<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:8309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-13T09:00:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23_2684</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:8309">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:8309</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-12T12:44:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:8309 Rechtbank Den Haag , 17-05-2023 / 23_2684</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:8309:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo afgewezen. Oplegging cursus rijgedrag. Ontbreken spoedeisend belang (financieel), besluit niet evident onrechtmatig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:8309:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 23/2684</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 mei 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. E. van Pernis-van de Wal).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 6 april 2023 heeft verweerder besloten dat verzoeker een cursus over verantwoord rijgedrag moet volgen. Als verzoeker de cursus niet volgt zal hij zijn rijbewijs kwijtraken.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.<footnote-ref linkend="_e0df3d77-f091-4760-9c98-984908062273" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Om een voorlopige voorziening te kunnen treffen moet er sprake zijn van onverwijlde spoed.<footnote-ref linkend="_406a9842-48e8-471d-91fd-1b1a72d11d3d" /></para>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hiervan onvoldoende sprake is. Verzoeker is taxichauffeur en geeft aan dat zijn spoedeisend belang is gelegen in dat hij de kosten van de aan hem opgelegde cursus niet kan dragen met als gevolg dat zijn rijbewijs ongeldig wordt verklaard en hij zijn beroep niet meer kan uitoefenen. In de regel vormt een financieel belang onvoldoende reden om een voorlopige voorziening te treffen. Dat er sprake is van een dusdanig acute financiële noodsituatie zodat op deze hoofdregel een uitzondering zou moeten worden gemaakt, is uit de door verzoekster overgelegde stukken niet gebleken. Daarnaast is verzoeker door verweerder in de gelegenheid is gesteld om een betalingsregeling te treffen.  </para>
    <para />
    <para>3. Als er geen sprake is van een spoedeisend belang, kan de door verzoekster gevraagde voorziening toch worden getroffen als het besluit evident onrechtmatig is. Daarmee wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door verweerder ingenomen standpunt juist is en of het besluit in een bodemprocedure in stand zal blijven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hiervan geen sprake van is. Er bestaat geen reden om te twijfelen aan het door de verbalisant waargenomen rijgedrag waarop verweerder zijn besluit heeft gebaseerd. Daarnaast is de wettelijke bepaling die hier van toepassing dwingendrechtelijk van aard, zodat verweerder was gehouden de cursus aan verzoeker op te leggen en er in beginsel geen ruimte is voor een belangenafweging.<footnote-ref linkend="_de519df8-5b1a-48ae-b540-9564007f49ad" /></para>
    <para />
    <para>4. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.  </para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.D.A. Mantingh, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
  <footnote id="_e0df3d77-f091-4760-9c98-984908062273" label="1">
    <para> Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_406a9842-48e8-471d-91fd-1b1a72d11d3d" label="2">
    <para> Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_de519df8-5b1a-48ae-b540-9564007f49ad" label="3">
    <para> Artikel 131 van de Wegenverkeerswet in samenhang met artikel 14, eerste lid, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>