<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:10519</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-11T08:43:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.25537</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:10519">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:10519</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-09T10:45:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:10519 Rechtbank Den Haag , 04-07-2024 / NL24.25537</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:10519:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgberoep bewaring – zicht op uitzetting Ghana – beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:10519:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.25537</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.S. Yap),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 27 maart 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_c67deaed-2252-4b9b-81e8-d42dac7d9c6f" /> opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft daarop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 28 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1989 en de Ghanese nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <para>2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst.<footnote-ref linkend="_74d23cae-abd2-4323-8f7a-00a263f25d44" /> Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 10 april 2024.</para>
    <para />
    <para>4. Eiser stelt dat er onvoldoende zicht op uitzetting is en dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. De lp<footnote-ref linkend="_7eb379a4-c8c6-4a48-9d44-a69ff6c6ce1c" />-aanvraag is aan het begin van de bewaring verzonden en eiser is inmiddels gepresenteerd, maar dit heeft tot op heden niet tot uitzetting geleid. Gelet op de verstreken tijd en het feit dat enkel vertrekgesprekken worden gevoerd en rappelberichten worden verzonden, meent eiser dat het voortduren van de bewaring niet meer erop ziet om op een zo kort mogelijke termijn tot uitzetting te komen. Verder heeft eiser er alle belang bij om in Nederland te blijven, gelet op de gezondheidssituatie van zijn moeder. Zij heeft een procedure lopen voor verblijfsrecht op medische gronden en eiser kan daarbij een essentiële rol spelen om haar te ondersteunen en begeleiden.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Ghana in het algemeen niet ontbreekt. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_ec39514c-e4cd-4b26-afab-0045a99634e3" /> van 6 december 2023.<footnote-ref linkend="_037f91df-685a-4d9d-a3ea-cd5241fdf4eb" /> De rechtbank ziet geen aanleiding om in het geval van eiser hier anders over te oordelen. De sinds het indienen van de lp-aanvraag en de presentatie verstreken tijd leidt zonder nadere aanknopingspunten niet op voorhand tot twijfel over de vraag of de Ghanese autoriteiten in eisers geval een lp zullen afgeven.</para>
    <para />
    <para>6. Voor zover eiser meent dat een lichter middel toegepast dient te worden zodat hij bij zijn moeder kan verblijven om haar te ondersteunen en begeleiden, is het de rechtbank niet gebleken dat de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden, en het daaruit volgende risico op onttrekking aan het toezicht, niet meer van toepassing zijn op eiser. Eiser heeft verder geen omstandigheden aangevoerd die de bewaring onevenredig bezwarend maken. Het is begrijpelijk dat eiser bij zijn moeder in Nederland wenst te blijven maar, zoals in de uitspraak op het eerste beroep tegen de bewaringsmaatregel en het terugkeerbesluit is overwogen, staat vast dat hij geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Verweerder werkt dan ook terecht aan de uitzetting van eiser. Gelet op het onttrekkingsrisico weegt dit belang nu het zwaarst en heeft verweerder ook terecht geen lichter middel toegepast om zo adequaat mogelijk tot uitzetting van eiser te komen.</para>
    <para />
    <para>7. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.</para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 4 juli 2024 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>.  </para>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c67deaed-2252-4b9b-81e8-d42dac7d9c6f" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_74d23cae-abd2-4323-8f7a-00a263f25d44" label="2">
    <para> Zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 15 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5688.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7eb379a4-c8c6-4a48-9d44-a69ff6c6ce1c" label="3">
    <para> Laissez-passer.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ec39514c-e4cd-4b26-afab-0045a99634e3" label="4">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_037f91df-685a-4d9d-a3ea-cd5241fdf4eb" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2023:4500.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>