<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:11689</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-29T12:39:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.27742</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:11689">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:11689</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-26T12:35:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:11689 Rechtbank Den Haag , 18-07-2024 / NL24.27742</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:11689:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eerste beroep bewaring, maatregel te vroeg omgezet, onjuiste grondslag, beroep gegrond, opdracht tot opheffing en toekenning schadevergoeding en PKV.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:11689:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.27742</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 8 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 17 juli 2024 op zitting behandeld. Eiser is verschenen via een videoverbinding, bijgestaan door mr. S.A.M. Fikken, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst in afwachting van een nadere reactie van verweerder. Nadat eiser heeft gereageerd op deze reactie van verweerder is het onderzoek als nog gesloten op 18 juli 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1998en de Tunesische nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <para>2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. In de maatregel staan als zware gronden<footnote-ref linkend="_77e4e2bb-ea99-4206-a0ba-b6657f50266a" /> vermeld dat eiser:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>en als lichte gronden<footnote-ref linkend="_f345fcab-9f7a-4faf-9ddb-184289dfbcf8" /> vermeld dat eiser:</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat de grondslag van de maatregel onjuist is. De termijn om beroep in te stellen tegen de beschikking van 29 juni 2024 waarbij zijn asielaanvraag kennelijk ongegrond is verklaard, verliep namelijk pas op 8 juli 2024. Eiser had op die dag dus nog rechtmatig verblijf. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De termijn om beroep in te stellen tegen de afwijzing van een asielaanvraag liep af op zaterdag 6 juli 2024. Echter, gelet op artikel 1, eerste lid, van de Algemene termijnenwet is deze termijn verlengd tot en met maandag 8 juli 2024. Dit betekent dat eiser op 8 juli 2024 nog rechtmatig verblijf had en de maatregel op een onjuiste grondslag berust. Dit betekent dat de maatregel vanaf het moment van opleggen onrechtmatig is. Voor een belangenafweging is daarom geen plaats. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal gelet op het voorgaande het beroep gegrond verklaren. De maatregel van bewaring is vanaf het moment van opleggen daarvan onrechtmatig. De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 18 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van bewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 11 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel van 11 x € 100 = € 1100.</para>
    <para />
    <para>6. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Bpb<footnote-ref linkend="_e2f9ad54-f7be-4b7c-a12c-09d2568e55e9" /> voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.750 (bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift en een punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 18 juli 2024;</para>
    <para>- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser</para>
    <para>tot een bedrag van € 1.100 (elfhonderd euro), te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750 (duizendzevenhonderdvijftig euro).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 18 juli 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_77e4e2bb-ea99-4206-a0ba-b6657f50266a" label="1">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f345fcab-9f7a-4faf-9ddb-184289dfbcf8" label="2">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e2f9ad54-f7be-4b7c-a12c-09d2568e55e9" label="3">
    <para> Besluit proceskosten bestuursrecht. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>