<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:8311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-13T09:00:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23_2868</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:8311">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:8311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-12T12:51:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:8311 Rechtbank Den Haag , 19-05-2023 / 23_2868</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:8311:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo afgewezen. Ontbreken spoedeisend belang. Met het aanwijzingsbesluit is nog niet ingegeven dat woningen daadwerkelijk worden gesloten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:8311:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 23/2868</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 mei 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: P. Seitzinger).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Als derde-partij neemt aan het geding deel: De Goede Woning, te Zoetermeer</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.D. van Oevelen)</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 maart 2023 heeft verweerder het besluit ‘Aanwijzen actiegebied 23 bungalows Westergo’ gepubliceerd waarmee 23 bungalows, waaronder die van verzoeker, worden aangewezen als actiegebied.<footnote-ref linkend="_7f6707f4-c6fa-4795-88e0-525ae5d2b176" /></para>
      <para>
        <?linebreak?>Verzoeker heeft hiertegen bezwaar ingediend en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.<footnote-ref linkend="_1bd4ec52-3a00-4900-ae39-dad72d22cb13" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Om een voorlopige voorziening te kunnen treffen moet er sprake zijn van onverwijlde spoed.<footnote-ref linkend="_c32598f4-0365-479d-88ad-54174e0fc465" /> De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat daar in dit geval onvoldoende sprake van is en overweegt daartoe als volgt.</para>
    <para />
    <para>2. Hoewel de voorzieningenrechter snapt dat de eventuele gevolgen van het aanwijzingsbesluit ingrijpend kunnen zijn en dit de nodige spanning oplevert voor verzoeker, is het momenteel nog niet aan de orde dat verzoeker op korte termijn zijn woning zal moeten verlaten. Met het aanwijzingsbesluit is namelijk niet ingegeven dat er daadwerkelijk wordt overgegaan tot het slopen van de woning. Daarvoor zullen nog omgevingsvergunningen moeten worden aangevraagd, en daartegen kunnen vervolgens desgewenst passende rechtsmiddelen worden aangewend. </para>
    <para />
    <para>3. Wat betreft de gesprekken en eventuele afspraken met de derde-partij wijst de  voorzieningenrechter erop dat beslissingen rondom (de ontbinding van) het huurcontract van privaatrechtelijke aard zijn. Daarover zal alsdan de burgerlijke rechter en niet de bestuursrechter (of voorzieningenrechter) zich moeten buigen.  </para>
    <para />
    <para>4. Omdat de voorzieningenrechter niet inziet waarom de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht is er geen sprake van een voldoende spoedeisend belang en verklaart zij het verzoek kennelijk ongegrond. </para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.D.A. Mantingh, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </title>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7f6707f4-c6fa-4795-88e0-525ae5d2b176" label="1">
    <para> Als bedoeld in artikel 1:3 van de Huisvestingsverordening Zoetermeer 2019. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1bd4ec52-3a00-4900-ae39-dad72d22cb13" label="2">
    <para> Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c32598f4-0365-479d-88ad-54174e0fc465" label="3">
    <para> Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>