<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2024:10054</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-28T10:34:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/667463</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:10054">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2024:10054</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-28T10:33:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2024:10054 Rechtbank Den Haag , 11-06-2024 / C/09/667463</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2024:10054:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proces-verbaal van mondelinge uitspraak in kort geding. De vordering om afgifte van de kinderen wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2024:10054:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel - voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- / rolnummer: C/09/667463 / KG ZA 24-505</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van  </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">11 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] </emphasis>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. R.G. Groen te 's-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. P. Celikkal te ’s-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de man’ en ‘de vrouw’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanwezig is mr. A.M. Brakel, voorzieningenrechter, </para>
      <para>bijgestaan door mr. I.M. Talstra - Touwen griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens zijn aanwezig </para>
      <para>eiser, vergezeld van zijn advocaat en gedaagde, vergezeld van mr. drs. P.R.L.V.M. Kruik en bijgestaan door Z. Agourram, tolk in de Marokkaanse taal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter de zitting voor korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>1</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Vaststaat dat partijen in een echtscheidingsprocedure verwikkeld zijn. In dat kader heeft deze rechtbank bij beschikking van 31 mei 2024 voorlopige voorzieningen getroffen. Daarbij zijn de minderjarige kinderen van partijen: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">- </emphasis>
        [kind 1] , geboren op [geboortedag 1] 2015 te [geboorteplaats 1] , Marokko, en </para>
      <para>- [kind 2] , geboren op [geboortedag 2] 2017 te [geboorteplaats 2] , Marokko,</para>
      <para>toevertrouwd aan de man en is een zorgregeling bepaald waarbij de kinderen voorlopig bij de vrouw zijn overeenkomstig een regeling vast te stellen in overleg met Perspectief. Tot op heden heeft de vrouw de kinderen niet aan de man afgegeven. De vrouw heeft op 5 juni 2024 een procedure tot wijziging van de voorlopige voorzieningen aanhangig gemaakt. In die procedure is inmiddels zitting bepaald op 23 juli 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil of de vrouw de kinderen moet afgeven aan de man. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De man vordert in deze procedure, zakelijk weergegeven, dat de vrouw de beschikking van 31 mei 2024 nakomt en de kinderen binnen twee dagen na dit vonnis aan de man afgeeft, indien nodig op straffe van lijfsdwang, subsidiair op straffe van verbeurte van een dwangsom. De vrouw voert verweer tegen het gevorderde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Het gevorderde komt niet voor toewijzing in aanmerking. Daartoe is het volgende redengevend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Uitgangspunt is dat rechterlijke uitspraken nagekomen worden. Dit kan echter anders zijn indien nadien feiten zijn voorgevallen of bekend geworden die maken dat de eerdere beslissing, in dit geval over de toevertrouwing van de kinderen en de zorgregeling niet (meer) in het belang van de kinderen moet worden geacht. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van nieuwe feiten, althans feiten die niet bekend waren aan de rechter die de uitspraak heeft gedaan, op basis waarvan onverkorte nakoming van de eerdere beschikking niet van de vrouw gevergd kan worden. Het gaat dan in het bijzonder om de volgende nieuwe feiten en omstandigheden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Vast staat dat de vrouw met code rood in een vrouwenopvang verblijft. Ook staat vast dat de kinderen naar school gaan. Zij staan sinds 27 mei 2024 ingeschreven bij een basisschool, en gaan vanuit de opvang naar school. Uit de door de vrouw overgelegde rapportage van Fier! van 3 juni 2024 blijkt dat er grote zorgen zijn over de veiligheid van de kinderen bij de man en dat er door Fier! een nieuwe zorgmelding bij Veilig Thuis is gedaan. Vanuit Fier! wordt geadviseerd om de kinderen aan te melden voor trauma screening. Dit advies is gegeven op basis van gesprekken van de hulpverleners met de kinderen en vragenlijsten die door de hulpverleners met de kinderen zijn doorgenomen, en dus niet op basis van informatie van de vrouw alleen. Daarbij zijn veel klachten bij de kinderen naar voren gekomen en hebben de kinderen verteld over hun thuissituatie. Volgens de kinderen was sprake van mishandeling in de gezinssituatie, waarbij de man zowel de vrouw als de poes sloeg. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>In het licht van het voorgaande kan de overweging uit de beschikking van 31 mei 2024 ‘dat niet is gebleken dat de kinderen onveilig zijn bij de man’ niet langer onverkort gehandhaafd worden. Nu deze overweging dragend is voor de uitspraak waarvan de man nakoming vordert, terwijl de vrouw een procedure tot wijziging van de voorlopige voorzieningen aanhangig gemaakt die op 23 juli 2024 wordt behandeld, ziet de voorzieningenrechter nu geen ruimte om de gevorderde ordemaatregel te treffen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>WAARVAN PROCES-VERBAAL,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>………………………………….			…………………………………</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>mr. I.M. Talstra - Touwen				mr. A.M. Brakel </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>