<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2023:7983</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T11:08:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.15147</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7983">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2023:7983</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T11:03:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2023:7983 Rechtbank Den Haag , 01-06-2023 / NL23.15147</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7983:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vervolgberoep. Zicht op uitzetting. Voldoende voortvarend. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2023:7983:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL23.15147</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2023 in de zaak tussen</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,<footnote-ref linkend="_8fde5395-34d0-43be-955c-3f1fef44100f" />v-nummer [nummer] , eiser</para>
      <para>(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het voortduren van de aan eiser opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en het verzoek om schadevergoeding. Deze maatregel is opgelegd op 17 december 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring al eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 3 januari 2023.<footnote-ref linkend="_d8e970a3-09f2-4ee6-a31f-330c35bc0a02" /> Op vervolgberoepen is beslist bij uitspraak van 3 maart 2023<footnote-ref linkend="_17519480-a4e1-4345-8d4e-2f91dae0efbb" /> en van 13 april 2023<footnote-ref linkend="_fc457a41-1be2-432b-917b-6db226865055" />.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De staatssecretaris heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten op 26 mei 2023 en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De rechtbank beoordeelt of het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is. Zij doet dat onder meer aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de zogenoemde beroepsgronden.</para>
    <para />
    <para>3. Het beroep is ongegrond. Het voortduren van de maatregel van bewaring is niet onrechtmatig. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toetsingskader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 of bij de afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, dan verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.<footnote-ref linkend="_7313b515-9060-426a-8eb7-796ad561ded0" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Uit de uitspraak van 13 april 2023 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 7 april 2023) rechtmatig is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ontbreekt het zicht op uitzetting?</emphasis>
        </para>
        <para>5.	Eiser voert primair aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is. De identiteit en nationaliteit van eiser zijn op 14 februari 2023 door de Marokkaanse autoriteiten vastgesteld. Op [datum] 2023 is eiser gepresenteerd, maar sindsdien is het stil. Juist omdat de identiteit en nationaliteit van eiser al waren vastgesteld, mag verwacht worden dat de Marokkaanse autoriteiten binnen één, hooguit twee, weken uitsluitsel geven. Gelet op het tijdsverloop is het redelijk vooruitzicht op verwijdering komen te vervallen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is. De rechtbank stelt daarbij voorop dat zicht op uitzetting naar Marokko in het algemeen niet ontbreekt.<footnote-ref linkend="_e28f6434-d1d4-462f-a477-77c46a5eef9f" /> Het enkele tijdsverloop na de presentatie van [datum] 2023 is onvoldoende voor de conclusie dat het redelijk vooruitzicht op verwijdering in het individuele geval van eiser ontbreekt. Uit de voortgangsrapportage van 23 mei 2023 blijkt dat de Marokkaanse autoriteiten de aanvraag om een laissez-passer nog steeds in behandeling hebben. Hierdoor bestaat nog steeds de mogelijkheid dat de Marokkaanse autoriteiten aan eiser een laissez-passer zullen verstrekken. Deze beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Werkt de staatssecretaris voldoende voortvarend aan de uitzetting?</emphasis>
        </para>
        <para>6.	Eiser voert subsidiair aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend aan de uitzetting werkt, omdat de staatssecretaris in dit geval niet had mogen volstaan met een algemeen rappel in alle lopende zaken, maar op dossierniveau had moeten informeren naar de stand van zaken.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit de voortgangsrapportage van 23 mei 2023 volgt dat de staatssecretaris na 7 april 2023 op 24 april 2023 en op 17 mei 2023 vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd en dat hij op 26 april 2023 en op 17 mei 2023 heeft gerappelleerd in alle lopende zaken. Dit is voldoende voor de conclusie dat de staatssecretaris voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Het enkele tijdsverloop vanaf de presentatie op [datum] 2023 verplichtte de staatssecretaris niet tot een navraag op dossierniveau. Wat eiser aanvoert maakt dan ook niet dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend aan de uitzetting heeft gewerkt. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?</emphasis>
        </para>
        <para>7.	Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de staatssecretaris en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.<footnote-ref linkend="_74ae62ce-ec2a-450a-af9a-d611f808349d" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.	Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de maatregel van bewaring in stand blijft. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten van eiser te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van mr. N. ter Horst, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_8fde5395-34d0-43be-955c-3f1fef44100f" label="1">
    <para> Eiser staat ook bekend onder de naam [eiser] . Omdat hij in de voortgangsrapportage wordt aangeduid als [eiser] , hanteert de rechtbank deze naam.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d8e970a3-09f2-4ee6-a31f-330c35bc0a02" label="2">
    <para> Rb. Den Haag (zp Arnhem) 3 januari 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:17, zaaknummer NL22.26099 (niet gepubliceerd).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_17519480-a4e1-4345-8d4e-2f91dae0efbb" label="3">
    <para> Rb. Den Haag (zp Arnhem) 3 maart 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:1096, zaaknummer NL23.4650 (niet gepubliceerd).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc457a41-1be2-432b-917b-6db226865055" label="4">
    <para> Rb. Den Haag (zp Arnhem) 13 april 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:2116, zaaknummer NL23.10048 (niet gepubliceerd).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7313b515-9060-426a-8eb7-796ad561ded0" label="5">
    <para> Dat staat in artikel 96, derde lid, van de Vw 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e28f6434-d1d4-462f-a477-77c46a5eef9f" label="6">
    <para> ABRvS 14 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3269.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_74ae62ce-ec2a-450a-af9a-d611f808349d" label="7">
    <para> Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>