<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:10635</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-12T15:49:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL22.5617</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:10635">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:10635</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-10T11:00:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:10635 Rechtbank Den Haag , 08-07-2024 / NL22.5617</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:10635:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugkeerbesluit, terugkeerbesluit niet in strijd met artikel 8 van het EVRM, beroep kennelijk ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:10635:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL22.5617</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser], eiser</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer] </para>
      <para>(gemachtigde: mr. mr. A.J.P. Lemmen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, daaronder mede begrepen diens rechtsvoorgangers, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 17 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder een terugkeerbesluit tegen eiser uitgevaardigd waarbij eiser is aangezegd dat hij de EU<footnote-ref linkend="_1688450f-04b0-4fb7-8ca5-3d7ee2bfb6f3" /> binnen 28 dagen moet verlaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb<footnote-ref linkend="_579e08ab-11ed-4e84-96b5-7c86908ea683" /> uitspraak zonder zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft de Somalische nationaliteit en is geboren op [datum] 2004. Hij heeft in Nederland tweemaal een asielaanvraag gedaan welke beide zijn afgewezen. Deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, heeft eisers beroep tegen deze besluiten ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_37a33d95-0891-408a-901c-25766da71a40" /> De Afdeling<footnote-ref linkend="_4e6d8119-fe9c-4a09-acc9-f5227aee7de9" /> heeft in beide zaken het hoger beroep tegen die uitspraken niet-ontvankelijk verklaard.<footnote-ref linkend="_79a5f0f0-a7aa-4bba-a9fc-5866075c733b" /> De uitspraken staan daarmee ook in rechte vast.  </para>
    <para />
    <para>2. Eiser stelt bij gedwongen terugkeer naar Somalië te vrezen voor zijn leven. Dit komt door de aanwezigheid van [naam] in [plaats], die jongvolwassenen mogelijk gedwongen rekruteert. Het terugkeerbesluit is daarom in strijd met het EVRM.<footnote-ref linkend="_a3392b1f-8357-458d-9cc0-99079ef66693" /></para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiser ten tijde van de uitvaardiging van het terugkeerbesluit niet rechtmatig in Nederland verbleef. Dit betekent dat op hem, op grond van artikel 62a, eerste lid, van de Vw<footnote-ref linkend="_3f686eaa-556d-4b61-8ec6-5b9299ffd284" />, in beginsel de verplichting rust Nederland te verlaten. Dit is alleen anders als zich één van de in die bepaling genoemde uitzonderingssituaties voordoet. Eiser heeft niet gesteld dat daarvan sprake is. De door eiser gestelde vrees is een asielgerelateerd element dat eiser in zijn asielaanvraag ter sprake heeft kunnen brengen en waar al in zijn eerdere asielaanvragen over is geoordeeld. Voor verweerder bestond daarom ook geen beletsel voor het uitvaardigen van het terugkeerbesluit. Nu eiser geen (procedureel) rechtmatig verblijf had in Nederland, was verweerder op grond van artikel 62, eerste lid, van de Vw niet alleen bevoegd, maar ook verplicht om een terugkeerbesluit uit te vaardigen. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stellingname dat gedwongen terugkeer naar Somalië in strijd is met het EVRM. Uit artikel 3, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn<footnote-ref linkend="_834c861f-d432-4f6e-8b6e-0e22169ecc9a" /> en vaste rechtspraak van de Afdeling volgt namelijk dat een terugkeerbesluit niet meer inhoudt dan de administratieve vaststelling dat een vreemdeling onrechtmatig in Nederland verblijft en dat volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen op hem de verplichting tot vertrek rust. Het enkele feit dat eiser stelt dat zijn asielaanvraag onterecht is afgewezen, maakt niet dat het terugkeerbesluit in strijd is met het EVRM en kan leiden tot het oordeel dat het terugkeerbesluit onrechtmatig is . De beroepsgrond slaagt niet. </para>
    <para />
    <para>5. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. </para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 8 juli 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1688450f-04b0-4fb7-8ca5-3d7ee2bfb6f3" label="1">
    <para> Europese Unie. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_579e08ab-11ed-4e84-96b5-7c86908ea683" label="2">
    <para> Algemene wet bestuursrecht. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_37a33d95-0891-408a-901c-25766da71a40" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2020:2014 en ECLI:NL:RBDHA:2022:1833.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4e6d8119-fe9c-4a09-acc9-f5227aee7de9" label="4">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_79a5f0f0-a7aa-4bba-a9fc-5866075c733b" label="5">
    <para> Zaaknummers 202001194/1/V2 en 202201456/1/V2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3392b1f-8357-458d-9cc0-99079ef66693" label="6">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3f686eaa-556d-4b61-8ec6-5b9299ffd284" label="7">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_834c861f-d432-4f6e-8b6e-0e22169ecc9a" label="8">
    <para> Richtlijn 2008/115/EG.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>