<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:11889</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-31T14:46:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBNHO:2024:7805</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.28186</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:11889">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:11889</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-31T13:26:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:11889 Rechtbank Den Haag , 23-07-2024 / NL24.28186</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:11889:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>beroep ongegrond, verzoek om schadevergoeding afgewezen Bewaring. Vervolgberoep. Artikel 6, derde lid, van de Vw.</para>
        <para>Gemachtigde heeft een vervolgberoep binnen twee weken na de laatste uitspraak ingesteld. Vervolgens heeft gemachtigde van eiser een referenteverklaring geüpload.</para>
        <para>Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:11889:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">R21ECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.28186</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. E. Stap),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A. van den Anker).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 21 juni 2024 aan eiser de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 22 juli 2024 gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum] 2003.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft</para>
    <parablock>
      <para>getoetst. Dat heeft geleid tot de uitspraak van 8 juli 2024 (NL24.25680). Uit die uitspraak</para>
      <para>volgt dat de maatregel tot 2 juli 2024 (de datum van het sluiten van het onderzoek dat aan</para>
      <para>die uitspraak ten grondslag ligt) rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of</para>
      <para>sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de voortduring van de maatregel</para>
      <para>rechtmatig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3. De rechtbank is van oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring</para>
    <para>rechtmatig is. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dat oordeel komt.</para>
    <para />
    <para>4. Op 8 juli 2024 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, uitspraak gedaan in het eerste beroep gericht tegen de hier voorliggende vrijheidsontnemende maatregel. Daaruit blijkt dat het onderzoek in die procedure op 2 juli 2024 is gesloten en de rechtmatigheid tot dat moment is beoordeeld. De gemachtigde van eiser heeft op 13 juli 2024 een nieuw beroepschrift ingediend met het verzoek aan de rechtbank om te beoordelen of de maatregel nog steeds rechtmatig voortduurt. Daaropvolgend heeft de rechtbank contact met de gemachtigde van eiser opgenomen met het verzoek gronden in te dienen waarom de maatregel volgens eiser onrechtmatig voortduurt. Daarop is een referteverklaring van de gemachtigde van eiser ontvangen. Gelet op de zeer korte tijdsspanne tussen de laatste uitspraak en het opnieuw instellen van beroep in combinatie met de referteverklaring en het uitblijven van gronden, heeft de rechtbank aanleiding gezien navraag te doen of eiser het beroep wenste te handhaven of wilde intrekken. Daarop heeft de gemachtigde van eiser zonder nadere toelichting laten weten het beroep te willen handhaven. De rechtbank ziet ambtshalve geen aanleiding om te oordelen dat de maatregel niet langer rechtmatig voortduurt.</para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond. Daarom wijst de rechtbank ook het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Roubos, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. van der Gouw, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>