<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:8333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-09T09:47:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.5553</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:8333">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:8333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-09T09:46:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:8333 Rechtbank Den Haag , 05-06-2023 / NL23.5553</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:8333:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asielaanvraag afgewezen. Wisselend en tegenstrijdig verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:8333:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.5553</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [Nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A. van der Toorn),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Met het besluit van 17 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 11 april 2023 in Breda op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser is geboren op [Geboortedatum] en heeft de Gambiaanse nationaliteit. Op 13 mei 2021 heeft hij een asielaanvraag ingediend in Nederland. Verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling daarvan. Het beroep en het hoger beroep dat eiser hiertegen heeft ingesteld, zijn ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_51fa3ee8-635c-45c9-b9c7-fceba632660c" /> Eiser is echter niet tijdig overgedragen aan Italië, waardoor hij alsnog in de nationale procedure is opgenomen. Op 6 februari 2022 heeft eiser wederom een asielaanvraag ingediend in Nederland.</para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag op grond van artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vw<footnote-ref linkend="_03647747-22a6-4949-9769-031f755a7070" /> afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser Nederland in april 2021 is ingereisd en hij pas op 13 mei 2021 een asielaanvraag heeft ingediend. Verder heeft verweerder de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Verweerder acht eisers verklaringen over het incident met de auto dat in Gambia zou hebben plaatsgevonden, en de daaruit voortvloeiende problemen echter niet geloofwaardig. Omdat de aanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond, heeft verweerder bepaald dat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten en is tegen eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat hij geen wisselende verklaringen heeft afgelegd over het incident met het voertuig. Hij handhaaft zijn eerder afgelegde verklaringen over het incident en de schadevergoeding en verwijst daarbij naar de zienswijze. Verder stelt eiser in bewijsnood te verkeren voor wat betreft de aangifte, die is gedaan van de bedreiging door de familie van de slachtoffers van het incident, omdat er door de politie in Gambia geen kopieën worden verstrekt. Tot slot stelt eiser niet te begrijpen waarom er een inreisverbod voor de duur van twee jaar wordt opgelegd.</para>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht aan eiser tegengeworpen dat hij wisselend heeft verklaard over het incident. Eiser heeft bij zijn eerste asielaanvraag verklaard dat hij een dodelijk ongeluk heeft veroorzaakt met de auto van zijn tante.<footnote-ref linkend="_1383042b-2115-49de-ad26-f3088e341ce0" /> In het aanmeldgehoor stelt hij daarentegen dat hij een ongeluk heeft gekregen met de vrachtwagen van zijn vader, waarbij er cementblokken op een auto terecht zijn gekomen.<footnote-ref linkend="_9075b322-02d4-4755-af13-c601da7e1fc3" /> Deze verklaring heeft hij in de correcties en aanvullingen niet gecorrigeerd. In het nader gehoor verklaart eiser vervolgens dat de vrachtwagen zelf terecht is gekomen op de slachtoffers, die langs de kant van de weg zaten.<footnote-ref linkend="_244f0eb3-639e-45ab-9692-2645b0238003" /> Aangezien dit de kern van het asielrelaas van eiser betreft, mag van hem verwacht worden dat hij hierover consistent verklaart. </para>
    <para />
    <para>5. Verder heeft eiser verklaard niet te weten of hij tot een gevangenisstraf is veroordeeld en hoeveel schadevergoeding hij moest betalen.<footnote-ref linkend="_be411849-188f-48b6-9394-be279ae3906b" /> Als zijn zus de betaling van de schadevergoeding zou hebben afgehandeld, zoals eiser stelt, dan ligt het op zijn weg om daar bij haar navraag over te doen of te verzoeken om documenten die deze stelling onderbouwen. Gesteld noch gebleken is dat eiser dit heeft gedaan. </para>
    <para />
    <para>6. Ook ten aanzien van de gestelde problemen naar aanleiding van het incident heeft eiser wisselend verklaard. Zo heeft hij in eerste instantie verklaard dat hij onderweg was naar Libië toen hij hoorde dat het been van zijn broertje was gebroken<footnote-ref linkend="_0781bd41-4504-4808-9c40-28da17a55ff5" />, terwijl hij later stelt dat het been van zijn broertje is gebroken na zijn vrijlating.<footnote-ref linkend="_5dcad8a6-ed38-4e87-a830-3f484548478d" /> Verweerder heeft deze verklaringen dan ook niet ten onrechte niet geloofwaardig geacht. Dat de politie in Gambia geen kopieën van aangiftes verstrekt en eiser op dat punt in bewijsnood zou verkeren, leidt niet tot een ander oordeel. </para>
    <para />
    <para>7. Omdat de aanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond, was verweerder bevoegd te bepalen dat eiser Nederland onmiddellijk dient te verlaten. Dit volgt uit artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw. Omdat verweerder eiser een vertrektermijn heeft (kunnen) onthouden, was hij op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw ook gehouden aan eiser een inreisverbod op te leggen. Eiser heeft geen individuele omstandigheden aangevoerd op grond waarvan verweerder had moeten afzien van het inreisverbod, dan wel de duur van het inreisverbod had moeten verkorten.</para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van mr.A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_51fa3ee8-635c-45c9-b9c7-fceba632660c" label="1">
    <para> Zaaknummers NL21.13796 en 202106884/1/V1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_03647747-22a6-4949-9769-031f755a7070" label="2">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1383042b-2115-49de-ad26-f3088e341ce0" label="3">
    <para> Gehoor 13 mei 2021, p. 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9075b322-02d4-4755-af13-c601da7e1fc3" label="4">
    <para> Aanmeldgehoor p. 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_244f0eb3-639e-45ab-9692-2645b0238003" label="5">
    <para> Nader gehoor p. 5 en p. 9.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_be411849-188f-48b6-9394-be279ae3906b" label="6">
    <para> Nader gehoor p. 12 en 13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0781bd41-4504-4808-9c40-28da17a55ff5" label="7">
    <para> Nader gehoor p. 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5dcad8a6-ed38-4e87-a830-3f484548478d" label="8">
    <para> Nader gehoor p. 14.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>