<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:9076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-26T09:49:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 20/6336</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:9076">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:9076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-26T09:48:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:9076 Rechtbank Den Haag , 02-06-2023 / AWB 20/6336</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:9076:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Regulier, afgeleid verblijfsrecht op grond van Chavez, aanvraag verblijfsrecht op grond van 8 EVRM, eiseres heeft EU verblijfsrecht voor langdurig ingezetenen, eiseres heeft al bereikt wat zij met deze procedure wilde bereiken, niet-ontvankelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:9076:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 20/6336</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J. van Koesveld),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: M.K. Ruijzendaal).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 4 februari 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 30 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 8 december 2020 heeft de rechtbank partijen laten weten dat de zaak wordt aangehouden in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) op de prejudiciële vragen die zijn gesteld door deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam.<footnote-ref linkend="_1956ab30-7694-4da9-878c-e5c8ba7e16d3" /> Deze vragen zijn op 7 september 2022 door het HvJEU beantwoord.<footnote-ref linkend="_0eccdc3a-88db-4b89-b9f1-0bafec4098d3" /> Aan eiseres en verweerder is de gelegenheid geboden om hierop te reageren. Partijen hebben daar gebruik van gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit op 2 mei 2023 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres heeft de Oegandese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1969. Sinds 30 augustus 2017 is vastgesteld dat eiseres een afgeleid verblijfsrecht heeft op grond van artikel 20 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) en het arrest Chavez-Vilchez<footnote-ref linkend="_58a939cb-1c57-4801-9496-aace89ade552" />. </para>
    <para />
    <para>2. Eiseres beoogde met deze procedure te bereiken dat zij in Nederland kon verblijven bij haar kinderen en echtgenoot, ook nadat haar jongste kind meerderjarig zou worden. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen. Eiseres heeft daarnaast op 18 juli 2022 een nieuwe aanvraag gedaan voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Met het besluit van 19 december 2022 is deze aanvraag ingewilligd met ingang van 30 augustus 2022. </para>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft desondanks medegedeeld dat zij haar beroep ten aanzien van haar aanvraag op grond van artikel 8 van het EVRM handhaaft. Daarbij wil zij graag een inhoudelijke beoordeling van het beroep, omdat er een verschil is tussen het hebben van verblijfsrecht en het hebben van een verblijfsvergunning. Verder is eiseres niet de enige die in deze situatie verkeert en is zij het niet eens is met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 17 maart 2023 <footnote-ref linkend="_e6bf8024-6942-4dd2-a87a-4bacfc7d40fb" />. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat eiseres met de toewijzing van de aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen heeft bereikt wat zij met haar beroep beoogde te bereiken. Zij heeft nu namelijk verblijfrecht op grond van het Unierecht en mag in Nederland verblijven bij haar kinderen en echtgenoot, ook nadat haar jongste kind meerderjarig is geworden. Eiseres kan dus niet in een gunstigere positie geraken dan waar zij nu in verkeert. Eiseres heeft daarom naar het oordeel van de rechtbank geen procesbelang meer in deze procedure. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De vraag die overblijft is of verweerder moet worden veroordeeld in de proceskosten die eiseres in beroep heeft gemaakt. Deze vraag is onvoldoende aanleiding om tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak over te gaan.<footnote-ref linkend="_27fb1898-4504-4e6b-a6ef-26fd127fd92b" /></para>
    <para />
    <para>5. Er kan aanleiding bestaan voor een proceskostenveroordeling als verweerder aan de vreemdeling is tegemoet gekomen of als het procesbelang anderszins door toedoen van verweerder is vervallen. In dit geval is daarvan geen sprake, omdat verweerder een aanvraag voor langdurig ingezetene op grond van het Unierecht heeft ingewilligd in een andere procedure. Verweerder is dus niet tegemoet gekomen aan eiseres in deze procedure, maar in een andere procedure.<footnote-ref linkend="_1b604bb9-9be0-4b49-9b31-889e94c8b815" /> Dat eiseres stelt dat sprake is van een aan verweerder toe te rekenen onrechtmatigheid volgt de rechtbank niet. Daarbij verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de ABRvS van 17 maart 2023.<footnote-ref linkend="_b731f35d-1374-470f-ba9d-a5ee3af76730" /> In de gronden van beroep van eiseres in deze procedure ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er daarom in deze procedure geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres.   </para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para />
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1956ab30-7694-4da9-878c-e5c8ba7e16d3" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2020:11918, nu te vinden onder nummer ECLI:NL:RBDHA:2020:11785.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0eccdc3a-88db-4b89-b9f1-0bafec4098d3" label="2">
    <para> ECLI:EU:C:2022:639, C-624/20.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_58a939cb-1c57-4801-9496-aace89ade552" label="3">
    <para> ECLI:EU:C:2017:354.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6bf8024-6942-4dd2-a87a-4bacfc7d40fb" label="4">
    <para> ECLI:NL:RVS:2023:1060.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_27fb1898-4504-4e6b-a6ef-26fd127fd92b" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2022:3578.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1b604bb9-9be0-4b49-9b31-889e94c8b815" label="6">
    <para> ECLI:NL:RVS:2022:3578.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b731f35d-1374-470f-ba9d-a5ee3af76730" label="7">
    <para> ECLI:NL:RVS:2023:1060.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>