiser naar Tbilisi in Georgië is gepland. Er is dan ook een concreet zicht op uitzetting op korte termijn. </para>
    <para />
    <para>8. Ook overigens is er geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. </para>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. </para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 29 juli 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
        <?linebreak?>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7eee93c6-ad39-496b-b083-f39d2b6d49be" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c381fc74-9043-424b-8dab-88a1ab16ee7e" label="2">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e812afcf-fdde-4fe6-9896-5127728ff43f" label="3">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a08e484-c435-4888-b56a-b06049581d39" label="4">
    <para> Dienst Terugkeer en Vertrek.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2ce5924-c7af-4ca5-b14e-4306b2c6e53d" label="5">
    <para> NL24.28627.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>