<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:8400</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-12T10:20:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.11335</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:8400">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:8400</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-12T10:19:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:8400 Rechtbank Den Haag , 06-06-2023 / NL23.11335</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:8400:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>asielverzoek, uitsluitend economische motieven, veilig land van herkomst, Senegal</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:8400:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.11335</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [Nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A. Heida),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: C.W.M. van Breda).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 12 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als kennelijk ongegrond afgewezen. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2023 op zitting behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para />
    <para>1. De asielaanvraag van eiser is afgewezen omdat eisers verklaringen volgens verweerder geen aanknopingspunten hebben met de gronden voor verlening. Eiser beroept zich namelijk uitsluitend op zijn sociaal-economische omstandigheden in Senegal. Verder is Senegal voor eiser een veilig land van herkomst.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat zijn verklaringen over het vinden van werk en de onmogelijkheid om in Senegal in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, als relevante elementen hadden moeten worden beoordeeld. Sociaal-economische omstandigheden waarop eiser zich beroept zijn niet op voorhand te beschouwen als een relevant element. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat zich in zijn geval een uitzonderlijke situatie voordoet waardoor zijn omstandigheden bij terugkeer wel een relevant element op zouden kunnen opleveren. </para>
    <para />
    <para>3. De vergelijking die eiser maakt met het arrest Sufi en Elmi<footnote-ref linkend="_5a274583-1f06-4d63-b70f-f46907d7f87a" /> gaat in zoverre niet op dat in Senegal geen sprake is van humanitaire problematiek als gevolg van een gewapend conflict. De vergelijking met het arrest Jawo<footnote-ref linkend="_6d74faec-2cd1-4288-b5f2-f430feec6e28" /> gaat mank, omdat hier niet de vraag aan de orde is of eisers verdragsrechten in een andere lidstaat zullen worden gerespecteerd.</para>
    <para />
    <para>4. Voor zover eiser los hiervan betoogt dat hij bij terugkeer in Senegal terecht zal komen in een situatie waarin hij verstoken zal blijven van de meest basale levensbehoeften en dat de Senegalese overheid hier onverschillig tegenover staat, heeft hij dat niet onderbouwd en dus niet aannemelijk gemaakt. Zoals verweerder terecht opmerkt blijkt uit eisers verklaringen dat eiser in Senegal een nationale ID-kaart had en scholing en werk heeft gehad. </para>
    <para />
    <para>5. Dat eisers sociaal-economische omstandigheden naar zijn mening te wensen over lieten, maakt nog niet dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij na zijn terugkeer naar Senegal in een situatie van verregaande materiële deprivatie zal komen te verkeren.</para>
    <para />
    <para>6. Eiser heeft met wat hij heeft aangevoerd evenmin aannemelijk gemaakt dat Senegal voor hem geen veilig land is.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>8. Verweerder hoeft de door eiser gemaakte proceskosten niet te vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2023 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5a274583-1f06-4d63-b70f-f46907d7f87a" label="1">
    <para> Gevoegde zaken 8319/07 en 11449/07 van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, arrest van 28 juni 2011, JV 2011/332.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d74faec-2cd1-4288-b5f2-f430feec6e28" label="2">
    <para> Zaak C-163/17 van het Hof van Justitie van de Europese Unie, arrest van 19 maart 2019, ECLI:C:EU:2019:2018</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>